Brieven uit Polen

Deze ‘Brieven uit Polen’ zijn geschreven in de zomer van 2025 tijdens een tocht door Polen.
Ik bezocht daar de plaatsen waar de Holocaust zich heeft voltrokken, om meer inzicht te krijgen in de omstandigheden waardoor we zo snel verrechtsen en waaronder de huidige genocide in Palestina plaatsvindt.

Of dat gelukt is, durf ik (nog) niet te zeggen, maar door me te verdiepen in de geschiedenis zijn de parallellen tussen toen en nu helderder geworden.
De verbanden tussen het nazisme van toen, het opkomend
fascisme van nu; gecultiveerd slachtofferschap, nationalisme,
superioriteitsgevoel, de haat tegen anderen die – als je even niet
oplet – ontaarden kan in uitsluiting, deportatie, massamoord.
Dat wegkijken de meest gangbare attitude is, medeplichtigheid altijd op de loer ligt, en dat bijna niemand in staat is om ‘de ander’ te behandelen als hij zelf behandeld wil worden, zeker niet als er gebrek is en er gevaar dreigt. En dat, ondanks al dat, de hoop op betere tijden en verlangen naar rechtvaardigheid altijd de motor is voor verzet, hoe klein ook.

Lees de brieven via de link: Saskia Kunst – Brieven uit Polen – 2025

Overbodige eters

De eerste gaskamer die ik zag was witgepleisterd. In de ruimte stonden portretten op ijzeren staven, wat me deed denken aan hoe sommige mensen ansichtkaarten als decoratie neerzetten. De portretten waren van mensen die in de gaskamer waren vermoord; mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking.
Het was in Pirne, in Sonnenstein, een van de oudste psychiatrische inrichtingen in Duitsland, in de duistere jaren een van de centra waar Aktion T4, een eugenetische operatie om het Duitse ras gezond te houden, in 1940 en 1941 werd uitgevoerd. De naam T4 verwijst naar het hoofdkwartier van de Aktion aan de Tiergartenstrasse 4 in Berlijn, want er waren meer van dit soort centra. Zeker 70.000 mensen werden in die twee jaren in tot gaskamers omgebouwde kelders, vrachtwagens of door dodelijke injecties vermoord omwille van het idee van raszuiverheid.
De Gedenkstätte is nieuw, in de DDR-tijd was er weinig aandacht voor slachtoffers die niet als antifascistisch konden worden gekwalificeerd, en wat herdenken betreft had men zowel in Oost als in West sowieso de handen vol aan de Holocaust.
Het instituut is nog steeds een ziekenhuis. Op het plein voor de herdenkingskelder zitten bewoners op een bank in de zon. Een van hen graait met zijn handen in de lucht en vertelt met verve een verhaal in een klankenpalet waarvan ik de betekenis niet ken. Zijn publiek luistert met open mond.

Eugenetica – het manipuleren van menselijk leven – is geen uitvinding van de nazi’s, en is ook niet in 1945 ter ziele gegaan. Het idee dat mensen maakbaar zijn, en ‘vlekjes’ kunnen of moeten worden weggepoetst is wijdverbreid.
In Amerika bedachten schedelmetende onderzoekers en veeboeren met een voorliefde voor raszuiverheid dat je, als je het perfecte rund kon creëren door natuurlijke selectie een handje te helpen, je die kennis ook op mensen moest kunnen toepassen.
De Brit Galton, antropoloog en neef van Darwin, zag eind negentiende eeuw wel wat in het toepassen van de survival of the fittest theory op zijn medemens.
In Australië probeerde de blanke indringers nog tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw het Aboriginal bloed uit de oorspronkelijke bewoners te fokken. Er was ontdekt dat sommige Aboriginal kindjes blond haar hadden. Dat was genoeg voor de raszuiverheidspioniers om ervan uit te gaan dat er dus toch iets van waarde in het genetisch materiaal van de oorspronkelijke bewoners moest zitten, dat verdund was geraakt in de loop der tijd. Het onterende experiment was erop gericht die verdunning terug te draaien.
In India werden tijdens de Emergency onder leiding van Sanjay, zoon van toenmalige minister president Indira Gandhi, op grote schaal gedwongen sterilisaties verricht, niet toevallig vooral bij lage kaste-hindoes en moslims; een praktijk die ook nu in verschillende landen nog populair is om groei van bepaalde minder gewenste bevolkingsgroepen te beperken.
Ook in Nederland zijn mensen gedwongen onvruchtbaar gemaakt om te voorkomen dat ze in staat zouden zijn zich voort te planten. Het was tot 2014 standaardpraktijk bij mensen die een geslachtsverandering ondergingen. Bij tijd en wijle laait de discussie over eugenetica weer op, bijvoorbeeld rondom abortus bij erfelijke ziekten of vastgestelde afwijkingen aan de foetus.

