Brieven uit Polen

Deze ‘Brieven uit Polen’ zijn geschreven in de zomer van 2025 tijdens een tocht door Polen.
Ik bezocht daar de plaatsen waar de Holocaust zich heeft voltrokken, om meer inzicht te krijgen in de omstandigheden waardoor we zo snel verrechtsen en waaronder de huidige genocide in Palestina plaatsvindt.

Of dat gelukt is, durf ik (nog) niet te zeggen, maar door me te verdiepen in de geschiedenis zijn de parallellen tussen toen en nu helderder geworden.
De verbanden tussen het nazisme van toen, het opkomend
fascisme van nu; gecultiveerd slachtofferschap, nationalisme,
superioriteitsgevoel, de haat tegen anderen die – als je even niet
oplet – ontaarden kan in uitsluiting, deportatie, massamoord.
Dat wegkijken de meest gangbare attitude is, medeplichtigheid altijd op de loer ligt, en dat bijna niemand in staat is om ‘de ander’ te behandelen als hij zelf behandeld wil worden, zeker niet als er gebrek is en er gevaar dreigt. En dat, ondanks al dat, de hoop op betere tijden en verlangen naar rechtvaardigheid altijd de motor is voor verzet, hoe klein ook.

Lees de brieven via de link: Saskia Kunst – Brieven uit Polen – 2025

volgen en delen kan:
onpost_follow

Schindler’s Lift

De afgelopen vier jaar heb ik minstens één keer per week aan Schindler gedacht. Oskar Schindler. Wekelijks stap ik in een lift in die zijn naam draagt, en onderweg naar de twaalfde verdieping van een groot kantoorgebouw volgen mijn gedachten een eigen parcours: via een filmstill van Liam Neeson als Oskar en de Schindlerjoden glijdt mijn blik vluchtig over kamp Plaszov, waar commandant Amon Göth van zijn balkon aan het schieten is op zijn gevangenen. Door een lommerrijke omgeving naar het grauwe getto van Krakau, waar ik de vrouw van Hans Frank, de gouverneur van het door de nazi’s bezette Generaal Gouvernement volg bij het boodschappen doen. Zij shopte graag in het getto: de hemdjes waren er nog van ouderwetse kwaliteit en de bontjassen spotgoedkoop.

Oskar Schindler, door Steven Spielberg vereeuwigd in de film Schindler’s list, was een Sudetenduitser die niet erg succesvol was in zaken, maar dat wel heel graag wilde zijn, zonder zich daarvoor teveel te hoeven inspannen. De bezetting van Polen door de Duitsers bood hem een unieke kans. Schindler werd in 1939 lid van de NSDAP, en kon in Krakau een onteigend joods bedrijf voor een koopje overnemen. Arbeid kostte geen vermogen: loon werd er niet betaald, er waren slechts een luttel aantal marken per dwangarbeider per dag verschuldigd aan de nazi regering. Wel moest je om mee te draaien in het systeem regelmatig drinken in het gezelschap van beulen als Amon Göth en zijn geuniformeerde vrienden, maar dat had Oskar er voor over.

Hij ontfermt zich over de Deutsche Emailwaren Fabrik (DEF), waar potten en pannen worden geëmailleerd. Om de fabriek weer op de rails te krijgen stelt hij een van de voormalige joodse eigenaren aan als bedrijfsleider. Onder diens bezielende leiding, en aangespoord door boekhouder Itzhak Stern, ontpopt Schindler zich tot redder van zijn arbeiders. Met slijmerij en fusten cognac, omkoping en de nodige mazzel weet hij zijn arbeiders uit de raderen van de moordmachinerie om hen heen te houden. Zijn geld verdient hij meer op de zwarte markt dan met zijn fabriek.
Hij krijgt het voor elkaar om zijn arbeiders bij de werkplaats in een eigen kamp te mogen onderbrengen. Zo houdt hij ze veilig als het getto ontruimd wordt, en ontsnappen ze aan de wrede willekeur van Plaszov. Als aan het eind van de oorlog liquidatie dreigt, begint hij een nieuwe fabriek annex kamp in Brünnlitz. Zijn arbeiders neemt hij mee. 300 van zijn vrouwelijke arbeiders worden tijdens het transport naar Brünnlitz per abuis naar Auschwitz gevoerd. Schindler weet ze terug te halen. Ze overleven de oorlog.
Hij wordt, als nazipartijlid en vermeend intimus van Göth en trawanten na de oorlog, berooid en beschadigd, gearresteerd. Op voorspraak van ‘zijn joden’ wordt hij vrijgelaten. Door Schindler’s List is zijn nagedachtenis afgestoft, en krijgt de opportunist die een geweten ontwikkelde én ernaar handelde een ereplek op het podium van de ‘rechtvaardigden onder de volken’. Ongeveer 1200 mensen danken zijn leven aan hem.

