De beginselen van Elbert Dijkgraaf – SGP informateur

Een informateur van SGP-huize moet samen met een CDA-collega het programkabinet waarin de PVV de eerste viool speelt mogelijk gaan maken. CDA leider Henri Bontebal lijkt niet zo blij dat partijgenoot Richard van Zwol zo’n kabinet mee gaat optuigen, en stelt dat hij deelname van CDA’ers als bewindspersonen in zo’n constructie niet ziet zitten. Maar hoe zit het met die andere partij, de Staatkundig Gereformeerde Partij, de SGP? Fractievoorzitter Chris Stoffer lijkt geen moeite te hebben met de poging een (extreem)rechts kabinet te helpen vormen, met inzet van partijgenoot en ex-kamerlid Elbert Dijkgraaf. En plots is het niet meer denkbeeldig dat, als de poging tot het vormen van een programkabinet succesvol is, er een bewindspersoon uit de SGPgelederen zitting in neemt.
We zouden de SGP kunnen kennen van Cor van Dis, die Gerard Reve aanklaagde wegens ‘smadelijke godslastering’, wat leidde tot het Ezelsproces, en, recenter, van Kees van der Staaij, het bij zijn afscheid van de Tweede Kamer alom geprezen ‘staatsrechtelijk geweten’ van Nederland, maar waar staat de SGP eigenlijk voor?

De SGP is de oudste partij van Nederland, die nog in originele vorm bestaat. In 1918 opgericht uit onvrede met toen bestaande andere protestantse partijen, die God niet op bevindelijk gereformeerde wijze eerbiedigen, en zelfs bereid waren met de Roomsen samen te werken. Sinds 1922 blaast de SGP een deuntje mee in de Tweede kamer, waar ze stabiel ongeveer twee procent van het electoraat vertegenwoordigen, en schommelen tussen de twee en drie zetels.
Wil je meer weten over de SGP, moet je dat niet op zondag willen. Want op zondag is de SGP winkel dicht. Elke link die je op hun website aanklikt komt uit op een statische pagina getiteld: Zondag. Omdat de SGP op zondag niet aan politiek doet maar de bijbel leest, kan niemand die dag de partijstandpunten van de SGP tot zich nemen. Ook de site van het lijfblad van de mannenbroeders, het Reformatorisch Dagblad, biedt een statische pagina: ‘een wekelijkse rustdag is een opdracht en een geschenk van God’.
Toch is er voor de enthousiast doorklikkende ongelovige ook op de zondagse rustdag genoeg toegang tot informatie, en zo komt het dat ik leer ik dat de oprichter van de partij, Gerrit Kersten, in 1921 een beweging start tegen het zogenaamde ‘pokkenbriefje’, omdat hij fel tegen vaccinatiedwang is. En dat hij in de Tweede Wereldoorlog verzet tegen de Duitsers afkeurt en niet veel opheeft met de Joden, die ‘moesten bukken en buigen onder het oordeel’. Na de oorlog mag hij van de zuiveringscommissie niet terugkeren in de Tweede Kamer. Ook mag de dominee tien jaar lang geen journalistiek bedrijven. De SGP heeft nooit in klare taal afstand genomen van Kersten.

In de beginselverklaring, opnieuw vastgesteld op 26 februari 2000, zet de SGP zijn plan voor Nederland uiteen.
In artikel 1 staat dat de SGP streeft naar een regering van ons volk geheel op grondslag van de in de Heilige Schrift geopenbaarde ordening Gods, en de onverkorte handhaving van artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Dat artikel 36 meldt onder andere dat de overheid Gods dienares is, op aarde om Zijn bevelen uit te voeren. Ze heeft haar gezag niet vanuit zichzelf, maar van God ontvangen. Zij is Gods gezagdrager op aarde.
Daarbij worden de drie formulieren van enigheid, zoals vastgesteld in de Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 onvoorwaardelijk onderschreven. De SGP belijdt het absoluut gezag van Gods woord (naar de zuivere Statenvertaling) over alle terreinen des levens. Die Statenvertaling stamt uit 1637.
Volgens de beginselverklaring streeft de SGP niet zozeer naar een meerderheid van kiezers, maar naar handhaving en doorwerking van de beginselen van haar program, en wil de partij dat ongeloofspropaganda, valse religies en anti-christelijke ideologieën door de overheid uit het openbare leven worden geweerd. En dan zijn we nog maar bij artikel 4.
Er zijn er 32, waarin onder andere staat:
‘Zij [de overheid] heeft tot taak de opbouw van de maatschappij te bevorderen met in achtneming van de door God gewilde gezagsverhoudingen;
De man is het hoofd van de vrouw […] Elk emancipatiestreven dat de van God gegeven roeping en plaats van mannen en vrouwen miskent, is revolutionair en moet krachtig worden bestreden;
De overheid regeert bij de gratie Gods. Zij ontleent dus haar gezag niet en kan dat ook nimmer ontlenen aan het volk. Haar ambt oefent de overheid evenwel uit onder medewerking van het volk;
De wetgeving dient te zijn gegrond op de Goddelijke Wet;
De rechtspraak behoort te geschieden naar beginselen, gegrond op het in de Heilige Schrift geopenbaarde recht des Heeren;
Geschonden recht vereist rechtvaardige, maar ook rechtmatige straffen, daartoe behoort de doodstraf;
De overheid heeft de taak om alle wetenschapsbeoefening, technologische ontwikkelingen en hun invloed op mens en maatschappij te toetsen aan Gods Woord en de daarin genoemde cultuuropdracht;
Hoezeer het menselijk leven ook lichamelijk en psychisch is geschonden, het behoort vanaf de conceptie geëerbiedigd en beschermd te worden totdat de dood onmiskenbaar is ingetreden. Het levenseinde mag door medisch handelen niet opzettelijk worden vervroegd;
De overheid kan niet tot vaccinatie verplichten of dwingen;
Lijkverbranding moet worden verboden.
De verhouding van werkgever en werknemer behoort overeenkomstig de regelen van Gods Woord te zijn. Derhalve moeten staking en uitsluiting worden geweerd;
Verplichte verzekeringen en sociale verzekeringswetten met een dwangmatig karakter worden afgewezen;
Er zal geen overdracht van de bij Nederland als zelfstandige natie behorende bevoegdheden aan bovennationale organisaties of gemeenschappen plaats hebben. Derhalve wordt het streven naar Europese éénwording onder een bovennationale regering afgewezen, temeer omdat daardoor de invloed van het rooms-katholicisme en het humanisme sterk wordt bevorderd, het werk van de Reformatie al meer wordt afgebroken en het koningschap dreigt te worden gedegradeerd;
Overeenkomstig de bijbelse eis behoort de overheid allereerst een plaats te bieden aan hen die om hun christelijk geloof vervolgd worden en vanwege lijfsbehoud hun land van herkomst moesten verlaten.’

