Hoop, lef en trots

Niet lang geleden zei iemand in mijn werkomgeving tegen mij: ‘als het bestuurlijk anders besloten wordt, dan heb jij dat als ambtenaar gewoon uit te voeren.’ Nou ging het in dit geval over een pietluttig dingetje waar geen bloed uit vloeit, en ging het uiteindelijk gewoon zoals voorgesteld, maar ik schoot vanaf mijn kantoorstoel toch direct de ruimte in waar volgzaamheid medeplichtigheid wordt, en waar het als positief gezien wordt werktuigelijk uit te voeren wat van hogerhand beslist wordt. Neutraliteit, wordt dat genoemd.
In Myanmar, waar ik tussen 2011 en 2018 werkte als trainer burgerschap en democratisering, werden destijds voorzichtige stappen naar een vrijere samenleving gezet, tot het leger in 2021 opnieuw de macht greep, kwam het begrip civil servants tijdens de trainingen regelmatig ter sprake. Dan werd gevraagd: ja maar, die ambtenaar kan die vergunning toch wel even geven? Hij kan die stempel toch zetten? Hij weet dat ik daar recht op heb. Hij kan toch gewoon helpen?
En ik maar uitleggen dat een ambtenaar gebonden is aan het uitvoeren van het door de regering en/of volksvertegenwoordiging bepaalde beleid, dat hij niet gewoon maar mag doen wat hem goeddunkt, maar zich aan wetten en regels moet houden.
Al redenerend kwamen we in Myanmar tot de conclusie dat het leuk en aardig klinkt, neutrale ambtenaren, maar dat neutraliteit een goed functionerend politiek systeem vereist, met gegarandeerde macht en tegenmacht en een volksvertegenwoordiging die zich ook daadwerkelijk van zijn vertegenwoordigende taak kan kwijten.
Maar als dat niet zo is? Als het systeem gedomineerd wordt door een door eigenbelang gedreven autocratische elite? Moet men deze dan gehoorzamen alsof ze een geldig mandaat hebben? Of door mesjogge types die goedgekapt maar doordieselen zonder acht te slaan op uitvoerbaarheid, laat staan wenselijkheid? Wat als de wetten zelf onrechtvaardig zijn? Moet je onrechtvaardige wetten uitvoeren, of is het je plicht om onrechtvaardigheid aan de kaak te stellen? Wat als het beleid regelrecht tegen de wet of de internationale rechtsorde ingaat?
In Myanmar bedachten we een campagne onder de slogan: ‘we hebben rechtvaardige wetten nodig’. In Myanmar was het dapper om zo’n campagne te voeren, want ondanks dat er een parlement zetelde in de hoofdstad Naypyitaw, was de macht van de militairen – en daarmee de dreiging van represailles bij elke vorm van verzet – overal voelbaar en aanwezig.
Maar in Myanmar was ook duidelijk dat het leger en aan het leger gelieerde grote graaiers de regering in hun zak hadden, en daarmee werd die regering in beginsel onrechtmatig, en protest bittere noodzaak.

In Nederland, waar je niet hoeft te vrezen opgepakt te worden en met harde middelen verhoord te worden, is het ironisch genoeg ook dapper om je als ambtenaar uit te spreken tegen het beleid. Want voor je het weet zit je in het verdomhoekje, en word je bestempeld als linkse dilettant die de verkiezingsuitslag niet respecteert. Als vrouw ben je al gauw emotioneel, te betrokken of hysterisch als je oorlogsmisdaden van een bevriende natie wilt agenderen.
Wij hebben in principe een democratisch systeem, wij hebben een systeem van ‘teugels en tegenwicht’. Nederland is een gerespecteerd lid van de internationale gemeenschap. En toch gaan we nu onderzoeken waar de morele ondergrens ligt: wanneer mogen ambtenaren beleid niet uitvoeren? Anders geformuleerd: wanneer is zwijgend je plicht doen niet langer neutraal, maar wordt het onprofessioneel, gemakzuchtig, lafhartig of medeplichtig. De politiek filosofe Hannah Arendt meent zelfs – vrij vertaald – dat het stoppen met zelf nadenken en gedachteloos uitvoeren wat je wordt opgedragen, de wortel van het kwaad is.
Nu we opgescheept zitten met een regering van meelopers, dwazen en kwaadaardigen, die zonder blikken of blozen een genocide faciliteren, mogen we god op onze blote knietjes danken voor de ambtenaren die allang weten waar de morele ondergrens ligt. En die al een jaar lang elke week hun stem laten horen in protest tegen het beleid van de regering ten opzichte van Israël.
En eindelijk, eindelijk, op 7 januari 2025, na een jaar lang volhouden dat er wetten en regels zijn die niet geschonden mogen worden door de politieke waan van de dag, vinden ze gehoor bij de programmadirecteur ‘Dialoog en Ethiek’, die zich publiekelijk aanbiedt een dialoog over de morele ondergrens te faciliteren. Met de betrokken ministers en de minister-president. En een vertegenwoordiging van de ambtenaren die zich uitspraken toen het moeilijk was.
Het wachten is nu op het antwoord van de regering. Als die nou lef toont, houden wij de hoop en misschien, heel misschien is er dan binnenkort weer reden voor enige trots.