In Krakau is zijn fabriek vast onderdeel van de ‘jodenvervolgingroute’. Je kunt tripjes boeken die beloven je in één dag langs de hoogtepunten van de Holocaust te voeren: stop 1- het bij Krakau gelegen vernietigingskamp Auschwitz, stop 2- Schindler’s fabriek en alle locaties waar ‘de film’ is opgenomen en tenslotte, stop 3- een restant van de gettomuur. Desgewenst kan de dag worden afgesloten met een bezoek aan de beroemde Wieliczka zoutmijn, waar uit het zout sculpturen en kapellen zijn gehakt. 

Omdat Schindler en de verhalen rond hem al zo lang in mijn hoofd wonen, sluit ik tijdens mijn bezoek aan Krakau aan in de rij voor zijn fabriek, nu museum. De rij gaat uiterst traag vooruit richting ingang, die omkranst wordt door portretjes van de door Schindler geredde mensen. Het is warm. Ik voel me steeds minder op m’n gemak daar in die rij in de hitte, en besluit dat ik eigenlijk niet zo nodig naar binnen hoef om Schindler en de geschiedenis recht te doen.
Een paar meter verderop is de onopvallende ingang van MOMAK, het museum voor moderne kunst. Net als het Schindler Museum gevestigd in een van de hallen van de zorgvuldig gerestaureerde voormalige emailleerfabriek.
Met elk schilderij dat ik bekijk verdwijnt er meer van het beklemmende gevoel dat me bekroop in de rij voor DEF, aangejaagd door het getoeter en de flarden geschiedenis uit de speakertjes van de af- en aan rijdende golfkarretjes vol Schindler toeristen. Het museum is een verademing, groots opgezet en interessant. Ik neem de beelden mee voor als ik straks weer de Schindler lift in zal stappen.

Afbeelding: Paulina Stasik (1990), MOMAK, Krakau 

volgen en delen kan:
onpost_follow

Overbodige eters

De eerste gaskamer die ik zag was witgepleisterd. In de ruimte stonden portretten op ijzeren staven, wat me deed denken aan hoe sommige mensen ansichtkaarten als decoratie neerzetten. De portretten waren van mensen die in de gaskamer waren vermoord; mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking.
Het was in Pirne, in Sonnenstein, een van de oudste psychiatrische inrichtingen in Duitsland, in de duistere jaren een van de centra waar Aktion T4, een eugenetische operatie om het Duitse ras gezond te houden, in 1940 en 1941 werd uitgevoerd. De naam T4 verwijst naar het hoofdkwartier van de Aktion aan de Tiergartenstrasse 4 in Berlijn, want er waren meer van dit soort centra. Zeker 70.000 mensen werden in die twee jaren in tot gaskamers omgebouwde kelders, vrachtwagens of door dodelijke injecties vermoord omwille van het idee van raszuiverheid.
De Gedenkstätte is nieuw, in de DDR-tijd was er weinig aandacht voor slachtoffers die niet als antifascistisch konden worden gekwalificeerd, en wat herdenken betreft had men zowel in Oost als in West sowieso de handen vol aan de Holocaust.
Het instituut is nog steeds een ziekenhuis. Op het plein voor de herdenkingskelder zitten bewoners op een bank in de zon. Een van hen graait met zijn handen in de lucht en vertelt met verve een verhaal in een klankenpalet waarvan ik de betekenis niet ken. Zijn publiek luistert met open mond.