De verhouding tot Israël krijgt een eigen subartikel, 29a, en is niet van de hand van de oprichter, maar later toegevoegd, als een afterthought: ‘Gods hand leidt het wereldgebeuren, en daarmee ook het ontstaan, voortbestaan en verdwijnen van volken. Israël, als volk van het oude verbond, neemt daarbij een bijzondere plaats in: de Joden zijn de “beminden om der vaderen wil”, die door de HEERE hun land toebedeeld kregen, zoals beschreven is in het Oude Testament. De meest wezenlijke belofte van het genadeverbond is, dat Christus de Enige Naam tot zaligheid is voor Jood en heiden. Daarom is er een diepe verbondenheid met het volk Israël, waaruit de Christus is voortgekomen. Dit alles brengt met zich mee dat de Nederlandse regering streeft naar goede diplomatieke betrekkingen met de staat Israël. Mede met het oog op het welzijn van het Joodse volk en veilige en erkende grenzen voor de staat Israël, zet zij zich in voor vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten.’

Best apart, om in een beginselverklaring van een Nederlandse politieke partij zo duidelijk stelling te nemen over een ander land. Maar dat terzijde. Het gegeven dat een informateur, voortkomend uit een partij die meent dat Gods woord zoals opgeschreven in een Bijbelvertaling uit 1637 leidend moet zijn in de hedendaagse politiek is op zichzelf al interessant genoeg. En dan moet zo’n man ook nog een onderhandelen met twee vrouwen die hun van God gegeven plaats niet kennen. Wat een opdracht!

Een man mag niet huilen

Een man, in dit geval Pieter Omtzigt, mag niet huilen, en al helemaal niet in het openbaar, op de werkvloer, bij collega’s. Want dan is de man een watje.
Een betraande man is geen betrouwbare coalitiepartner. Een jankebroer is een drammer, iemand die geen argumenten heeft maar zijn zin doordrijft met waterlanders. Een huilie, huilie. Dat kunnen we niet hebben, zeker niet in de tweede kamer, waar de trots van de natie zich als vertolker van de volkswil manhaftig moet gedragen. Jongens van stavast!

Wat een man wel mag in het openbaar, op de werkvloer, bij collega’s is, om maar wat te noemen: een tirade afsteken over hyena’s uit zandbaklanden die hier in onze fijne moerasdelta de boel komen verstieren.
Een man mag het met een uitgestreken gezicht hebben over de onvolprezen VOC-mentaliteit van ons volk.
Een man mag feesten met de Dutchbatters die net uit Srebrenica in Zagreb aangekomen zijn, en een biertje drinken met Poetin.
Een man mag een keiharde aanpak willen tegen mensen die protesteren tegen volkerenmoord. Een man mag zeggen dat Israel het netjes doet.
Hij mag best in een appgroepje zitten waar antisemitische memes rondgaan, als hij het maar glashard ontkent.
Hij mag in potsierlijk Latijn of met een survivaljacket aan dwaze nonsens verkopen en hardop zeggen dat we geregeerd worden door reptielen.
Een man mag door een brievenbus pissen. Een vrouw een heks noemen.
Op zijn bruiloft gezellig zijn gasten knuffelen tijdens de coronalockdown en toch aanblijven als minister van Justitie en Veiligheid.
Hij mag aan van alles geen actieve herinnering hebben.
Zijn ideologische veren afschudden.
Verrukt opmerken dat er tribunalen gaan komen.
Een man mag vinden dat de Nashville verklaring helemaal geen anti-homodocument is, en dus met behoud van morele integriteit ondertekend kan worden.
De pooier zijn van zijn vrouw als dat zo uitkomt.
Fotorolletjes en bonnetjes kwijtraken.
Hij mag handen schudden waar het bloed vanaf druipt.
Een man mag eigenlijk alles. Maar huilen?
Nee, dat kan echt niet. Dan ben je niet geschikt voor het landsbestuur.