Al is de moeite die de nazi’s hadden met mensen die niet voldeden aan de door hen verbeelde ‘gezonde geest in een gezond lichaam’ dus niet uniek, hun oplossing was karakteristiek meedogenloos.
Aktion T4 begon in 1939. Bij iedereen die afweek van de nazinorm en het Germaanse ras door voortplanting kon verzwakken, moest voorkomen worden dat het ondeugdelijke genetisch materiaal kon worden doorgegeven. Elk leven dat in de ogen van de nazi’s niet volwaardig was, kon maar beter worden beëindigd. De genade dood noemde men dat, ter voorkoming van onnodig lijden. En passant werd zo ook afgerekend met ‘nutteloze eters’, mensen die onderhouden moesten worden zonder dat ze er iets voor terug gaven.
Het programma stond onder leiding van artsen die de patiënten beoordeelden op aandoening, eventuele bruikbaarheid en mate van lijden, met een scherp oog voor de kosten die bespaard konden worden als er niet behandeld werd. Verpleegkundigen hielpen gedwee mee om de mensen die met bussen vanuit hun instellingen werden aangevoerd na de keuring de gaskamer in te leiden.
Af en toe werden er zieken uit concentratiekampen opgebracht, dat waren immers als ze niet meer konden werken ook nutteloze eters.
In 1941 werd vanuit de katholieke kerk bezwaar gemaakt tegen het doden van onschuldige Duitse burgers, en omwonenden klaagden in toenemende mate over de stank van het crematorium en andere overlast. De commotie had enig effect, maar Aktion T4 werd niet opgeheven; het ging op een lager pitje door, waarbij uithongering de plaats van vergassing innam. De patiënten stierven in hun eigen instellingen, verspreid over het land, zodat het minder in het oog liep.

Ondertussen prepareerden de centra van T4 personeel dat gewend raakte aan het transporteren, selecteren en ombrengen van onschuldige, weerloze mensen. Mensen die experimenteerden met vergassing; die de voors- en tegens van koolmonoxide overwogen en zich afvroegen wat nou efficiënter was: een vaste  gaskamer of rijdende gasbussen. Die uitvonden hoeveel van het bestrijdingsmiddel Zyklon B nodig was om mensen dood te maken, en hoe lang dat dan duurde.
Elke handeling werd uitgevoerd door in de praktijk geschoold personeel, dat zijn nut en dienstbaarheid bewezen had en na de ervaring opgedaan bij T4 rijp was  voor verdere arbeid in Polen. Daar pasten ze de kennis toe en perfectioneerden de moordmethoden in de vernietgingskampen van Aktion Reinhard: Belzec, Treblinka en Sobibor, waar in 1942 en 1943 anderhalf tot twee miljoen mensen werden omgebracht. Poolse burgers, joods en niet-joods, uit het directe zicht van de Heimat.

Een onrecht herstellen

In de Tweede Wereldoorlog heette de Poolse stad Łódź Litzmannstadt, naar een Duitse generaal. De nazi’s vonden dat de Warthegau, het deel van Polen waarin Łódź ligt, integraal onderdeel van het Reich was, en daarom Judenfrei moest zijn.
De joden van Łódź, onteigend, verarmd en gemerkt met de ster, werden vanaf 1939 samengedreven in een getto, weggevoerd naar kampen of naar het General Gouvernement van Hans Frank om van daaruit verder verwerkt te worden.
Hans Frank zat niet te wachten op al die joden in zijn General Gouvernement. Siberië werd voorgesteld als hervestigingsoptie, maar ja, de Sovjets zaten in de weg. Bij gebrek aan andere alternatieven kreeg het idee van de Endlösung voet aan de grond. De nazi’s konden zich een Polen zonder joden (en liefst ook met substantieel minder Polen) net zo goed voorstellen als Daniella Weiss een Gazastrook zonder Gazanen. Het kost enige inspanning, maar dan heb je ook wat.

Łódź getto werd een overbevolkt werkkamp, geleid door Chaim Rumkowski, leider van de lokale Joodse Raad. Rumkowski meende dat als het getto maar productief genoeg was, de nazi’s de joden met rust zouden laten. De gettobewoners werden dagelijks afgebeuld in de lokale industrie ten bate van de Duitse oorlogsmachinerie.
Omdat er steeds nieuwe transporten aankwamen, raakte het getto onleefbaar overbevolkt. De Joodse Raad van Rumkowski werd verantwoordelijk voor het selecteren van de personen die moesten vertrekken. Richting Chelmno nad Neren – Kulmhof, een kamp waar met vergassing werd geëxperimenteerd als opmaat voor Aktion Reinhard – de massavernietiging in de Poolse kampen.
In Chelmno gebruikte men nog geen Zyklon B, maar uitlaatgassen van dieselmotoren, eerst in tot mobiele gaskamers omgebouwde vrachtwagens, later in vaste gaskamers waar de uitlaatgassen ingepompt werden. Gewoon, omdat het kon.
Rumkowski geloofde er zo heilig in dat hun arbeidspotentieel de joden zou redden van de vernietiging, dat hij in 1942 de gettobewoners overhaalde kinderen en ouderen uit te leveren: het quotum van 20.000 af te transporteren personen werd gevuld met onproductieve koters en oudjes. Uiteindelijk waren zulke pogingen tot overleven slechts uitstel ten bate van de Duitse oorlogvoering: het getto werd in 1944 geliquideerd en de mensen vermoord.

Bij Radegast, het stationnetje van waar de treinen naar de kampen vertrokken, is een herinneringsplaats gemaakt. In het houten gebouwtje bij het perron staat een grote maquette van het getto. Aan het perron staan een paar veewagons op de rails. Een lange betonnen gang leidt naar een halletje met gedenkplaten; een holle zuil reikt naar de hemel, lijkt op een schoorsteen. In de gang hangen de transportlijsten uit het getto, duizenden namen, netjes uitgetypt, vel na vel na vel.

