Wij zwijgen niet, wij zijn uw kwade geweten

De Duitse Sophie Scholl was eenentwintig jaar toen ze op 22 februari 1943 onthoofd werd wegens ‘landverradelijke hulp aan de vijand, voorbereiding tot hoogverraad en aantasting van de militaire weerbaarheid.’
Wat had ze gedaan? Als lid van de studentenverzetsgroep Die Weisse Rose pamfletten tegen Hitler geschreven en verspreid. In de vlugschriften werd aangespoord tot passief verzet tegen de Führer en zijn misdadige regime. Het vonnis vermeldde dat de aangeklaagden hadden opgeroepen ‘tot het ten val brengen van de nationaal-socialistische levensvorm van ons volk’ en dat ze ‘de Führer op de gemeenste wijze [hadden] beschimpt.’ Ze hadden Hitler in hun laatste epistel ‘een korporaal uit de Eerste Wereldoorlog zonder enig gevoel voor verantwoordelijkheid’ genoemd. En Mein Kampf vonden ze een boek in het slechtste Duits ooit geschreven, en ze verwonderen zich dat dit boek door een volk van dichters en denkers tot bijbel was verheven. 

In de Ordensburg Vogelsang, voormalig opleidingscentrum voor nazi-kader in de Duitse Eifel zag ik een exemplaar van het laatste vlugschrift – een fragment:
‘… Het gist in het Duitse volk: zullen wij een amateur nog langer het lot van onze legers blijven toevertrouwen? Zullen wij de rest van onze Duitse jeugd opofferen aan de laagste machtsinstincten van een partijkliek? Nooit meer! … In naam van het hele Duitse volk eisen wij van Adolf Hitler de persoonlijke vrijheid, het kostbaarste bezit van elke Duitser, terug, omdat hij ons op de rampzaligste manier heeft bedrogen. …’  

vlugschrift 5

Sophie was een gewoon Duits meisje dat op het platteland opgroeide in een anti-nazistische familie tijdens de opkomst van de nazi’s. Toch werd ze lid van de Hitler Jugend. Ze genoot van de padvinderachtige bijeenkomsten. Net als haar drie jaar oudere broer Hans. Zingen, knutselen, door de bergen sjouwen, beetje marcheren en met vlaggen zwaaien. De saamhorigheid. Het was allemaal prachtig.
Tot er geen melancholische Russische liederen meer mochten worden gezongen; boeken werden verboden, leraren van school naar een kamp verdwenen vanwege hun opvattingen, en de terreur overal voelbaar werd. De façade brak. De Tweede Wereldoorlog begon.
Sophie ging in 1942 naar München om biologie en filosofie te studeren. Broer Hans studeerde daar al medicijnen. Hij moest zijn studie onderbreken en ging als hospik naar Frankrijk en het oostfront.
Terug van het oostfront was hij doordrongen van de zinloze en ontmenselijkende wreedheid van oorlog. Hij wilde zich verzetten tegen het onrecht overal om hem heen. Met zus Sophie en gelijkgezinde studenten richtte hij Die Weisse Rose op.
Ze schreven felle aanklachten tegen het nazi-regime en verspreidden die pamfletten op hun universiteit en in andere Duitse steden. Dat ging een aantal keren goed, maar bij het vijfde vlugschrift ging het mis: de conciërge van de universiteit zag wie de pamfletten van de eerste verdieping naar beneden wierp, en sloeg alarm. Sophie, Hans en Christoph Probst werden op 18 februari opgepakt en gevangengezet.
De bewakers waren zeer onder de indruk van de waardige kalmte waarmee de jonge arrestanten hun lot droegen.
De rechtszaak duurde niet lang. Sophie zei: ‘Wat wij zeiden en schreven wordt door vele anderen gedacht. Ze durven het alleen niet hardop te zeggen.’
De doodvonnissen werden uitgesproken. Sophie stierf onder de guillotine. In haar cel lag nog de aanklacht. Achterop stond in stevige letters het woord ‘vrijheid’.

Bron: Inge Scholl, De witte Roos. Het verzet van Duitse studenten tegen Hitler. Inden Toren, 1984
Titel en commentaar op Mein Kampf uit vlugschrift 2; vertaling fragment vlugschrift 5 uit Inge Scholl, De witte Roos; 
Foto: eerste bladzijde van het vijfde vlugschrift van Die weisse Rose, 1943. Geëxposeerd in Ordensburg Vogelsang

delen kan:
onpost_follow
Share