De eierbal en ander erfgoed

Omdat er zo verdomd weinig aanleiding is dezer dagen om enige mate van trots te voelen over dit land waarin we leven, werd ik in mijn niet aflatende zoektocht naar hoop getriggerd door een bericht over de Groningse eierbal. Die is sinds 2017 onderdeel van ons immateriële erfgoed. Dat is op zich al een feest, maar het wordt nog mooier: de gedeputeerden van Groningen, onder aanvoering van de BBB, hebben besloten om de eierbal een boost te geven, zodat de geliefde na-het-stappen-lekkernij ook buiten de provinciegrenzen bekendheid kan verwerven en snack-of-choice kan worden. Een worstenfabrikant krijgt subsidie voor het ontwikkelen van een eierbalmachine. Dat is geen eenvoudige taak, want een eierbal maken vraagt een grote mate van vakbekwaamheid: het ei moet precies hard genoeg gekookt worden en gepeld zonder dat er stukjes wit aan de schil blijven plakken; de ragout moet smeuïg en toch ook plakkerig genoeg zijn om gelijkmatig om het ei te kunnen worden aangebracht, en dan is er nog het knapperig krokante broodkruimlaagje. Tel daarbij op dat elk ei anders van vorm is, en je snapt de puzzel. 
Het in de markt zetten wordt een uitdaging op zich, want de bal laat zich niet invriezen. Kortom, het is te hopen dat de worstenmaker eruit gaat komen voor de 45.000 euro die is uitgetrokken voor de sponsoring van dit huzarenstukje.

Gegrepen door de belofte van saamhorigheid die alleen al van de naam ‘immaterieel erfgoed’ uitgaat, ging ik op zoek naar meer. Op de site van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland leerde ik dat ‘de traditie bestaat uit het maken en eten van de Groningse eierbal bij diverse gelegenheden, dat de bal uit de hand maar ook als maaltijdcomponent gegeten wordt; en dat iedere familie wel een culinair lid heeft dat zich op hoogtijdagen laat verleiden tot het serveren van zijn of haar eierballen in huiselijke kring’.
Nog wat verder zoekend vond ik de Twentse Krentenwegge – dat is een oversized krentenbrood dat wat rusttijd betreft afhankelijk is van het weer en met hulpgrondstoffen wordt verstevigd. Je kunt een Wegge meenemen naar je tante, maar meestal wordt het bij een speciale gelegenheid zoals een geboorte, een sterfgeval of een hoogmis besteld.
Ook het mooie snertkoken ontbreekt niet in de lange lijst van typisch vaderlandse verworvenheden. Snert, erwtensoep die een nacht lang gestaan heeft, is van oudsher een eenvoudige doch voedzame brei van in water gekookte varkenspoot met erwten en restjes van het land, maar de variatiemogelijkheden zijn niet te onderschatten. Tijdens het wereldkampioenschap snertkoken wordt de jury dan ook ‘uitgedaagd om over de basis en de dynamiek van de traditie na te denken’.

Tussen het Melkbusschieten, de Kinderpostzegelactie, het Fruitcorso, de Goededoelenloterij, Vendelzwaaien, Papierscheppen, Strontweek, de Schutterij, het Handschrift, Carnaval, Fanfare, 4 en 5 mei en nog een baaierd aan volkscultuurpareltjes, tref ik ook Het slurpen van de Papeda, Angisa binden en Koto maken en Pencak Silat en Silat uit onze voormalige overzeese gebiedsdelen. Want die horen er vanzelfsprekend ook bij.
En godlof, als hekkensluiter: het Brabantse worstenbroodje. Een rolletje vlees in een wit broodje, waarbij ‘onderdeel van de traditie ook de manier is waarop het worstenbroodje wordt gegeten: het gezellige samenzijn met vrienden of familie’, zo meldt het kenniscentrum. En: ‘De gemeenschap van het Brabantse worstenbroodje wordt gevormd door de producenten, dus de (varkens)boeren, slachters, slagers en (thuis)bakkers. Erg belangrijk zijn natuurlijk de consumenten.’
Ik ben weer helemaal thuis!

Een tempel voor Baby Ram

Het wordt steeds voller in het clubhuis van enge leiders. Neem bijvoorbeeld Narendra Modi, ooit gouverneur van de noordelijke Indiase deelstaat Gujarat, waar hij alom geprezen werd voor het Wirtschaftswunder dat hij daar verrichtte. Onder zijn bezielende leiding voerden zijn volgelingen tussendoor een grote pogrom tegen de moslimbewoners van de deelstaat uit. Dat verhinderde niet dat hij namens zijn partij, de BJP (Bharatiya Janata Patry – Indiase Volkspartij), de leider van ‘de grootste democratie ter wereld’ werd.