Kerstoverweging

Deze dagen vieren we de terugkeer van het licht. We slepen een boom ons huis binnen en hangen er lampjes en glimmende versiersels in. We houden van de heidense midwinterrituelen in hun christelijke jasje. We zijn vertederd door het kindeke, dat in doeken gehuld in zijn kribje in de stal warm geademd wordt door de os en de ezel. Het kindeke dat geboren wordt om te kunnen sterven voor onze zonden. We voelen ons nederig en gezegend. We zingen van vrede op aarde. We willen hartstochtelijk geloven dat het licht steeds opnieuw terugkeert.
Ik wens je dagen waarin je in het knapperend haardvuur geen kindekes ziet die in de buurt van de mythische stal verbranden in hun eigen stal van stokken en doek; dat je geen kippenvel van ontzetting krijgt bij het horen van ‘toen kwam er een straal uit de hoge en viel op het kindeke teer’ en dat je onbevangen ontroerd kunt zijn bij het ‘midden in de winternacht, ging de hemel open’; dat het je gegund wordt een minuutje van de kerstdis weg te lopen als het verdriet om het lot van de huidige herders bij nachte je overmant.
Dat je niet gekweld wordt door gedachten aan een leider die het bezit van dat andere heilige boek wil bestraffen met gevangenisstraf; dat je eetlust niet te lijden heeft van het opheffen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of het bijna onmogelijk maken van gezinshereniging. Vergeet de stress van de kerstinkopen en de kokerij en kijk naar je geliefden en naasten om je heen en weet je uitverkoren.
Schuif de gedachten aan de in ons parlement gevallen woorden ‘barbaren moeten worden verdelgd’ weg, en vergeet dat daar werd voorgesteld een nieuwe Herodes voor te dragen voor de Nobelprijs voor de Vrede.
Denk bij uw glas wijn niet aan het bloed dat vergoten wordt voor onze zonden, maar denk aan wonderen waarbij hongerigen gespijzigd, dorstigen gelaafd en naakten gekleed worden, waarbij vreemdelingen een onderkomen krijgen.
Hoop op een wonder dat blinden ziende maakt. En hoop op vrede.

(afbeelding door Maya)

Rijksdagbrand

Misschien kwam het door het voortdurende olie-op-het-vuur gemieter en dat wild in het rond slingeren met verwijzingen naar de nazitijd in de Tweede Kamer en de media van afgelopen week dat ik aan de Rijksdagbrand moest denken. Of door Yesilgöz, intussen een volleerd populist die niet onderdoet voor Gekke Geert, die zei: de VVD wil al jaren een keiharde aanpak, en nu kunnen we doorpakken, want nu hebben we een meerderheid. Misschien dacht ik daarom aan de Rijksdagbrand: ook een onheilspellende gebeurtenis gebruikt als voorwendsel om eens lekker door te pakken.

Het is 27 februari 1933 als er brand uitbreekt in de Rijksdag, het Duitse parlementsgebouw van 1867 tot 1945. De communist Marinus van der Lubbe wordt in het brandende parlementsgebouw aangetroffen en opgepakt. Nazi-prominenten Hermann Göring en Joseph Goebbels zijn er als de kippen bij en roepen om het hardst dat zij wel weten wie er achter de brand zitten: de communisten en de sociaaldemocraten.
Hitler briest, op de hem bekende wijze, dat er een staatsgreep dreigt. Von Hindenburg kondigt de noodtoestand af via de Rijksdagbrandverordening, die de vrijheden en rechten van de bevolking behoorlijk beperken. Vrijheid van meningsuiting, recht op vergadering en het briefgeheim gelden niet meer. Duizenden communisten, vermeende communisten en sociaaldemocraten worden van hun bed gelicht en opgesloten.
De Rijksdagbrand markeert daarmee het begin van de naziterreur.

Vergelijkingen tussen ‘de jaren dertig’ en het hier en nu gaan vaak mank, toch het is niet zomaar dat de Rijksdagbrand en de nasleep ervan nu in mijn geheugen opduiken.
Het vuur van ‘de Jodenjacht’ in Amsterdam is nog nauwelijks gedoofd, of in Den Haag staat men al in het gelid om ‘door te pakken’. En doorgepakt wordt er: binnen de kortste keren wordt er in de Tweede Kamer een debat gehouden waarbij je kop tolt van de racistische prut die daar wordt uitgebraakt. ‘Keihard aanpakken’ en ‘ongeïntegreerd Marokkaans tuig’ strijden om de voorrang; de angst bij het joodse deel van de Nederlandse bevolking wordt effectief aangewakkerd; alles wat met islam te maken heeft wordt verdacht gemaakt en de geldigheid van het Nederlanderschap van mensen met een dubbele nationaliteit wordt aan hun mate van aangepastheid aan ‘onze normen en waarden’ gekoppeld. Het debat eindigt met het indienen van een groot aantal moties die niet bepaald getuigen van een liberale inslag.