Terwijl we de herdenkingsplaats bekijken rijden er vier bussen aan. Jonge Israeli – ze lijken de leeftijd te hebben van jongeren die van de middelbare school komen en straks het leger ingaan – komen kijken. Er zijn een paar bewakers bij, die zich strategisch posteren. Een ervan zegt dat we de groep niet mogen fotograferen.
De jongeren lopen rond, kijken naar de wagons, lopen door de tunnel. En gaan weer richting de bussen. Drie meiden lopen eerst nog naar een halve lantaarnpaal tegenover het monument met het opschrift ‘Gij zult niet doden’. Een van hen hurkt bij de paal, plakt er iets op en loopt met haar twee vriendinnen terug naar de bussen.
Nadat die zijn weggereden, ga ik kijken. Op de paal zijn stickers geplakt van soldaten die in de strijd in Gaza zijn omgekomen. Jonge mannen, ferme gezichten. Dode helden.
Automatisch begin ik aan de stickers te pulken, ze laten makkelijk los. Een voor een trek ik ze weg, plak ze tegen elkaar aan zodat het geen klont wordt. Er rijden twee fietsers voorbij, Poolse jonge mannen in fietsoutfit, met helmpjes op. Ze stoppen.
‘Waarom maak je dat kapot?’
‘Ik maak niets kapot, ik herstel iets.’
‘Maar mensen hebben dat opgeplakt ter herinnering.’
‘Ja, dat begrijp ik, maar ik verwijder het uit respect.’
‘Haal je dan ook lampjes weg die mensen bij een graf neerzetten?’
‘Nee, natuurlijk niet, maar dit is echt iets anders. Ik maak niets kapot, ik maak iets weer heel.’
De fietsers kijken wat bevreemd maar groeten me vriendelijk voor ze verder gaan.

De stickers zijn geen spontane uiting van het herdenken van doden. Het moet voorbereid zijn, de stickers geprint en meegenomen. Er is van tevoren over nagedacht.
Ik vind dat onverdraaglijk, het verbinden van de nazislachtoffers met de uitvoerders van de genocide in Gaza. Alsof de Holocaust een vrijbrief is voor de moordpartij; de ‘veiligheid’ van joden ten koste van alles moet worden gewaarborgd. Alsof joden geen mensen zijn zoals wij allemaal. Dat claimen van het ultieme slachtofferschap, generaties na de oorlog, als bouwsteen voor een uitverkoren volk-identiteit vind ik misselijkmakend.
Dat jonge, beïnvloedbare Israëli op deze manier worden misleid is verschrikkelijk. Natuurlijk zijn vrienden, familie en dierbaren verdrietig als er een soldaat omkomt. Dat spreekt vanzelf. Maar deze doden per met voorbedachten rade geproduceerde stickers verknopen aan de holocaustslachtoffers is een wandaad. Die wilde ik ongedaan maken.

Van de geschiedenis leren…

Altijd wordt maar beweerd dat ‘we niks leren van de geschiedenis’, terwijl dat toch aantoonbaar niet waar is. We leren ons rot van het verleden. Kijk maar naar uithongering, landjepik en volkenmoord. Voorbeelden van praktijken van vroeger waar we ook vandaag de dag nog van leren. Een paar voorbeelden:

Hitler – om maar te beginnen met iemand die we allemaal wel kennen – beschouwde uithongering als een legitiem middel waarbij het Herrenvolk-van-dienst het volste recht had om inferieure volken alle voedsel te ontzeggen. Hij vond het gewoon een plicht van de sterken om de zwakken uit te hongeren.

Inferieure rassen moesten volgens Hitler niet alleen worden uitgehongerd, ook hun land moest worden afgepakt. (zie: Zwarte aarde van Timothy Snyder, vanaf p.20).
Het Herrenvolk had Lebensraum nodig. En volgens de wet van het recht van de sterkste bedien je je dan van het land van de zwakken. Landjepik, heel normaal, puur natuur. En alles wat niet crepeert, of uit eigen beweging vertrekt, verdrijf je.

Hitler had dat volgens eigen zeggen afgekeken van de Amerikanen, die het succesvol toepasten bij het koloniseren van Amerika, waarbij de blanken dat gesorteerde roodhuidenvolkje mooi in het zand liet bijten. Vrouwen en kinderen werden niet gespaard, want ‘neten worden ook luizen’, zoals de Amerikaanse kolonel John Chivington zijn manschappen toebrulde bij de slachting bij Sand Creek in 1864.
I have come to kill Indians, and believe it is right and honorable to use any means under God’s heaven to kill Indians. … Kill and scalp all, big and little; nits make lice, aldus de voormalige methodistische predikant.

Nou zou Hitler het zelf nooit hebben toegegeven, want Russen waren in zijn ogen een minderwaardig slavenvolk waar de superieure Duitsers niks van konden leren, maar stiekem heeft hij zijn tactiek ook afgekeken van Stalin, die in 1932 en 1933 Oekraïne onderwierp door moedwillige uithongering.
Hitler had, net als Stalin, zijn zinnen gezet op ‘de graanschuur van Europa’, waar de lokale bevolking dan als slaven op plantages zou werken om het Herrenvolk te dienen.
Dat slavenmodel kende hij dan weer van bijvoorbeeld de Nederlanders, die het geperfectioneerd hadden in hun koloniale plantages. Germanen naar Hitler’s hart, die Nederlanders, die wisten wat heersen was.