Dit voorjaar zijn er weer verkiezingen in India. De BJP promoot Hindutva, een hindoe-nationalistische, identitaire, fascistoïde ideologie die vindt dat India exclusief van de hindoes is, en dat alles wat afwijkt zich moet onderwerpen aan de hindoe-hegemonie. Moslims zijn uiteraard het eerste slachtoffer van dit superioriteitsdenken van de hindoe meerderheid, maar ook christenen en alle anderen moeten eraan geloven als ze in de weg zitten.
Hindutva is populair, maar het kan altijd beter. En nu het campagnetijd is, kan het geen kwaad om het vuur nog wat op te poken. En daarvoor biedt de Ram Lalla (Baby Ram) tempel het perfecte decor.

Waar gaat het eigenlijk over? Een beetje achtergrond bij de feestelijkheden.
In de zestiende eeuw heeft Babur de Veroveraar in Ayodhya de Babri moskee laten optrekken. En wel precies op de plek waar volgens de overlevering de hindoe god Ram¹ is geboren. Ram bezet, als avatar van Vishnu, een belangrijke positie in het hindoe pantheon. Die moskee was dan ook een doorn in het hindoe-nationalistische oog; aan dit historische onrecht moest een eind komen. De BJP nam het voortouw en voerde agressief campagne tegen de moskee, waarbij de toenmalige partijleider L.K. Advani in een strijdwagen door het land trok om kond te doen van de verderfelijkheid van de moskee, en in het verlengde daarvan de moslims.
Dat was een doorslaand succes: in december 1992 bestormde een vakkundig opgehitste meute de moskee en brak die tot de grond toe af – letterlijk. Door heel India vielen doden bij de op de vernieling volgende rellen. Op de plek waar de moskee stond bouwde men een noodtempel. Om een glimp te mogen opvangen van het beeldje van Baby Ram in zijn schrijn van canvas, werd je eerst uitgebreid gefouilleerd om daarna door een langgerekte kooi omringd door soldaten langs de beeltenis van Ram als kindeke geloodst te worden. Een memorabele gebeurtenis, maar geen uitnodigende omgeving voor contact met het hogere.

Het herbouwen van de Ram tempel werd een fenomeen. Uit Europa en Amerika stroomde het geld binnen voor de tempel. Van overal kwamen gelovige hindoes naar Ayodhya om stenen te doneren. Soms kwamen ze met de trein.
En toen gebeurde dit: in februari 2002 vloog een treinstel met Ayodhya pelgrims in brand bij Godhra, in Gujarat. 58 mensen kwamen om. Moslims kregen de schuld van de brand. Een goed voorbereidde en georganiseerde pogrom kostte zeker 2000 moslims het leven; tienduizenden werden verdreven. Militante hindoes wapenden zich met drietanden, messen en ijzeren staven. Ze beschikten over geprinte lijsten met adressen van huizen, winkels en bedrijven van moslims. Er stonden gasflessen klaar om bij de aanvallen te worden gebruikt. Vrouwen waren het doelwit van seksueel geweld. Het teken ‘OM’ werd in lichamen van slachtoffers gekerfd. Als ze niet direct betrokken waren, hielden politie en politici zich afzijdig.²
Het is nooit bewezen dat het treinstel van buitenaf is aangestoken, de brand zou ook van binnenuit ontstaan kunnen zijn door een omgevallen kooktoestel.
De toenmalige premier van India, van dezelfde partij als Modi (toen gouverneur van Gujarat), vond het niet meer dan normaal dat woedende hindoes wraak namen voor het ‘terrorisme’ van de moslims op vredelievende pelgrims. Modi noemde de treurige vluchtelingenkampen waar de verdreven moslims ondergebracht werden, babyfabrieken in zijn eigen variant van de omvolkingstheorie. Haat en verdachtmaking levert stemmen op, ook in India. Hindutva bloeit.

De apocalyptische moordpartij heeft de carrière van Modi alleen maar goed gedaan. Hij is vanaf 2014 premier van India. En hij wil dat blijven. Vandaar dat opnieuw de tempel voor baby Ram in de spotlights wordt gezet. De bouw is nog niet voltooid, maar 22 januari 2024 was bepaald als het meest gunstige tijdstip voor inhuldiging. Dat Modi bij die feestelijke gebeurtenis een hoofdrol vervult, komt mooi uit in campagnetijd. Modi presenteert zichzelf ondertussen als uitverkoren leider, als hoeder van het hindoeïsme, die van het mulitculturele India graag zo snel mogelijk een Hindoe Rashtra (staat) wil maken. De in de Indiase grondwet vastgelegde seculariteit van de Indiase staat, en de gelijkheid van religie worden daarbij naar de achtergrond gedrongen.