Er wordt in de Tweede Kamer gezwaaid met een rapport vanuit het Israëlische ministerie van diasporazaken, waarin zonder bewijs en zonder steekhoudende argumenten verschillende Nederlandse organisaties beschuldigd worden van banden met Hamas. De gretigheid waarmee deze propaganda wordt omarmd is angstaanjagend. Het onderzoek naar de gebeurtenissen rondom de voetbalwedstrijd Maccabi Tel Aviv en Ajax, waarop meteen de ronkende etiketten pogrom en Jodenjacht werden geplakt, is nog niet afgerond. Maar de duivelse toon is gezet, waarmee wat in Amsterdam op 7 en 8 november gebeurde een mooie aanleiding is voor het extreemrechtse kabinet om de al zo lang begeerde maatregelen door de strot van de rest van de samenleving te persen. Met steun van bepaalde delen van de oppositie.
Het wachten is nu op de door het kabinet aangekondigde aanpak antisemitisme om het karwei af te maken.

PS – I – Van der Lubbe kon zijn onschuld niet bewijzen en werd ter dood gebracht. Geruchten dat Göring de brand in de Rijksdag zou hebben aangestoken zodat er kon worden afgerekend met de tegenstanders van de nazi’s zijn nooit definitief ontzenuwd.

PS – II – Enkele moties die werden ingediend bij het debat op 13 november 2024 en in stemming gebracht zijn op 19 november 2024:

Motie Wilders c.s. over uitspreken dat de Jodenjacht op 7 november 2024 in Amsterdam onacceptabel, onaanvaardbaar en een land als Nederland onwaardig is (366512, nr. 5) – aangenomen (alleen SP, PvdD en Denk stemmen tegen)

Motie Wilders c.s. over steun uitspreken aan de Joodse gemeenschap en maximaal inzetten op de veiligheid en bescherming van deze gemeenschap (36651, nr. 6)
Unaniem aangenomen

Motie van der Plas c.s. over gesprekken met groepen, organisaties, bedrijven en instellingen die antisemitische- en pro-Hamasuitingen doen tot een absoluut minimum beperken (36651, nr. 9) – aangenomen, mede met steun van CDA en CU. Caroline van der Plas is dolblij met de stevige stappen ter bescherming van de joodse gemeenschap

Motie van der Plas/van Zanten over het financieel bestraffen van onderwijsinstellingen die sprekers uitnodigen die de vernietiging van Israël propageren en van scholen die onderwijs over de Holocaust weigeren te verzorgen (36651, nr.10) – verworpen, omdat NSC met de voltallige oppositie meestemt. (SGP en Ja21 stemmen blijmoedig met de coalitie mee)

Motie van der Plas c.s. over het sluiten van salafistische moskeeën en instellingen die de vernietiging van het Joodse volk en Israël prediken (36651, nr. 12) – aangenomen Wilders juicht op X: Historisch, vindt hij het.

Motie Stoffer over het komen met een voorstel om het Joodse leven te beschermen en antisemitisme harder te straffen (36651, nr. 16) – aangenomen, waarbij CU, CDA en D’66 met de coalitie meestemmen.

Motie Stoffer over het door de veiligheidsdiensten onder de loep nemen van organisaties die genoemd worden in het special report van Israël (36651, nr. 17) – aangenomen, met steun van CU en CDA

Motie Timmermans over zo spoedig mogelijk een gesprek organiseren met de islamitische gemeenschap om zorgen bij Nederlandse moslims weg te nemen (36651, nr. 20) haalt het dan weer niet, want coalitie vindt het niks, met steun van het CDA

Motie Yesilgoz-Zegerius c.s. over de politie uiterlijk begin volgend jaar meer mogelijkheden bieden undercover mee te kijken in (besloten) Telegramgroepen (36651, nr 22) – aangenomen – alleen FvD, PvdD en Denk stemmen tegen

Motie Yesilgoz-Zegerius c.s. over bevorderen dat terroristische organisatie zoals Samidoun en de PFLP in Nederland en in de EU zo snel mogelijk worden verboden (36651, nr.23) – Aangenomen, mede met steun van Volt, GL/PvdA en D’66

Motie van Vroonhoven over agenda voor gemeenschappelijke waarden om de zwijgcultuur omtrent intolerantie, waaronder antisemitisme, te doorbreken (36651. Nr 29) – aangenomen, ook gesteund door de SP