Dus zeg nooit meer dat ‘we’ niks van de geschiedenis leren. Want kijk naar Israel, dat zich de lessen uit de geschiedenis ter harte heeft genomen: uithongering werkt, Lebensraum is een rotwoord met een akelige bijklank, maar Eretz Yisrael of Judea en Samaria kan, is minder besmet en nog mythisch ook.
Kinderen moeten niet gespaard worden, want die groeien uit tot bijvoorbeeld Hamasstrijders die het op vernietiging van de joodse staat hebben voorzien. En zolang we maar blijven benadrukken dat het ‘mindere mensen’ of zelfs ‘onmensen’ zijn die we uithongeren, verdrijven en afmaken, is er bij onze sympathisanten, wegkijkers en meelopers nauwelijks animo om ons te stoppen. Er is her en der wel wat gekrakeel, er worden wat maatregelen voor de bühne genomen, maar die kan je – veel later – met een ‘sorry’ weer ongedaan maken. Ook dat leert ons de geschiedenis.

(Afbeelding: Dagboekje van Leopold Claessens – bijgehouden van 1 tot 25 april 1945, waarin hij optekende (In Bergen Belsen) wat hij in Mittelbau-Dora te eten had gekregen. Museum bij voormalig concentratiekamp Mittelbau-Dora, bij Nordhausen)

4 mei: ‘wij’ zijn twee minuten stil

Waarom wordt er zo ingewikkeld gedaan over 4 mei? Waarom wordt er zo’n nadruk gelegd op ‘wij zijn twee minuten stil’, zoals de nationale dominee Mirjam Bikker verordonneert alsof dat het elfde gebod is: ‘Gij zult twee minuten zwijgen op 4 mei en wel om 20.00 uur precies’.
Wie zijn die ‘wij’? Waarom breekt er paniek uit als ‘wij’ niet alleen gesanctioneerde slachtoffers van toen wensen te herdenken, maar ook slachtoffers van nu, de dood ingedreven vanwege vergelijkbare waandenkbeelden, uitsluiting en ontkenning?
Waarom vindt Frits Barend dat hem ‘iets wordt afgepakt’ als er 4 mei ook aandacht wordt gevraagd voor de slachtoffers van het mensonterende geweld dat de Israëlische regering en haar handlangers over Gaza en steeds meer ook over de Westbank uitstorten?

Waarom doet Wilders alsof hij tot op zijn atheïstische botten gekrenkt is als er op eerste paasdag voor Palestijnse rechten wordt gedemonstreerd, nota bene door moslims? Waarom is dat een ‘pure provocatie’, maar is het wel acceptabel als er in het Hebreeuws wordt gezongen en/of gespeecht op een steunbetuiging aan Israël?
Omdat ‘wij’ Israël steunen, ‘wij’ Israëls recht op zelfverdediging benadrukken, ook al leidt dat tot massamoord en Israël geen moeite heeft met het doden van kinderen, journalisten, artsen, hulpverleners.
‘Wij’ herdenken de joodse slachtoffers van de Holocaust, ‘wij’ gunnen de joden hun moment, ‘wij’ stellen onder geen enkele voorwaarde het bestaansrecht van Israël ter discussie.

Wij, als in wat Benedict Anderson1 de verbeelde gemeenschap noemt, de ‘wij’ in ‘wij Nederlanders’. Een geconstrueerd groepsgevoel, dat in stand gehouden moet worden, met een eenduidig gedeeld verleden, rituelen en – deels verzonnen2 – tradities als bindmiddel.
Om die ‘wij’ te definiëren is vanzelfsprekend ook een ‘zij’ nodig: in de context van deze 4 mei zijn dat de mensen die slachtofferschap wat breder zien dan ’wij’ toelaatbaar vinden: moslims, Palestijnenvrienden en Hamas-knuffelaars. Ook bekend als ‘tuig’.

Op 4 mei herdenken ‘wij’ onze doden. En volgens de verzonnen traditie van onze joods-christelijke waarden is daarin geen ruimte voor andere slachtoffers dan die van ons.
Omdat ‘we’ ons collectief tijdens de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, tijdens de oorlog en erna niet bepaald ondersteunend, beschermend en verwelkomend tegenover onze joodse medemensen hebben gedragen, moeten deze smetten op ons blazoen gecompenseerd worden door alle kritiek op de staat Israël de kop in te drukken.
Dat er Nederlandse politici zijn die openlijk beweren dat antisemitisme met de moslims ons land is binnengekomen, geeft vooral aan hoe ver ‘we’ willen gaan om onze verbeelde gemeenschap in stand te houden.

Daarin zijn we niet alleen. Ook in Israël werd een verbeelde gemeenschap tot stand gebracht. ‘Wij’ mogen denken dat Israël aan de joden gegeven is als veilige haven voor de slachtoffers van de Holocaust, maar net na de Tweede Wereldoorlog vond Ben Goerion dat zijn jonge land meer had aan zionistische strijders dan aan getraumatiseerde Holocaust overlevenden.
Door het Eichmannproces in 19613 , waarbij een van de hoofdverantwoordelijken voor de deportatie en massamoord op de Europese joden terechtstond in Jeruzalem, ging de Holocaust een prominentere plaats innemen als bouwsteen van de identiteit van Israëli’s. Na de Zesdaagse oorlog in 1967, die Israël op overtuigende wijze won, werd afgerekend met het ‘als makke schapen ter slachtbank-syndroom’; werd Israël tot een baken van westerse democratie in een zee van vijandigheid en kon de Holocaust, op aangeven van Amerikaanse joden4, zijn allesbepalende plaats innemen in de lijdensgeschiedenis van het joodse volk.