 

¹ Ram is de held uit de Ramayana, het epos over zijn levensreis, ontstaan tussen de vierde en tweede eeuw voor het begin van onze jaartelling. Op de plek van de tempel in Ayodhya, zou Ram ongeveer een miljoen jaar geleden geboren zijn. Precies op die plek dus.
² Zie bijvoorbeeld: Arundhati Roy, Listening to grasshoppers – Fieldnotes on democracy 2009, en Human Rights Watch, ‘We have no orders to save you’ – state participation and complicity in communal violence in Gujarat, april 2002.

De ambtenaar en het banale kwaad

Toen de filosoof Hans Achterhuis begin 2021 werd gevraagd of hij een actueel voorbeeld kon noemen ter illustratie van wat Hannah Arendt ‘de banaliteit van het kwaad’ noemde, zei de eerste Denker des Vaderlands zonder aarzelen: De toeslagenaffaire. ‘De belastingdienst vorderde agressief soms duizenden euro’s terug, wat vele levens heeft verwoest. Het gaat nu voortdurend over de politieke verantwoordelijkheid, maar we mogen niet vergeten dat hieraan enorm veel ambtenaren hebben meegewerkt. Die hebben braafjes uitgevoerd wat hun werd opgedragen, terwijl zij, veel beter dan de politici, toch zagen wat ze aan het aanrichten waren? Een perfect voorbeeld van de banaliteit van het kwaad.’ En Mark Rutte, zegt hij, belichaamt die banaliteit van het kwaad.1
Dat was een pittige opmerking van Achterhuis, want Arendt had die uitspraak gemunt met betrekking tot Adolf Eichmann, de belangrijkste uitvoerder van de Holocaust. Ze was als verslaggever aanwezig bij het proces tegen Eichmann in 1961 in Jerusalem, en had het mannetje in zijn glazen kooi geobserveerd en naar hem geluisterd. Ze verweet hem dat hij nooit had nagedacht over wat hij eigenlijk aan het doen was, en gehoorzaam uitvoerde wat hem werd opgedragen. Dat maakte het kwaad dat Eichmann belichaamde banaal, dat niet-nadenken over, dat gedachteloze uitvoeren van zijn opdracht. Zonder acht te slaan op wat hij teweegbracht; ongeacht de gevolgen voor echte mensen.

Dat er met, wat eufemistisch ‘het toeslagenschandaal’ is gaan heten, een grens overschreden was, bleef ook op het ministerie van Binnenlandse Zaken niet onopgemerkt. Het programma ‘Dialoog en ethiek’ werd in het leven geroepen. Een programma dat ambtelijke tegenspraak nieuw leven moest inblazen, zodat ‘speaking truth to power’ weer een onderdeel zou worden van de ambtelijke professionaliteit. En ambtenaren dus niet meer als radertjes in het systeem de hun opgedragen taken gedachteloos uitvoerden. Dat ze op een moreel kompas mochten varen, zich een oordeel vormen en dat langs door gekozen volksvertegenwoordigers gemaakt beleid mogen leggen. Dat ze niet vergeten dat wat ze doen of laten effect heeft op levens van echte mensen, en dat daarover nagedacht moet worden. Zonder persoonlijke mening of voorkeur te verwarren met de objectieve ambtelijke taakopvatting, en zonder politiek te bedrijven.

En dat lijkt me dus precies wat de ambtenaren die zich openlijk uitspreken tegen de onvoorwaardelijke steun van het kabinet – of wat daar nog van over is – onder leiding van Mark Rutte, aan het doen zijn. Beredeneerd aangeven dat ze geen verantwoording kunnen of willen nemen voor de uitvoering van beleid dat indruist tegen internationale verdragen en mensenrechten. Dat de onvoorwaardelijke steun van Nederland aan Israël met een beroep op Israëls recht op zelfverdediging voorbijgaat aan de disproportionaliteit van de bommenregens op Gaza. Door erop te wijzen dat er geen onderdelen van wapens mogen worden uitgevoerd als er een gerede mogelijkheid is dat die wapens worden gebruikt voor het schenden van oorlogsrecht of mensenrechten. Dat het bewust verdorsten en uithongeren van een burgerbevolking een erkende oorlogsmisdaad is. Dat het platgooien van scholen en ziekenhuizen, ook als het oorlog is, niet mag.
We mogen blij zijn met ambtenaren die zich wat aantrekken van de lessen die geleerd zijn van het toeslagenschandaal. Die niet bereid zijn om als radertjes in een systeem doof, stom en blind uit te voeren wat hen wordt opgedragen. Die niet medeplichtig willen zijn aan ongekend onrecht, ook niet als het aan de andere kant van de wereld levens verwoest en bedreigt. En die hun democratisch gekozen leiders bij de les houden als het gaat om internationaal recht, door Nederland ondertekende verdragen, en om, laten we het gewoon benoemen, medemenselijkheid. Dat is hun taak. Al wordt er nog zo hard vanuit allerhande hoeken geroepen dat ambtenaren hun kop moeten houden en gewoon moeten doen wat ze wordt opgedragen. Het kwaad is nog altijd banaal. En Rutte is nog altijd, zij het demissionair, premier.