Motie van Vroonhoven over aanscherpen beoordelingskader VOG’s voor taxichaufferrts die zich schuldig maken aan antisemitisme (36651, nr 31) – aangenomen, mede met steun van CDA en CU

Hier de volledige lijst met moties in stemming op 19 november 2024

Inburgeringscursus voor volksvertegenwoordigers

Gefeliciteerd! Je bent gekozen in de Tweede Kamer der Statengeneraal, of je komt in de regering. Voor je je kan nestelen op het pluche, moet je eerst deze inburgeringstest ‘Hoe doen we dat in de Haagse politiek’ met goed gevolg afleggen. Deze test is niet vrijwillig. Je dient aantoonbaar op de hoogte te zijn van de mores en omgangsvormen die heersen in onze politiek zo enerverende delta.
Aan de hand van onderstaande vragen testen wij jouw kennis over hoe je je moet gedragen als volksvertegenwoordiger, om zo jouw geschiktheid om leiding te geven aan Nederland te kunnen vaststellen.
(Mocht je niet slagen voor deze test, dan krijg je een herkansing. De kosten voor de voorbereiding op deze test, het doen van de test en de eventuele herkansing worden op jou verhaald.)

1. Ingrid vraagt wat een pogrom is. Wat kan je het beste tegen Ingrid zeggen?
a. Het is een lelijk woord dat stamt uit de oorlog.
b. Het is een georganiseerde gewelddadige aanval op een bepaalde bevolkingsgroep met de bedoeling die te verjagen.
c. Het is een hit and run-actie van jongens op scootertjes tegen Israëlische voetbalsupporters.

2. Henk wil graag weten waarom er protesten waren tegen de komst van de Israëlische president Herzog bij de opening van het Holocaustmuseum. Wat kan je het beste tegen Henk zeggen?
a. Ach, joh, er zijn altijd mensen die een feestje willen verzieken.
b. Ja, Henk, met de islam hebben we gewoon ook het antisemitisme binnengehaald.
c. Mensen zijn boos en verdrietig over de bezetting en het excessieve geweld door Israël in de Palestijnse gebieden en Gaza.

3. Femke vraagt waar de tulp vandaan komt. Wat kan je het beste tegen Femke zeggen?
a. Het is een oer-Hollandse bloem, net zo oer-Hollands als Sint-Nicolaas en koffie.
b. De tulp komt uit Turkije en Centraal Azië.
c. Van de bloemenstal of het tuincentrum.

4. Gideon vraagt waarom zwarte piet niet gewoon zwart mag zijn, met kroeshaar en dikke lippen. Wat kan je het beste tegen Gideon zeggen?
a. Die antizwartepiet zeikerds moeten gewoon oprotten naar hun eigen land en zich niet met onze tradities bemoeien.
b. Regenboogpieten hebben echt niks met lhbtqia+ te maken.
c. Zwarte piet is een racistisch stereotype. Jij slaat toch ook aan bij ‘witte man’.

5. Diederik wil graag weten wat een doorstroomlocatie is. Wat kan je het beste tegen Diederik zeggen?
a. Een plek waar je vluchtelingen met een status opvangt, zodanig dat ze zich niet thuis maar onwelkom voelen.
b. Vroeger heette het doorgangskamp, en was er altijd een station in de buurt.
c. Een plek waar we nieuwkomers kunnen opbergen zodat ze onze eigen mensen niet van de woningmarkt verdringen.

6. Geert is het niet eens met wat er in de vrije, onafhankelijke pers over hem wordt geschreven. Wat kan Geert het beste doen?
a. Met de krant van wakker Nederland bellen en vragen om een interview over zijn poezen.
b. Lachen en zijn schouders ophalen.
c. Op X journalisten uitschelden voor ‘tuig van de richel’.

7. Dilan heeft in een talkshow op de televisie iets gezegd wat niet waar is.
Wat kan Dilan het beste doen?
a. Zeggen dat de mensen die bij die talkshow werken gemeen zijn en haar expres hebben laten liegen.
b. Beginnen over antisemitisme en zeggen dat alles aan migratie ligt.
c. Zeggen: dat heb ik helemaal niet gezegd en als ik het wel gezegd heb, hebben jullie het verkeerd begrepen.

8. Pieter is gaan samenwerken met een partij die precies het tegenovergestelde wil van wat hij zegt te willen. Wat kan Pieter het beste doen?
a. Heel vaak heel lang praten zodat de tegenpartij zich vanzelf terugtrekt.
b. Meebewegen omdat het volk nou eenmaal gesproken heeft en het land geregeerd moet worden.
c. Meebewegen tot de rek eruit is en dan ziek thuis gaan zitten.