Het idee dat het zo vervolgde joodse volk als een krachtige, strijdbare Phoenix uit de as herrees in het heilige, beloofde land, gaf Israël ook in Nederland een mythische glans. Israël steunen werd een teken van westerse beschaving: we hadden onze les geleerd.
Het ‘nooit meer’ in relatie tot de Holocaust werd toegevoegd aan de ingrediënten van onze verbeelde gemeenschap. We vonden tradities uit als de Nationale Dodenherdenking op de Dam, waarbij de joodse slachtoffers van het naziregime een centrale plaats kregen5. Een jaarlijks ritueel dat ‘wij’ als natie, als volk, als verbeelde gemeenschap beleven.
‘Wij’ zijn twee minuten stil.

Maar nu, onder de loden last van een andere genocide, mede uitgevoerd door nazaten van de slachtoffers van de Holocaust en gretig ondersteund door onze regering, brokkelt dat ‘wij’ af. Er klinken andere stemmen. Stemmen die de hypocrisie niet accepteren. Die het een gotspe vinden dat omvolkingstheorie-aanhanger Martin Bosma namens ‘ons’ een krans legt op 4 mei. Die het onverteerbaar vinden dat ‘nooit meer’ alle betekenis verloren heeft als het niet ook over Palestijnen gaat, en niet willen herdenken in het gezelschap van medeplichtigen of willen luisteren naar een premier die ongeloofwaardigheid een nieuwe dimensie geeft.

De scheuren in de dominante, veilige, witte ‘zo doen wij dat in Nederland’ verbeelde gemeenschap die steeds zichtbaarder worden, veroorzaken ook het rumoer rond 4 mei.
‘Onze’ nationale identiteit, opgebouwd uit geschiedenis en brokjes mythe zoals een glorieus koloniaal- en verzetsverleden, dat ‘we’ toch niet wisten wat er met de joden in het Oosten gebeurde6, dat ‘we’ tolerant en vrijzinnig zijn, dat ‘we’ beschermend om ‘onze joden’ gaan staan en het antisemitisme van de nieuwkomers komt, wordt bevraagd, betwist en ontmaskerd.
Het dwangmatig vasthouden aan de valse illusie van een nationale identiteit (‘we zijn twee minuten stil’) roept weerstand op. Weerstand die wordt aangejaagd door de schandelijke houding van de Nederlandse regering ten opzichte van de genocide in Gaza.
Weerstand, omdat het lijkt alsof ‘we’ op 4 mei op de Dam niet zozeer de doden herdenken, maar kransen leggen bij de gekoesterde Nederlandse verbeelde gemeenschap ‘van vreemde smetten vrij’.

1. Benedict Anderson, Imagined Communities. Refections on the origine and spread of nationalism, 1983
2. Eric Hobsbawn, The invention of tradition, 1983 
3. Lees er Eichmann in Jeruzalem van Hannah Arendt op na.
4. Of, heftiger, De Holocaust-industrie. Bespiegelingen over de exploitatie van het joodse lijden van Norman Finkelstein (editie 2000).
5. Dat gebeurde echter pas in de jaren zestig. Daarvoor was er weinig aandacht voor de slachtoffers van de Holocaust, en werden vooral militairen en verzetsstrijders herdacht.
6. Bart van den Boom, Wij weten niets van hun lot. Gewone Nederlanders en de Holocaust, 2012

Strijdtoneel

Nadat ik de vertoning van Trump en Vance ten koste van Zelensky in het Oval Office van het Witte Huis in Washington had gezien duurde het enige tijd voor ik mijn mond weer dicht kreeg. Opnieuw ontvouwde zich een tafereel dat een einde maakt aan de wereldorde waarin ik ben opgegroeid. Voeg daaraantoe het optreden van de met een kettingzaag dansende ketaminejunk die de Amerikaanse overheid om zeep mag helpen, en de halfkrankzinnigen die zich hebben gegroepeerd rondom de narcistische, rancuneuze, decreten tekenende kleuter die de machtigste man van de wereld zou zijn, en ik word werkelijk bang voor wat er komen gaat. Het demasqué komt niet echt als een verrassing, toch ben ik verbijsterd.

Dichter bij huis doet Yeşilgöz haar eigen duit in het zakje. Als een snerpende geselroede, met haar mimiek van verongelijkte puber zegt ze in een debat over Oekraïne in de Tweede Kamer een keer of drie wel te snappen dat er tegen het om meedoen aan de vredesonderhandelingen over Oekraïne bedelende Europa wordt gezegd: opzij, de volwassenen zijn in gesprek. De volwassenen zijn hier blijkbaar Trump, Poetin, de Saoedische kroonprins en hun paladijnen. 
Hartverwarmend post Yeşilgöz keer op keer dat zij naast de Oekraïners staat, want zij vechten voor onze vrijheid. Wat neerkomt op een beschaafde variant van de ploertige oprispingen van Trump. Hij zegt: wij mineralen, jullie steun. Yeşilgöz zegt: wij vrijheid, jullie oorlog om onze waarden te beschermen.