PS. En dit geldt ook voor de ‘klimaatrebelse’ ambtenaren, die hun leiders eraan herinneren dat er wel wat vaart gezet kan worden achter de uitvoering van het beleid dat ze zelf hebben gemaakt.

1 Uit: Knack, 27 januari 2021) Hans Achterhuis, eerste Denker des Vaderlands: ‘Mark Rutte belichaamt de banaliteit van het kwaad’, Knack, 27 januari 2021, Simon Demeulemeester en Jeroen Zuallaert

Vogelsang, Forumland

Midden in Naturpark Eifel stuiten we op een poortgebouw. Zuilen markeren de ronde doorgang, op een van de flankerende vleugels prijkt een te groot ruiterrelief. We rijden onder de poort door. Grauwe, strakke, strenge gebouwen rijzen op uit de mist. Lijkt verdomd veel op nazibouw. En dat is het ook: zonder voorbedachte rade zijn we op het terrein van de Ordensburg Vogelsang beland. De nationaalsocialisten stichtten hier een eliteschool en trainingscentrum voor hun partijkader. De bouw begon in 1934; de megalomane plannen zijn nooit helemaal verwezenlijkt. Wat wel gerealiseerd is, maakt dat je geen heimwee hebt naar de rest. Grote kazernes opgetrokken uit beton waar brokken natuursteen op zijn bevestigd, voor een stoere Heimat-look; een hoge vierkante toren met een Ehrenhalle eraan vast waar de doden van de Hitlerputsch uit 1923 worden herdacht; een Adlerhof, waar ooit een reusachtige adelaar stond; een atletiekbaan, zwembad, sporthal en restanten van meer dan manshoge nazibeeldhouwwerken die het Arische mannenlichaam in volle glorie den volke tonen, billen, ballen en al het andere. Boven de beeldengroepen is de swastika uit zijn lauwerenkrans gebeiteld, de poten van de adelaar omklemmen lege kransen, resten vleugels, de grootbesnavelde koppen gesneuveld. In de nadagen van de oorlog is het complex deels verwoest. De bezettende Britten gebruikte het als kazerne. De nazi-symboliek is bedekt bewaard, zodat er lessen geleerd worden zonder dat er aanstoot genomen wordt.

Binnen in een van de kazernes is een tentoonstelling ingericht over de geschiedenis van het complex: Herrenmensch. Nazi-Ordensburgen tussen fascinatie en misdaad. Er wordt een verhaal geschetst over grootheidswaan en mislukking. De eliteopleiding die de jonge fakkeldragers van de nieuwe orde zou opleiden tot kleine Führers onder die ene, kwam niet echt uit de verf. Goede leraren waren schaars, de crisis zorgde ervoor dat je aanmelden bij Vogelsang een uitweg bood uit armoe en ellende, toelatingsselectie werd omgebogen ten gunste van veteranen uit de eerste wereldoorlog, sommige rekruten al eind twintig bij aanvang van de training. Toch doolden jarenlang honderden jonge en minder jonge mannen rond op Vogelsang. Veel aandacht was er voor sport en lichamelijke ontwikkeling, academisch lag het accent op rassenleer en nazi-ideologie. Adolf Hitlerscholen vonden na 1942 een onderkomen op het terrein. Op foto’s zie je jongens in HJ-uniform, geflankeerd door mannen met petten en lange leren jassen. Het hoge SS kader kwam graag op bezoek. Hitler zelf kwam langs. Hier werd de nieuwe mens gevormd!
Maar toen begon de oorlog. De Vogelsang mannen werden ingelijfd bij de Wehrmacht. Ze droegen onder andere hun steentje bij in de Einsatzgroepen die in Polen achter de troepen aantrokken om het beulswerk van de beginnende Jodenvervolging op te knappen, en af te rekenen met Poolse krijgsgevangenen.

We lopen het terrein over, het is steil, sleetse trappen, alles oversized, de grijze lucht hangt laag. Ik moet denken aan Iem Al Biyati, die Freek Jansen opgevolgd is als leider van de jongerenbeweging van Forum voor Democratie. Ze geldt in die kringen als veelbelovend. Gezellig samen met Freek c.s. zat ze in de jong-FVD app waar die geinige nazi-memes onder applaus rondgingen. Ironie, joh! Tuurlijk.
Ik zag haar in de serie ‘Eigen volk eerst’, gemaakt door Sahar Meradji en uitgezonden door Powned. Rare serie, overigens. Vast niet kwaad bedoeld, maar de uitwerking laat nogal te wensen over: commentaarloos bedenkelijke tirades uitzenden is nou niet bepaald wat je noemt kritische tv maken…
In de serie zien we Iem in legerbroek en T-shirt ergens in Tsjechië een groep JFVD’ers drillen, die ze later voorhoudt dat ze ‘uitverkoren’ zijn. Voor wat laat zich raden.
Ze kiest haar woorden met zorg, goed media-getraind, precies tot het randje. Het gaat om het ontwikkelen van het zelf, van een goed werkende geest in een afgetraind lichaam. Om het redden van de beschaving. Saamhorigheid. Even niet meer de enige zijn die niet gediend is van de linkse praatjes van klasgenoten en docenten. Geen genderwaanzin. Liefde voor onze prachtige geschiedenis. Even niet de enige zijn die normaal is. Horen bij de generatie die het partijkartel omver gaat werpen. En ook filosofisch de diepte in duiken. Jonge, rechtse, nationalistische jongeren die hun ideeën omzetten in actie.[1]
Iem Al Biyati is een verschijnsel waar je je hoofd over breekt, een jonge vrouw, kind van migrantenouders, zo zelfverzekerd dat het voor de haar omringende Forum-jongemannen ‘een dingetje’ moet zijn. Niet het prototype van de haar man dienende deerne. Als Iem ‘nee’ zegt, dan kijk je wel uit om dat te negeren! Slimme zet om haar voorzitter van de jongerenclub te maken: zie je wel dat de soep niet zo heet gegeten enz…