9. Caroline wil niet dat boeren een strobreed in de weg gelegd wordt. Wat kan Caroline het beste doen?
a. Zeggen dat landbouw ook natuur is.
b. Merci meenemen voor het personeel van de Tweede Kamer omdat ze zo goed voor de volksvertegenwoordigers zorgen.
c. Met Farmers Defence Force stand-by volhouden dat de boeren zorgen voor de voedselzekerheid van Nederland.

10. Mona woont leuk met een mooi uitzicht. Maar nu wil men precies voor haar neus een zorginstelling bouwen, zodat ze in plaats van bomen demente bejaarden in haar blikveld treft. Wat kan Mona het beste ondernemen?
a. Bij de Minister van Volksgezondheid lobbyen voor brede verkrijgbaarheid van de pil van Drion.
b. Zich beroepen op de Wet stikstofreductie en natuurverbetering die ze vanuit haar politieke overtuiging juist bestrijdt.
c. Stug volhouden dat het een privéaangelegenheid is.

11. Marieke vraagt zich af of Marjolein de dingen eigenlijk wel snapt. Wat kan Marjolein daar het beste op zeggen?
a. Mijn tweet klopt.
b. Ik hoor geen vraag.
c. Dit moet gewoon stoppen.

12. De reptielen van de deep state snappen niet waarom Thierry geen MP is. Wat kan je het beste tegen de reptielen zeggen?
a. We hebben de shallow state met Dick Schoof, marionet klasse I (democratie uitleggen aan reptielen is onbegonnen werk).
b. Jullie moeten bij het World Econonmic Forum zijn.
c. Het is antisemitisme.

13. Reinette wil niet langer geassocieerd worden met uitspraken die ze deed in haar vorige leven. Wat kan Reinette het beste beweren?
a. Ik draag geen goud en ik houd bij het autorijden ook altijd afstand met andere auto’s. In verband met mijn naam, snap je.
b. Ik neem er afstand van. Ik vond dat vroeger. Nu vind ik hetzelfde, maar ik noem het anders.
c. Ik heb die dingen gezegd als mens. Maar nu ben ik minister, dus ben ik geen mens meer.

14. Fleur is in verwarring. Nu ze niet meer in de oppositie zit, kan ze niet meer van alles zomaar roepen. Wat kan Fleur het beste doen?
a. Twitteren over hoofddoeken, dan gaat het daar tenminste over.
b. Een hoofddoek gaan dragen, dan gaat het daar tenminste over.
c. Zeggen dat ze in de oppositie niet genoeg informatie had, en nu wel, en dat het nu dus echt wel best heel complex blijkt te zijn, en dat ze het echt niet leuk vindt als er gezegd wordt dat ze dom is.

15. Dick wordt gezien als een trekpop van de Geblondeerde Leider. Hoe kan Dick daar het beste op reageren?
a. Als Peter Jansen incognito de marathon van Amsterdam lopen (‘Dickie!’, Schoofie!’)
b. Zeggen dat het land besturen zoiets is als een marathon lopen: ‘je denkt aan helemaal niks joh’.
c. Tsjonge, jonge jonge zeggen als de microfoon nog aanstaat.

Stuur je antwoorden naar ikzitlekkerophetpluche@krijgmijmaareensweg.nl
Je krijgt de testuitslag binnen zes weken (met een reguliere uitlooptermijn van nog eens zes weken).

Succes!

Het Gaza getto

De Russisch-Amerikaanse journaliste en schrijver Masha Gessen trok in The New Yorker van 3 december 2023 een vergelijking tussen Gaza en een joods getto in bezet Europa tussen 1939 en 1945. Ze schreef: “… Waarschijnlijk zou de meer passende benaming ‘getto’ tot ophef hebben geleid omdat de ellende van de Gazanen zou worden vergeleken met die van joden in de getto’s. Het zou ons ook woorden hebben gegeven voor wat er nu gebeurt in Gaza. Het getto wordt geliquideerd. …”
Niet lang daarvoor had Gessen de Hannah Arendt prijs gewonnen, een prijs van de Heinrich Böll Stiftung waarmee een politieke denker die excelleert in het rapporteren over en becommentariëren van totalitarisme wordt geëerd.
Na haar opmerkingen over Gaza en getto’s ontstond gekrakeel, want Gessen zou de uniekheid van de Holocaust relativeren met haar vergelijking, en dat maakte het ondenkbaar dat een Duitse prijs haar ten deel zou vallen. Uiteindelijk kreeg ze de prijs toch, maar in een kleine, afgeschaalde ceremonie waar zo weinig mogelijk aandacht aan besteed werd.
Gessen is niet de enige die vanwege haar opvatting over Gaza en de rol van Israël in het conflict in een kwaad daglicht wordt gezet. Opkomen voor de Palestijnse zaak, voor de rechten van Palestijnen en uiting geven aan je afkeer van het handelen van Israël kan leiden tot verdachtmakingen, terugkomen op gemaakte afspraken, ‘gecancelled’ worden.
De herinneringscultuur rond de moord op zes miljoen joden is vooral in Duitsland, maar ook steeds meer bij ons, geradicaliseerd tot een cultus die joods lijden verheft boven elk ander lijden. Dat je een casus zou kunnen opbouwen over het antisemitische karakter van zo’n stellingname, ligt misschien niet voor de hand, maar het zou kunnen: joden worden als groep apart gezet van alle andere mensen, krijgen collectief waarden aangemeten, en voor hen als groep gelden andere normen dan voor alle anderen. Dat is racisme, en omdat het over joden gaat, wordt dat automatisch antisemitisme.