Hoewel ik het met alle macht probeer te vermijden, dringt zich de herinnering aan wat Leon de Winter op 26 januari 2025 in de zondagochtendse babbelshow van zich journalist noemende Rick Nieman over J.D. Vance wist te vertellen. Vance, die tegen Zelensky in bovengenoemde vertoning in de Oval Office zat te mekkeren dat hij nooit eens dankbaar was en dank je wel zei.
De Winter, die bij WNL meestal uitgenodigd wordt om als zionist zijn licht te laten schijnen op Israël en Palestina, is nu aangeschoven als ‘Amerikakenner’, want hij heeft er gewoond. Hij steekt de loftrompet over J.D. Vance, ‘een briljante jongen’, die het voor elkaar gekregen heeft om vanuit een white trash Midwest achtergrond daar toch maar te staan naast al die techbro’s. Nieman somt bewonderend de namen van de miljardairs op, en de miljarden die zij bezitten. En ik denk: ook miljardairs kan je ontmenselijken door hun ‘waarde’ als was het een identificatienummer te vermelden.

Vance heeft het leven van de Trump-stemmer zelf geleefd, het leven van de gewone man die, net als wij, volgens De Winter ‘niks moet hebben van de hoogopgeleide technocraten’ en zijn toekomst aan globalisering heeft verloren. Dat zag hij in de film Hillbilly Elegy. De film naar het boek dat Vance schreef over zijn eigen leven. De Winter is vergeten dat de verfilming van een boek tweemaal verwijderd is van de geleefde werkelijkheid. Hij doet het voorkomen alsof in de film het ware verhaal van Vance’s leven wordt verteld. Op basis daarvan, en het feit dat Vance het heeft klaargespeeld om vanuit zijn achtergrond tot Yale door te dringen, meent De Winter te kunnen vaststellen dat als het straks om de opvolging van Trump gaat, Vance met zijn intellectuele vermogens veel meer kans maakt op de troon dan de kinderen Trump. Hij zegt dat op een toon alsof de kinderen Trump stevige concurrentie zijn als het gaat om intellect.

Maar wat tenslotte in mijn hoofd blijft hangen na de bizarre tirade van Trump en Vance tegen Zelensky, is het steeds melancholieker ogende gezicht van Zelensky, en een beeld van de Oekraïense Elena, oma van 66, slapend in de badkamer. Haar zoon, schoondochter en twee kinderen brengen de nacht door in hun auto in de ondergrondse parkeergarage. In de badkamer – de veiligste plek in het huis, houdt ze niemand wakker met haar gehoest. Wanneer ze toch moeten vluchten, laten de meisjes hun beer achter om op het huis te passen. Ze zetten een kopje thee bij hem neer en beloven dat ze weer terugkomen om met hem te spelen.
Elena schreef dit aan het begin van de oorlog aan Volkskrant journalist Iris Koppe.
Ik vraag me af hoe het met Elena is, met haar kinderen, kleinkinderen en met de beer. Of die nog steeds zit te wachten tot er weer gespeeld kan worden in Oekraïne, en niet om Oekraïne.

God, Barbapappa, Francesca en Diederik

We gaan het hebben over God, de Barbapappa van het universum, gewend om de vorm aan te nemen die de gelovige van dienst het beste past. Hij kan de God van je tante zijn, voor wie je je pet moet afnemen als je langs het huis van je baas komt, ook al is hij niet thuis, want je weet nooit wie het ziet. Hij kan een muisgrijze ezel zijn met omwikkelde hoefjes die getroost moet worden met minnespel. Een huistiran, of de goedertieren Vader met jouw naam in de palm van Zijn hand.
De gemartelde man aan het kruis.
Hij kan ontelbaar veel armen hebben, een rat als rijdier, of uitgemergeld onder een boom verlichting vinden.
Ik heb niet veel met zulke Godsbeelden. Wat er wezenlijk in mist is een licht en vanzelfsprekend soort liefde die niet uitgaat van eigenbelang. Een gevende liefde, die niet denkt aan belastingaftrek. Die niets terug hoeft, ook geen plaats in de hemel of een hogere wedergeboorte.
God als compassie, empathie, medeleven op grond van een gedeeld menszijn, dat is de Barbapappa van mijn voorkeur. Daar heb je niet het vooruitzicht op eeuwige zaligheid voor nodig, dat kan je elke dag beleven, in het hier en nu.

Ik ben als baby katholiek gedoopt, deed mijn eerste communie, en liet me uit de kerk schrijven toen paus Johannes Paulus II Nederland bezocht. Toen realiseerde ik me dat de kerk subsidie ontvangt naar aantal ingeschreven leden, en dat voor mij kerk en God weinig met elkaar te maken hebben.
Ik heb niets tegen oprecht geloof. Ik houd van kerkgebouwen, de katholieke opsmuk, de heiligen, de protestantse soberheid. De orgelmuziek, de spirituals, zelfs van goed gezongen psalmen. Van het samen delen, de rituelen, de contemplatie.
Maar ik verafschuw het instituut, dat groot is geworden door uitsluiting, dwang en angst aanjagen, in elke denominatie. De kerk is uiterlijkheid, een huis voor iets dat geen muren kent; het instituut is een keurslijf, terwijl God per definitie ongrijpbaar is, en geen korset Hem past.