Om het JFVD trainingskamp hangt een sfeer die je hier in Vogelsang moeiteloos terugziet: fakkeldragers van de nieuwe orde. Toen. En nu dus weer. Het zijn geen uit de kluiten gewassen kinderen die lekker samen aan het sporten en dollen zijn, borrelpraat verkopen en zich uitleven met tienerhumor. Daarvoor galmt het gestamp van de laarzen nog teveel na, en kun je, als je je inspant, het angstzweet van de verdrevenen nog ruiken.

[1] Fragmenten uit speech JFVD voorzitter Iem Al Biyati op partijcongres FvD, 4 december 2022

Als Hij terugkwam…

‘Als Hij terugkwam in Jerusalem, tot wie zou Hij dan gaan? Tot de Joden hier, of tot de moslims daar of tot hen die de christenen heten…’
Fons Jansen vroeg zich dat af, in een cabaretnummer uit 1968. Ik hoorde het als kind en heb het altijd onthouden.
Tot wie zou Hij gaan dezer dagen? Lijkt mij een no brainer. Hij zou Jerusalem subiet de rug toe keren, geen ezel, geen palmtak, Hij neemt de bus, en Hij gaat naar Rafah. Hij weet heus wel dat in Jerusalem voor Hem weinig goeds in het verschiet ligt (Been there, done that … Barabas, Barabas…)
Hij moet een vette omweg maken, via Egypte, maar ook die route kent Hij nog van vroeger. In Rafah gaat Hij de grens over. Dat lukt, want Hij ziet eruit alsof Hij er hoort. Hij is niet verdacht, of toch… Hij wordt gefouilleerd, gevisiteerd, bespot door soldaten. Maakt Hem niks uit. Kent Hij.

Uiteindelijk mag Hij door. Hij loopt, tegemoet komen Hem de verdrevenen van Gaza. Geen herberg staat meer overeind. Geen stal biedt onderdak. De lucht verzadigd van kruitdamp. Geen stille midwinternacht, het is een kakofonie van explosies, sissende vlammen, gillende mensen. De hemel barst open in een vuurzee.
Hij gloeit van de oudste woede ter wereld: die van de zoon op de vader. De vader op wie de zoon vertrouwt tot hem de schellen van de ogen vallen en de vader onverhuld voor hem staat, geen held, geen redder, maar een man, net zo huiverig, humeurig en onrechtvaardig als iedereen. Voor Hem is het niet anders. Hij beleeft in Zijn geboorteland het demasqué van Zijn Vader. Voelt het tot op het bot. Hij heeft Zijn leven te danken aan een kwaadaardige huistiran die met de mensen in het beloofde land speelt alsof het tinnen soldaatjes zijn. Wraakzuchtig, oorlogszuchtig.
Moedeloos gaat Hij op een brokstuk van wat een huis was zitten. Hoe verder? Is Zijn liefde opgewassen tegen dit verderf? Moet Hij trouw blijven aan een meedogenloze Vader?
Voor Hij de vragen beantwoorden kan, doorboort een kogel uit een snipergeweer zijn toch al bloedend hart. En wordt het donker.

Geen spreidingswet meer nodig

Er zijn, volgens informatie van de Rijksoverheid, en voor nu ga ik er gemakshalve nog van uit dat informatie van de Rijksoverheid ongeveer betrouwbaar is, 231.000 woningen niet beschikbaar. De Rijksoverheid heeft deze informatie gevat in een infographic – want lezen wordt steeds moeilijker voor de gemiddelde Nederlander, het oog wil ook wat, en je moet iets met het legioen communicatiespecialisten, toegankelijkheidsmanagers en vormgevers.
231.000 woningen die er wel zijn, maar niet bewoond kunnen worden, althans, die niet op de woonmarkt voor bewoning worden aangeboden.
Deels gaat het om ‘institutionele’ bewoning. Daarmee worden zorginstellingen, bejaardenhuizen, beschermd wonen projecten en dergelijke bedoeld – je weet wel beschuttende en verzorgende centra die zo enthousiast zijn wegbezuinigd onder het mom van: iedereen telt mee! Zo lang mogelijk thuis! Met mantelzorg! In de eigen buurt! Midden in het leven! Iedereen telt mee!
Gevangenissen en kloosters horen er overigens ook bij.