Hannah Arendt, de naamgever van de prijs die Gessen uiteindelijk toch, zonder feestgedruis, ontving, zou niet verbaasd geweest zijn over de controverse. Zij had met een vergelijkbaar bijltje gehakt. Toen zij, ook voor The New Yorker, verslag deed van het Eichmann proces in 1961 vond ze ‘het brein achter de Holocaust’ maar een non-descript mannetje. Een prefecte representant van wat zij ‘de banaliteit van het kwaad’ doopte.
Dat gaf geen pas, want niets aan de Holocaust diende met banaliteit geassocieerd te worden. Eichmann was de über-Antisemit, het vleesgeworden kwaad. Zijn berechting in Jerusalem bekrachtigde Israël als sterke, joodse staat, die niet met zich liet sollen. Ook niet door een Duits-Amerikaanse Holocaust overlever met haar onwelgevallig inzicht en afwijkende mening.

Nu, bijna een jaar na het verschijnen van het artikel van Gessen, en meer dan 42.000 doden verder, lijkt een vergelijking van Gaza met een joods getto tijdens de Duitse bezetting de enig mogelijke, bijna milde, analogie die nog overeind staat, en is niet alleen de liquidatie van het getto in volle gang, maar wordt er ook driftig gewerkt aan een ‘Endlösung’. Het rapport van The Independent International Commission of Inquiry on the Occupied Palestinian Territory, including East Jerusalem and Israel gebruikt het woord ‘uitroeiing’, extermination (bladzijde 17). En dat rapport verscheen in Mei 2024.
Israël – gesteund door behulpzame bondgenoten – haalde de schouders op en zette nog een tandje bij op de ingeslagen weg. Voedsel, medicijnen, water, zeep, baby formula, maandverband, niets komt Gaza meer in. Je moet wel erg langs de lessen van de geschiedenis heen willen kijken als de vergelijking met de getto’s van weleer zich niet opdringt. Het is een duister hallucinante speling van het lot die slachtoffers tot daders maakt, Palestijnen tot ‘joden’, Israëli’s tot nazi’s.

En wij, hier in Nederland?
Wij laten het gebeuren. Blijven Israël steunen omwille van… omwille van wat eigenlijk?
Omdat het makkelijker is moord en brand te roepen over antisemitisme en antizionisme dan op te staan voor universele mensenrechten? Omdat de IHRA-definitie van antisemitisme maakt dat kritiek op Israël eenvoudig als jodenhaat te doemduiden is? Omdat de voortwoekerende moslimhaat mooi te camoufleren is met de zogenaamd moreel superieure ‘keiharde strijd’ tegen antisemitisme. Een strijd die voorbijgaat aan de groeiende groep joden in Nederland die walgen van de racistische suprematie en het onvoorstelbaar wrede geweld gepleegd door Israël. Een strijd die voorbijgaat aan internationale verdragen, afspraken en rechten die gelden voor alle mensen. Een strijd die de joden in Nederland niet beschermt, maar hen apart zet van alle andere burgers in het land.
En dat is niet alleen volkomen onterecht, maar ook gevaarlijk.

Bikker beukt door het verdriet

Over veel van wat er zich in Den Haag afspeelt kan je je verbazen of opwinden: het gênante gewiebel van onze door niemand gekozen, immer schichtig in de camera blikkende premier bijvoorbeeld, of de afweerbordenfantasie van Marjolein Faber, die meer bespottelijke onzin uitkraamt zoals: ‘ik ben beleid’. De manier waarop Pieter Omtzigt ons een rampenkabinet in frommelde aan de hand van een A4-tje garanties ter bescherming van de rechtstaat, om af te haken als het menens wordt; de leugen-op-leugen van Dilan Yeşilgöz, die zelfs geen actieve herinnering lijkt te hebben aan wat liberalisme ook alweer betekent; de ranzig populistische keukentafelpraatjes van Caroline van der Plas en het surrealistische geschreeuw van de PVV om het ontslaan van de burgemeester van Amsterdam. Het ontkennen van de crises die er zijn – stront slaan we op in silo’s, kan best; landbouw is ook natuur en kinderarmoede laten we niet verder groeien – en noodrecht willen inzetten voor een crisis die er niet is. Het blijkbaar acceptabel vinden om mensen die demonstreren tegen wat Israël doet in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en nu ook in Libanon met grote regelmaat ‘tuig’ te noemen, en alle rampzalige onzin die uit de keel van Baudet schettert.
Maar wat me het meest verbijsterd is de fanatieke hardnekkigheid waarmee Mirjam Bikker en haar fractiegenoten achter Israël staan en werkelijk elke kans die er is aangrijpen om ons voor te spiegelen dat het monster van antisemitisme rondwaart in onze samenleving. Dat jodenhaat door onze straten zou golven met de vele demonstraties die er bijna dagelijks zijn uit solidariteit met het Palestijnse volk: het volk dat de schuld van onze Holocaust inlost, dat al decennia blootgesteld wordt aan Israëlisch agressie en treiterij, met als (voorlopig) hoogtepunt het weerzinwekkende geweld dat we zien na de aanslag van Hamas van 7 oktober 2023.