De SGP, de zelfbenoemde hoeder van het christelijke vaderland, ziet dat heel anders. De God van de SGP is een vleesgeworden keurslijf waar iedereen ingeperst moet worden.
De SGP beroept zich nog immer op de waarheid van de Statenvertaling en de beginselen zoals vastgelegd in de Dordtse Synode, die beiden stammen uit het begin van de 17de eeuw. In de SGP beginselen is vastgelegd dat de maatschappij moet worden ingericht naar door God gewilde en door de SGP gekende gezagsverhoudingen, waar iedereen zijn plaats kent en daarmee tevreden is. De SGP streeft ‘niet zozeer naar een meerderheid van kiezers’, maar ‘naar handhaving en doorwerking van de beginselen’ van haar program, en wil dat ‘ongeloofspropaganda, valse religies en antichristelijke ideologieën door de overheid uit het openbare leven worden geweerd’, aldus hun beginselverklaring (bijgewerkt in 2000).

Vielen voorheen joden onder de aanhangers van de ‘valse religies’, de door de God van de SGP als afgedwaalden van de Enige Waarheid gebrandmerkten die bestreden moesten worden. Nu moeten de molsims het ontgelden, en wil de SGP joden juist beschermen en joodse staat, Israël, voor en boven alles liefhebben en behouden. Want zonder Israël als joodse staat geen wederkomst van de Messias, en zonder terugkeer van de Messias geen verlossing, aldus de SGP, de privé heraut van Gods wil. Moslims, de Islam, en al helemaal Hamas en de Palestijnen, staan de verwezenlijking van die heilsleer in de weg.

Nu kan je denken: ach, die SGP, met hun bescheiden zetelaantal in de Tweede Kamer en hun verouderd aandoende ideeën, dat is folklore, zoals Oranjeverenigingen, de zondagsrust, met kriebelkousen aan en een hoedje op naar de kerk. Maar ondertussen is de SGP wel de aanjager van een onversneden en hartstochtelijk uitgedragen pro-Israëlkoers, met als laatste wapenfeit de hetze tegen de VN rapporteur voor de Palestijnse gebieden Francesca Albanese, die, zoals de Telegraaf schrijft, ‘omstreden’ zou zijn.
SGP’er Diederik van Dijk verwijt Albanese dat ze ‘antisemitische drek’ verkondigt, want zij levert een voor de SGP onappetijtelijke  boodschap die Israël als schurkenstaat ontmaskert. Gelegenheidsfilosemieten BBB en PVV scharen zich achter de SGP. Want, zo schreeuwen ze van de daken: jodenhaat klots in Nederland tegen de plinten!
De CU is als altijd het minder rabiaat gebekte zusje van de SGP, die dezelfde boodschap beter weet te verpakken. En ook de VVD, het laatste restje liberale geloofwaardigheid overboord gooiend, vindt het ongepast dat Albanese een podium krijgt in de Tweede Kamer.

Op aangeven van Diederik van Dijk wordt per rechtse meerderheid besloten dat Albanese niet ontvangen wordt. Diederik, geleid door zijn God die is geschapen naar het beeld van de SGP: Barbapappa in wraakzuchtige, über-patriarchale vorm die er exclusief is voor Zijn volk in Zijn beloofde land. Voor de gelegenheid met joden in knellende omarming, en met uitsluiting van anderen, in het bijzonder anderen die het islamitische geloof aanhangen.
En de niet per se gelovigen? De islamofobe opportunisten van PVV, BBB, VVD, en JA21? Zij roeren met veel tamtam de trom op de maat van de God van de SGP. Omdat het zo uitkomt, om te scoren bij hun achterban.

Hoop, lef en trots

Niet lang geleden zei iemand in mijn werkomgeving tegen mij: ‘als het bestuurlijk anders besloten wordt, dan heb jij dat als ambtenaar gewoon uit te voeren.’ Nou ging het in dit geval over een pietluttig dingetje waar geen bloed uit vloeit, en ging het uiteindelijk gewoon zoals voorgesteld, maar ik schoot vanaf mijn kantoorstoel toch direct de ruimte in waar volgzaamheid medeplichtigheid wordt, en waar het als positief gezien wordt werktuigelijk uit te voeren wat van hogerhand beslist wordt. Neutraliteit, wordt dat genoemd.
In Myanmar, waar ik tussen 2011 en 2018 werkte als trainer burgerschap en democratisering, werden destijds voorzichtige stappen naar een vrijere samenleving gezet, tot het leger in 2021 opnieuw de macht greep, kwam het begrip civil servants tijdens de trainingen regelmatig ter sprake. Dan werd gevraagd: ja maar, die ambtenaar kan die vergunning toch wel even geven? Hij kan die stempel toch zetten? Hij weet dat ik daar recht op heb. Hij kan toch gewoon helpen?
En ik maar uitleggen dat een ambtenaar gebonden is aan het uitvoeren van het door de regering en/of volksvertegenwoordiging bepaalde beleid, dat hij niet gewoon maar mag doen wat hem goeddunkt, maar zich aan wetten en regels moet houden.
Al redenerend kwamen we in Myanmar tot de conclusie dat het leuk en aardig klinkt, neutrale ambtenaren, maar dat neutraliteit een goed functionerend politiek systeem vereist, met gegarandeerde macht en tegenmacht en een volksvertegenwoordiging die zich ook daadwerkelijk van zijn vertegenwoordigende taak kan kwijten.
Maar als dat niet zo is? Als het systeem gedomineerd wordt door een door eigenbelang gedreven autocratische elite? Moet men deze dan gehoorzamen alsof ze een geldig mandaat hebben? Of door mesjogge types die goedgekapt maar doordieselen zonder acht te slaan op uitvoerbaarheid, laat staan wenselijkheid? Wat als de wetten zelf onrechtvaardig zijn? Moet je onrechtvaardige wetten uitvoeren, of is het je plicht om onrechtvaardigheid aan de kaak te stellen? Wat als het beleid regelrecht tegen de wet of de internationale rechtsorde ingaat?
In Myanmar bedachten we een campagne onder de slogan: ‘we hebben rechtvaardige wetten nodig’. In Myanmar was het dapper om zo’n campagne te voeren, want ondanks dat er een parlement zetelde in de hoofdstad Naypyitaw, was de macht van de militairen – en daarmee de dreiging van represailles bij elke vorm van verzet – overal voelbaar en aanwezig.
Maar in Myanmar was ook duidelijk dat het leger en aan het leger gelieerde grote graaiers de regering in hun zak hadden, en daarmee werd die regering in beginsel onrechtmatig, en protest bittere noodzaak.