Eugenetica – het manipuleren van menselijk leven – is geen uitvinding van de nazi’s, en is ook niet in 1945 ter ziele gegaan. Het idee dat mensen maakbaar zijn, en ‘vlekjes’ kunnen of moeten worden weggepoetst is wijdverbreid.
In Amerika bedachten schedelmetende onderzoekers en veeboeren met een voorliefde voor raszuiverheid dat je, als je het perfecte rund kon creëren door natuurlijke selectie een handje te helpen, je die kennis ook op mensen moest kunnen toepassen.
De Brit Galton, antropoloog en neef van Darwin, zag eind negentiende eeuw wel wat in het toepassen van de survival of the fittest theory op zijn medemens.
In Australië probeerde de blanke indringers nog tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw het Aboriginal bloed uit de oorspronkelijke bewoners te fokken. Er was ontdekt dat sommige Aboriginal kindjes blond haar hadden. Dat was genoeg voor de raszuiverheidspioniers om ervan uit te gaan dat er dus toch iets van waarde in het genetisch materiaal van de oorspronkelijke bewoners moest zitten, dat verdund was geraakt in de loop der tijd. Het onterende experiment was erop gericht die verdunning terug te draaien.
In India werden tijdens de Emergency onder leiding van Sanjay, zoon van toenmalige minister president Indira Gandhi, op grote schaal gedwongen sterilisaties verricht, niet toevallig vooral bij lage kaste-hindoes en moslims; een praktijk die ook nu in verschillende landen nog populair is om groei van bepaalde minder gewenste bevolkingsgroepen te beperken.
Ook in Nederland zijn mensen gedwongen onvruchtbaar gemaakt om te voorkomen dat ze in staat zouden zijn zich voort te planten. Het was tot 2014 standaardpraktijk bij mensen die een geslachtsverandering ondergingen. Bij tijd en wijle laait de discussie over eugenetica weer op, bijvoorbeeld rondom abortus bij erfelijke ziekten of vastgestelde afwijkingen aan de foetus.

Al is de moeite die de nazi’s hadden met mensen die niet voldeden aan de door hen verbeelde ‘gezonde geest in een gezond lichaam’ dus niet uniek, hun oplossing was karakteristiek meedogenloos.
Aktion T4 begon in 1939. Bij iedereen die afweek van de nazinorm en het Germaanse ras door voortplanting kon verzwakken, moest voorkomen worden dat het ondeugdelijke genetisch materiaal kon worden doorgegeven. Elk leven dat in de ogen van de nazi’s niet volwaardig was, kon maar beter worden beëindigd. De genade dood noemde men dat, ter voorkoming van onnodig lijden. En passant werd zo ook afgerekend met ‘nutteloze eters’, mensen die onderhouden moesten worden zonder dat ze er iets voor terug gaven.
Het programma stond onder leiding van artsen die de patiënten beoordeelden op aandoening, eventuele bruikbaarheid en mate van lijden, met een scherp oog voor de kosten die bespaard konden worden als er niet behandeld werd. Verpleegkundigen hielpen gedwee mee om de mensen die met bussen vanuit hun instellingen werden aangevoerd na de keuring de gaskamer in te leiden.
Af en toe werden er zieken uit concentratiekampen opgebracht, dat waren immers als ze niet meer konden werken ook nutteloze eters.
In 1941 werd vanuit de katholieke kerk bezwaar gemaakt tegen het doden van onschuldige Duitse burgers, en omwonenden klaagden in toenemende mate over de stank van het crematorium en andere overlast. De commotie had enig effect, maar Aktion T4 werd niet opgeheven; het ging op een lager pitje door, waarbij uithongering de plaats van vergassing innam. De patiënten stierven in hun eigen instellingen, verspreid over het land, zodat het minder in het oog liep.

Ondertussen prepareerden de centra van T4 personeel dat gewend raakte aan het transporteren, selecteren en ombrengen van onschuldige, weerloze mensen. Mensen die experimenteerden met vergassing; die de voors- en tegens van koolmonoxide overwogen en zich afvroegen wat nou efficiënter was: een vaste  gaskamer of rijdende gasbussen. Die uitvonden hoeveel van het bestrijdingsmiddel Zyklon B nodig was om mensen dood te maken, en hoe lang dat dan duurde.
Elke handeling werd uitgevoerd door in de praktijk geschoold personeel, dat zijn nut en dienstbaarheid bewezen had en na de ervaring opgedaan bij T4 rijp was  voor verdere arbeid in Polen. Daar pasten ze de kennis toe en perfectioneerden de moordmethoden in de vernietgingskampen van Aktion Reinhard: Belzec, Treblinka en Sobibor, waar in 1942 en 1943 anderhalf tot twee miljoen mensen werden omgebracht. Poolse burgers, joods en niet-joods, uit het directe zicht van de Heimat.