Ik geloof dat Bikker een oprechte politica is. Ook komt zij niet met de ballingenballast van haar collega Ulysse Ellian, zoon van een Iraanse vluchteling die uitgesproken anti-Islam is, met wie zij de Initiatiefnota (met betrekking tot de aanpak van antisemitisme) overnam van voorgangers Segers en Yeşilgöz.
Ik geloof ook niet dat Bikker gedreven wordt door inherente moslimhaat of islam fobie, zoals sommigen van haar collega’s, die zo graag en zo luid schreeuwen over ‘islamitisch tuig’, en beweren dat nieuwkomers antisemitisme met de paplepel kregen ingegoten, of dat jodenhaat bij de islamitische cultuur hoort.

Juist daarom verbijsterd het me dat Bikker nauwelijks empathie toont voor de Palestijnse slachtoffers: de gemartelde gevangenen, gearresteerde kinderen, hongerende baby’s, wanhopige vrouwen, mannen en kinderen. Haar compassie geldt enkel de slachtoffers van de aanval door Hamas.
‘Het deugt van geen kant om op een moment van diep verdriet daar doorheen te willen beuken met je eigen gelijk’, zei Bikker op 8 oktober in de Tweede kamer, naar aanleiding van de heisa die ontstond door een paar onbeduidende incidenten tussen pro-Israël demonstranten en pro-Palestina demonstranten. Van de pro-Israël manifestatie op 7 oktober, georganiseerd door een christelijke organisatie op de Dam in Amsterdam, wordt een beeld geschetst als was het een vreedzame herdenking door ‘de joodse gemeenschap’ van de slachtoffers van de aanval door Hamas, terwijl de tegendemonstranten – zonder dat daar iemand tegen protesteert – het predicaat ‘tuig’ opgeplakt krijgen.
Als je woorden als ‘door diep verdriet heen beuken’ in de mond neemt, zou je er ook bij stil kunnen staan dat zwaaien met Israëlische vlaggen en het zingen van het Israëlische volkslied op een door de christelijke organisatie ‘Op de bres voor Israël’ georganiseerd event, als pijnlijk ervaren kan worden door ‘de Palestijnse gemeenschap’.

Ik nam de moeite om naar de registratie van de bijeenkomst op de Dam te kijken, en kan alleen maar concluderen dat het inderdaad een pro-Israël manifestatie was, zoals de organisator het zelf ook noemt. De herdenking van de slachtoffers van 7 oktober kwam daarbij nauwelijks aan bod: er was een minuutje stilte, er werd een enorme Israëlische vlag uitgerold en het Israëlische volkslied klonk.
De ‘joodse stem’ werd vertolkt door een rabbijn die er de Holocaust bij sleepte om zijn publiek een pluim te geven dat zij aan de goede kant staan; en Chris Stoffer van de SGP was er om de menigte voor te houden dat Israël wel móet doen wat ze nu doet. De manifestatie was een door en door politieke bijeenkomst, die het predicaat ‘waardige herdenking van de slachtoffers’ niet verdient. Waarmee ik – voor alle duidelijkheid – dus niet zeg dat zo’n manifestatie niet zou ‘mogen’.
Overigens: na de Tweede Wereldoorlog mocht de oprichter van de SGP niet terugkeren in de Tweede kamer wegens antisemitische uitspraken en geschriften tijden de bezetting. De SGP heeft daarvan nooit formeel afstand genomen. Maar ach, kniesoor en water onder de brug en zo…

Het siert Bikker dat ze ons oproept naast elke joodse Nederlander te gaan staan, maar, o, wat zou ik haar, vanuit haar christelijke barmhartigheid graag eens horen zeggen dat ze ook naast elke Palestijn in Nederland staat, en hun pijn en verdriet over een jaar lang excessief geweld onderkent.