De rest zijn tweede woningen. Woningen voor erbij van mensen die al een huis hebben, maar ook nog een pied-à-terre in de grote stad, een kek villaatje in het bos of een lief hutje op de hei willen hebben. Voor als ze er eens eventjes lekker tussenuit willen, zonder aangewezen te zijn op die onpersoonlijk hotels, zeker nu vliegen toch wat bezwaarlijk wordt als het voor een weekend of een midweekje is, want het milieu.
Zeg dat pakweg de helft van die 231.000 niet voor bewoning beschikbare woningen in de categorie tweede huizen valt. Dan heb je het toch over 115.500 woningen. En als je er heen kan om bij te komen, uit te rusten van alle werkstress, om eens een boek te lezen of je witte wijn te nippen bij een vuurkorf, dan zijn ze van alle moderne gemakken voorzien en zou je er dus, in principe, ook permanent in kunnen wonen.

Verkassen we nu naar Ter Apel. Daar is het zo vol dat het gewoon niet meer te doen is, niet in het asielzoekerscentrum zelf, niet in de buurt, niet in de bus. Het is een borrelende heksenketel vol wanhoop, onverschilligheid, agressie, volharding, onvrede en haat.
Om te ontsnappen aan die sores – en bijvoorbeeld eens wat geluk te zoeken – zou je zo graag ergens willen bijkomen, in een pied-à-terre in de grote stad, een kek villaatje in het bos of een lief hutje op de hei. Je bent tenslotte de kommer en kwel in je thuisland ontvlucht omdat je leven op het spel stond, soms letterlijk, soms figuurlijk, maar altijd ontheemdend en altijd naar.

Stel, we zetten de deuren van al die leuke tweede huisjes open voor asielzoekers, die er een sociale huur voor betalen. Desnoods, als het echt niet anders kan, bieden we de eigenaren een ontwenningscompensatie aan, zoals we dat ook deden toen we de slavernij afschaften. Want als er iets beschermd dient te worden in een goed functionerende, moderne democratie, dan is het particulier bezit.
Als je alle nu in centra verpieterende asielzoekers hebt ondergebracht, durf ik te wedden dat er nog genoeg huisjes over zijn voor ‘onze eigen mensen’, die nu noodgedwongen bij hun ouders wonen en geen gezin kunnen stichten. Ook voor sociale huren, zodat ze dat gezin ook echt kunnen stichten, want ik heb me laten vertellen dat gezinnen stichten belangrijk is voor het overleven van onze cultuur.

Volgens de infographic van het ministerie zijn er op de markt verder 47.000 woningen vrij beschikbaar. Die kunnen dan verdeeld worden onder de jubeltonners, de dikke tweeverdieners en de gesubsidieerde expats.

Aanzuigende werking? Hoor ik iemand aanzuigende werking zeggen? Denk je echt dat je nog voor Nederland kiest als je op de vlucht bent? Volg je de politiek wel? Hou je de dingen wel een beetje bij?

‘Trek maar aan het touwtje en de lucht wordt fris…’

Kennen jullie hem nog, die reclameslogan voor een of ander busje met een of ander luchtje dat de onwelriekende odeur in het privaat, de natte hondenlucht in de leefkuil, of andere onplezierige geurtjes kon verdrijven door een trek aan het touwtje? En herinneren jullie je ook nog Terlouw’s touwtje uit de brievenbus?

Ik bespeur in mij een – toegegeven, nogal aandoenlijk – verlangen naar een touwtje uit elke brievenbus die de extreemrechtse meur die in de lucht hangt uitwist. Die zure, penetrante lucht zoals die uit een lang niet ververste kattenbak opstijgt, of uit de berm als daar een dood dier ligt te vergaan. Die lucht die als een walmende wolk over Nederland hangt. Ik wil geen luchtverfrisser die ons de muffe jarenvijfig nestlucht van het gezellige katjes in het donker knijpende katholieke dorp brengt, die geur die om de partij van Omtzigt hangt. En ook niet de milde zweetlucht die de veel te laat piekende Timmermans sinds zijn vlammende met emotie geladen verliezersspeech aankleeft. En vanzelfsprekend al helemaal niet de verschaalde bier en gestold bitterballenbakvet-ruft die rond de neo-liberalen hangt. Niet het aroma van opgekropte woede, van vergane glorie, onbereikbare ambities, blinde haat, maakt niet uit wie de tegenpartij van het moment is. 

Nee, ik wil een essentiële olie die geperst is uit onversneden Liefde. Niet die romantisch zoete pannenkoekenmetstroop- of wafelsmetsuikerlucht van de slijmerige romcomuithollywoodliefde, nee, ik wil de licht melancholieke geur van amor mundi, de liefde voor de wereld, van top tot teen, van steen tot wolkendek, voor alles wat leeft of leven mogelijk maakt. De damp die de walmende wolk die boven ons land hangt verdrijft, het ultieme menselijke parfum dat gewoon aardig zijn voor elkaar weer normaal maakt. Met een trek aan het touwtje dat uit elke brievenbus hangt.