In Nederland, waar je niet hoeft te vrezen opgepakt te worden en met harde middelen verhoord te worden, is het ironisch genoeg ook dapper om je als ambtenaar uit te spreken tegen het beleid. Want voor je het weet zit je in het verdomhoekje, en word je bestempeld als linkse dilettant die de verkiezingsuitslag niet respecteert. Als vrouw ben je al gauw emotioneel, te betrokken of hysterisch als je oorlogsmisdaden van een bevriende natie wilt agenderen.
Wij hebben in principe een democratisch systeem, wij hebben een systeem van ‘teugels en tegenwicht’. Nederland is een gerespecteerd lid van de internationale gemeenschap. En toch gaan we nu onderzoeken waar de morele ondergrens ligt: wanneer mogen ambtenaren beleid niet uitvoeren? Anders geformuleerd: wanneer is zwijgend je plicht doen niet langer neutraal, maar wordt het onprofessioneel, gemakzuchtig, lafhartig of medeplichtig. De politiek filosofe Hannah Arendt meent zelfs – vrij vertaald – dat het stoppen met zelf nadenken en gedachteloos uitvoeren wat je wordt opgedragen, de wortel van het kwaad is.
Nu we opgescheept zitten met een regering van meelopers, dwazen en kwaadaardigen, die zonder blikken of blozen een genocide faciliteren, mogen we god op onze blote knietjes danken voor de ambtenaren die allang weten waar de morele ondergrens ligt. En die al een jaar lang elke week hun stem laten horen in protest tegen het beleid van de regering ten opzichte van Israël.
En eindelijk, eindelijk, op 7 januari 2025, na een jaar lang volhouden dat er wetten en regels zijn die niet geschonden mogen worden door de politieke waan van de dag, vinden ze gehoor bij de programmadirecteur ‘Dialoog en Ethiek’, die zich publiekelijk aanbiedt een dialoog over de morele ondergrens te faciliteren. Met de betrokken ministers en de minister-president. En een vertegenwoordiging van de ambtenaren die zich uitspraken toen het moeilijk was.
Het wachten is nu op het antwoord van de regering. Als die nou lef toont, houden wij de hoop en misschien, heel misschien is er dan binnenkort weer reden voor enige trots.

Kerstoverweging

Deze dagen vieren we de terugkeer van het licht. We slepen een boom ons huis binnen en hangen er lampjes en glimmende versiersels in. We houden van de heidense midwinterrituelen in hun christelijke jasje. We zijn vertederd door het kindeke, dat in doeken gehuld in zijn kribje in de stal warm geademd wordt door de os en de ezel. Het kindeke dat geboren wordt om te kunnen sterven voor onze zonden. We voelen ons nederig en gezegend. We zingen van vrede op aarde. We willen hartstochtelijk geloven dat het licht steeds opnieuw terugkeert.
Ik wens je dagen waarin je in het knapperend haardvuur geen kindekes ziet die in de buurt van de mythische stal verbranden in hun eigen stal van stokken en doek; dat je geen kippenvel van ontzetting krijgt bij het horen van ‘toen kwam er een straal uit de hoge en viel op het kindeke teer’ en dat je onbevangen ontroerd kunt zijn bij het ‘midden in de winternacht, ging de hemel open’; dat het je gegund wordt een minuutje van de kerstdis weg te lopen als het verdriet om het lot van de huidige herders bij nachte je overmant.
Dat je niet gekweld wordt door gedachten aan een leider die het bezit van dat andere heilige boek wil bestraffen met gevangenisstraf; dat je eetlust niet te lijden heeft van het opheffen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of het bijna onmogelijk maken van gezinshereniging. Vergeet de stress van de kerstinkopen en de kokerij en kijk naar je geliefden en naasten om je heen en weet je uitverkoren.
Schuif de gedachten aan de in ons parlement gevallen woorden ‘barbaren moeten worden verdelgd’ weg, en vergeet dat daar werd voorgesteld een nieuwe Herodes voor te dragen voor de Nobelprijs voor de Vrede.
Denk bij uw glas wijn niet aan het bloed dat vergoten wordt voor onze zonden, maar denk aan wonderen waarbij hongerigen gespijzigd, dorstigen gelaafd en naakten gekleed worden, waarbij vreemdelingen een onderkomen krijgen.
Hoop op een wonder dat blinden ziende maakt. En hoop op vrede.

(afbeelding door Maya)