volgen en delen kan:
onpost_follow

De eeuwige paljas of De fascistoïde haatzaaier

PVV, Geert Wilders, Joost Eerdmans, Lideweij de Vos, Caroline van der Plas

Het verschil tussen bijvoorbeeld een Hitler en Wilders-na-dertig-jaar-politieke-activiteit moge duidelijk zijn. In dertig jaar heeft Wilders het grootste deel van de tijd vooral lopen klieren: hij heeft mislukt deelgenomen als gedoogpartij aan een kabinet (2010-2012). Tijdens die gedoogperiode stemde PVV tegen alles wat het de kiezers beloofd had. Hij heeft met zijn ‘partij-met-maar-1-lid’ als grootste partij één jaar in een kabinet gezeten (15 mei 2024 – 3 juni 2025) om als laffe loser uit de nachtschuit te komen. Nu, 62 jaar oud, ziet hij er uit als een verlepte salak (salak – Indonesië – ook slangenvrucht, omdat de schil van deze vrucht wel wat weg heeft van een slangenhuid). Bij ons leeft de gedachte dat Wilders – die grappend is weggezet als ‘de neger van Venlo’ (in een door een journalist verzonnen verhaal), Gekke Geert, Greet, Blonde Dolly, Mozart(!), Blondie het schaap, de grote geblondeerde leider, de grote blonde roerganger, Schreeuwwitje –, lijdt aan een gedragsstoornis, een bipolaire stoornis en het syndroom Gil de la Tourette, maar dit terzijde. De vele bijnamen die men hem in de loop der jaren toekende duiden niet op het voor een politicus noodzakelijk aanzien. Wilders zal de geschiedenis ingaan als de gefrustreerde, eigenaardige en verwoed haatzaaiende politieker die racistische uitdrukkingen muntte als: ’tsunami van moslims’, ‘kopvoddentaks’, ‘ramadantuig’, ‘haatpaleizen’, ‘minder minder minder / dan gaan wij dat regelen’. Die collega-politici uitmaakte voor ‘knettergek’, ‘lafaards’, ‘hulpelozen’, en dat zij ‘vuile leugens’ verkondigden. Die het kabinet waar hij zelf deel van was ‘nepparlement’ en ‘maffiabende’ noemde; de Antillen ‘schurkeneilanden’, bestuurders daar ‘pina colada-maffia’, ‘schurken en boeven’; en verslaggevers wegzette als ’tuig van de richel’.

Er wordt over Wilders gezegd dat hij een groot gevaar is voor de democratie, met het zaaien van wantrouwen ‘in het functioneren van democratie als geheel’ volgens ‘een strategie die rechtstreeks afkomstig is uit het fascistische draaiboek: je verliest een verkiezing en plaatst vervolgens vraagtekens bij de uitslag. Je verspreidt het volstrekt ongefundeerd idee dat je niet eerlijk hebt verloren in het stemlokaal, maar dat je bent uitgeschakeld door een complot van de gevestigde orde. […] Het is een tactiek onder autoritaire leiders wereldwijd. De Amerikaanse president Donald Trump gebruikte haar al in 2020. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu deed hetzelfde in 2021. Het jaar erop volgden de Braziliaanse president Jair Bolsonaro en de Hongaarse leider Viktor Orbán.’ (Lees meer in het artikel ‘De volgende stap in het fascistische draaiboek van Geert Wilders: verkiezingen in twijfel trekken’, van Rosan Smits in De Correspondent – 1 november 2025.)

Bij genoemd artikel staat een illustratie (van Cliff van Thillo) van Wilders als ‘joker’ (iemand die zichzelf belachelijk maakt; sukkel, slappeling) met onder zijn arm het draaiboek van Trump. Dit doet ons denken aan de nog milde fotobewerkingen die wij in 2010 van de heer Wilders maakten, als ‘harlekijn’ (een grappig, koddig persoon). Onze huidige stijl is het gevolg van onze toegenomen afkeer van het fenomeen Wilders, zoals moge blijken uit de Wilderskarikaturen onderaan dit artikel.
 

