In tijden van oorlog dicht

In tijden van oorlog dicht
men niet, men gilt met de kogels 
fluit met de wind, kijkt: het gras, zo groen nog.

Verzamelt, kleine dingen, een deken 
trui, een boek misschien, een tas, draagbaar 
zonder belasting van schouders, rug 
de beste schoenen, zonnehoed.

Sentimenten te zwaar
geheugen niet te dragen
herinneren zal vanaf vandaag 
uit den boze zijn.

Het vuur geeft geen licht 
verwarmt bonen 
uit blik, geen botten.

Een man, hoofd in handen 
handen verdwijnend in vuisten
vuisten gebald, verbeten 
tandeloos de mond.

Alleen in taal kan ik me tot hem bekennen.
Alleen in woord heb ik hem lief.

In de stad het donker vol 
rook die ruikt naar bloed, geen water geen licht 
alleen heimwee wordt gevoed
hoon en haat.

In tijden van oorlog dicht men niet, 
kogels gillen als de wind fluit 
door het gras ruikt naar hooi


Saskia Kunst


Wij kunnen niet wachten

Nee we gaan niet zitten wachten.
Wachten is wat paljassen doen
tot het moment van de grande finale,
dan steken ze hun borst vooruit,
zetten hun schouders eronder, en rukken op.

Nee, wij wachten niet. Niet zoals de jager
lafhartig op zijn hoog plateau, die aanlegt, richt, 
en schiet met scherp op een graspol - men draagt
dat camouflagepak tenslotte niet voor niets.

Wij doen niet aan wachten. Wij nemen de donder 
voor lief, de regen een welkome sluier.
Wij gedijen op onraad, hoe smaller het pad
hoe groter de stappen. Wij bedaren niet
op een windvlaag, gaan niet liggen voor de storm.

Kleinduimpjes zijn we, op fluwelen slippers, 
vol dromen grootser dan de dageraad.
Wij benutten verkeken kansen,
spuiten slogans op luchtkastelen
en zeulen blijmoedig koffers ballast mee.

Tekst: Saskia Kunst/afbeelding: Athene 2015