Geert Wilders noemt zichzelf geen fascist, maar is hij het? Daarover wordt nagedacht en geschreven. Sander Schimmelpenninck vindt ondubbelzinnig van wel, en wij zijn nogal een fan van Sander. Zoals wij fan zijn van Carolina Trujillo, Hasnae Bouazza, Sheila Sitalsing. Van commentatoren kortom die Wilders neerzetten als iemand die dient te worden terechtgewezen en uitgefloten. En verguisd. 

Fret&Inktvis

PS. Er werd tijdens het Derde Rijk door de nazi’s veel gezongen. Ook in Nederland ontwikkelde zich een nationaalsocialistische zangcultuur: ‘Tijdens de Tweede Wereldoorlog galmden overal in bezet Europa Duitse marsliederen door de straten. […] De Nederlandse nationaal-socialisten lieten zich muzikaal evenmin onbetuigd. […] Zij bouwden via vaderlandse evergreens een eigen repertoire op van strijdliederen die de massa serieus moesten bewerken.’ (Zo zong de NSB – Liedcultuur van de NSB 1931-1945, Gerard Groeneveld, vantilt.nl/boeken). Zie op YouTube de afspeellijsten met Duitse en Nederlandse ‘patriottische, vaderlandslievende’ liederen uit genoemde zwarte periode in de geschiedenis, die nog altijd populair blijken te zijn:  NSB liederen voor het hele gezin.
En, het is enorm schrikken, er worden nieuwe liederen gemaakt, met behulp van AI, hele afspeellijsten vol, op YouTube te vinden, zoals bijvoorbeeld op het kanaal van JW “Broken Veteran” – de afspeellijst Nederland United, met titels als ‘Wij zeggen Nee, Nee, Nee, tegen een AZC’, en ‘Politieke honden’, met de tekst: ‘Honden in de Tweede Kamer ruiken aan je gat. Huilen voor de stemmen blaffen bij elk debat. Territorium markeren met plannen en wetten. Den Haag is één grote kennel die je moet ontsmetten. […]’, en ga zo maar door.

1. Partijleider met maar 1 lid; 2. Zo zingt de NSB PVV
 
volgen en delen kan:
onpost_follow

Rehumanisatie ontaarde populitici en Verbanning


Fret&Inktvis©2025

volgen en delen kan:
onpost_follow

Levensgevaarlijk kabinet

Fret&Inktvis2025

volgen en delen kan:
onpost_follow

Een onrecht herstellen

In de Tweede Wereldoorlog heette de Poolse stad Łódź Litzmannstadt, naar een Duitse generaal. De nazi’s vonden dat de Warthegau, het deel van Polen waarin Łódź ligt, integraal onderdeel van het Reich was, en daarom Judenfrei moest zijn.
De joden van Łódź, onteigend, verarmd en gemerkt met de ster, werden vanaf 1939 samengedreven in een getto, weggevoerd naar kampen of naar het General Gouvernement van Hans Frank om van daaruit verder verwerkt te worden.
Hans Frank zat niet te wachten op al die joden in zijn General Gouvernement. Siberië werd voorgesteld als hervestigingsoptie, maar ja, de Sovjets zaten in de weg. Bij gebrek aan andere alternatieven kreeg het idee van de Endlösung voet aan de grond. De nazi’s konden zich een Polen zonder joden (en liefst ook met substantieel minder Polen) net zo goed voorstellen als Daniella Weiss een Gazastrook zonder Gazanen. Het kost enige inspanning, maar dan heb je ook wat.

Łódź getto werd een overbevolkt werkkamp, geleid door Chaim Rumkowski, leider van de lokale Joodse Raad. Rumkowski meende dat als het getto maar productief genoeg was, de nazi’s de joden met rust zouden laten. De gettobewoners werden dagelijks afgebeuld in de lokale industrie ten bate van de Duitse oorlogsmachinerie.
Omdat er steeds nieuwe transporten aankwamen, raakte het getto onleefbaar overbevolkt. De Joodse Raad van Rumkowski werd verantwoordelijk voor het selecteren van de personen die moesten vertrekken. Richting Chelmno nad Neren – Kulmhof, een kamp waar met vergassing werd geëxperimenteerd als opmaat voor Aktion Reinhard – de massavernietiging in de Poolse kampen.
In Chelmno gebruikte men nog geen Zyklon B, maar uitlaatgassen van dieselmotoren, eerst in tot mobiele gaskamers omgebouwde vrachtwagens, later in vaste gaskamers waar de uitlaatgassen ingepompt werden. Gewoon, omdat het kon.
Rumkowski geloofde er zo heilig in dat hun arbeidspotentieel de joden zou redden van de vernietiging, dat hij in 1942 de gettobewoners overhaalde kinderen en ouderen uit te leveren: het quotum van 20.000 af te transporteren personen werd gevuld met onproductieve koters en oudjes. Uiteindelijk waren zulke pogingen tot overleven slechts uitstel ten bate van de Duitse oorlogvoering: het getto werd in 1944 geliquideerd en de mensen vermoord.

Bij Radegast, het stationnetje van waar de treinen naar de kampen vertrokken, is een herinneringsplaats gemaakt. In het houten gebouwtje bij het perron staat een grote maquette van het getto. Aan het perron staan een paar veewagons op de rails. Een lange betonnen gang leidt naar een halletje met gedenkplaten; een holle zuil reikt naar de hemel, lijkt op een schoorsteen. In de gang hangen de transportlijsten uit het getto, duizenden namen, netjes uitgetypt, vel na vel na vel.

Terwijl we de herdenkingsplaats bekijken rijden er vier bussen aan. Jonge Israeli – ze lijken de leeftijd te hebben van jongeren die van de middelbare school komen en straks het leger ingaan – komen kijken. Er zijn een paar bewakers bij, die zich strategisch posteren. Een ervan zegt dat we de groep niet mogen fotograferen.
De jongeren lopen rond, kijken naar de wagons, lopen door de tunnel. En gaan weer richting de bussen. Drie meiden lopen eerst nog naar een halve lantaarnpaal tegenover het monument met het opschrift ‘Gij zult niet doden’. Een van hen hurkt bij de paal, plakt er iets op en loopt met haar twee vriendinnen terug naar de bussen.
Nadat die zijn weggereden, ga ik kijken. Op de paal zijn stickers geplakt van soldaten die in de strijd in Gaza zijn omgekomen. Jonge mannen, ferme gezichten. Dode helden.
Automatisch begin ik aan de stickers te pulken, ze laten makkelijk los. Een voor een trek ik ze weg, plak ze tegen elkaar aan zodat het geen klont wordt. Er rijden twee fietsers voorbij, Poolse jonge mannen in fietsoutfit, met helmpjes op. Ze stoppen.
‘Waarom maak je dat kapot?’
‘Ik maak niets kapot, ik herstel iets.’
‘Maar mensen hebben dat opgeplakt ter herinnering.’
‘Ja, dat begrijp ik, maar ik verwijder het uit respect.’
‘Haal je dan ook lampjes weg die mensen bij een graf neerzetten?’
‘Nee, natuurlijk niet, maar dit is echt iets anders. Ik maak niets kapot, ik maak iets weer heel.’
De fietsers kijken wat bevreemd maar groeten me vriendelijk voor ze verder gaan.

De stickers zijn geen spontane uiting van het herdenken van doden. Het moet voorbereid zijn, de stickers geprint en meegenomen. Er is van tevoren over nagedacht.
Ik vind dat onverdraaglijk, het verbinden van de nazislachtoffers met de uitvoerders van de genocide in Gaza. Alsof de Holocaust een vrijbrief is voor de moordpartij; de ‘veiligheid’ van joden ten koste van alles moet worden gewaarborgd. Alsof joden geen mensen zijn zoals wij allemaal. Dat claimen van het ultieme slachtofferschap, generaties na de oorlog, als bouwsteen voor een uitverkoren volk-identiteit vind ik misselijkmakend.
Dat jonge, beïnvloedbare Israëli op deze manier worden misleid is verschrikkelijk. Natuurlijk zijn vrienden, familie en dierbaren verdrietig als er een soldaat omkomt. Dat spreekt vanzelf. Maar deze doden per met voorbedachten rade geproduceerde stickers verknopen aan de holocaustslachtoffers is een wandaad. Die wilde ik ongedaan maken.

volgen en delen kan:
onpost_follow