Of zou het zo zijn dat Bikker niet anders kan dan zich op de vlakte houden over het Israëlische geweld? Omdat de staat Israël door christenen ten koste van alles moet worden verdedigd en behouden? Opdat de Messias als koning van Israël kan terugkeren en de profetieën tot het beoogde einde kunnen komen?
Schallen daarom de bazuinen, worden daarom het geweld en de doden genegeerd, wordt daarom gezwaaid met die wit-blauwe vlag?
Well then: Hallelujah! Praise the lord and pass the ammunition.

Een tuin voor verloren benen – manifestatie – Spui, Amsterdam

Op 6 oktober lezen we het boek ‘Een tuin voor verloren benen’ van de Palestijnse schrijver Mahmoud Jouda integraal voor op het Spui in Amsterdam (vanaf 11.00 uur)

De huidige fase van de genocide in Gaza alweer bijna een jaar oud. Palestijnen worden echter al sinds de stichting van de staat Israël van huis en haard verdreven, overleven onder bezetting en toenemende repressie en zijn op zijn best tweederangsburgers in hun eigen land.
Periodes van hevig geweld worden al decennialang afgewisseld met periodes van relatieve rust. Palestijnen worden vereenzelvigd met geweld. Israëliërs zijn de slachtoffers, want Israëliërs verdedigen zich tegen de ‘terreur’ van de Palestijnen.

Wij willen stilstaan bij de menselijkheid van de Palestijnen. Bij hun gerechtvaardigde verzet tegen de onderdrukking door de staat Israël. Bij hun lijden dat te weinig weerklank vindt in het beleid van onze regering.
Daarom lezen we op 6 oktober ‘Een tuin voor verloren benen’ van Mahmoud Jouda integraal voor.
Jouda vertelt in zijn roman over de ‘Mars van de terugkeer’, waarbij in 2018 en 2019 Palestijnen elke week bij het scheidingshek aan de ‘grens’ protesteerden tegen de Israëlische bezetting. Israël reageerde met kogels. Scherpschutters mikten op hoofden, benen en knieën van demonstranten. Velen raakten hun ledematen kwijt.
Jouda deelt de verhalen van de getroffenen en geeft hen een gezicht.

Wij nodigen u uit om zich aan te sluiten bij deze solidariteitsbijeenkomst. Kom luisteren op het Spui, of geef u op om een aantal bladzijden voor te lezen.
Wij zorgen voor de organisatie en de faciliteiten.

Aanmelden of meer informatie: joudavoorlezen@gmail.com

Door de historische schuld van west Europa aan de holocaust, en ingegeven door geopolitieke belangen, lijkt het in politiek den Haag vanzelfsprekend om Israël als Joodse staat door dik en dun te steunen. Van de Israëliërs die op 7 oktober gegijzeld zijn, kennen we de namen, we herkennen hun gezichten. Palestijnse doden blijven veelal anoniem, worden ons in de media opgediend in aantallen slachtoffers per bombardement. Als collateral damage bij het ‘uitschakelen van een Hamasterrorist’. Maar elke dode of gewonde Palestijn had, net als de Israëlische gijzelaars, een leven, familie, geliefden, ouders, kinderen. Dromen.
Dat willen we niet vergeten.

Rikje Jansen en Saskia Kunst
(Stichting Gutmensch)

Gays for Gaza is like chickens for KFC – dixit Netanyahu

De minister-president van Israël, Benjamin Netanyahu, mag een speech houden voor de verzamelde volksvertegenwoordigers van senaat en congres van de Verenigde Staten, ‘this great citadel of democracy’. Hij is zeer vereerd.
Op zijn ene revers draagt Bibi een speldje van innig verbonden Amerikaanse en Israëlische vlaggen; op zijn andere revers draagt hij een geel lintje. Bij honden betekent zo’n geel lintje dat ze moeilijk benaderbaar zijn, maar op de borst van Netanyahu staat het voor ‘bring them home’, in casu de Israëlische gijzelaars.
Achter de lezenaar voor Netanyahu zit Mike Johnson, een republikein uit Louisiana, die ook speaker of the house is. Op zijn revers prijkt een Amerikaans vlaggetje. Hij mocht Netanyahu aankondigen en kon, zo leek het, de opwinding nauwelijks aan. Naast Mike zit democraat Ben Cardin, voorzitter van de commissie buitenlandse betrekkingen. Hij draagt eveneens zo’n geel lintje. In Nederland zien we die versiering ook wel, bijvoorbeeld op de flappen van de jasjes van PVV Kamerleden, want die zijn héél begaan met de gijzelaars en erg gekant tegen het oplevend antisemitisme.

Netanyahu speecht zich een slag in de rondte. Hij zegt onder meer: ‘we staan op een kruispunt van de geschiedenis. Overal heerst chaos. In het Midden-Oosten, staat Irans as van het kwaad tegenover Amerika, Israël en onze Arabische vrienden. … Dit is een botsing tussen barbarij en beschaving, een botsing tussen hen die de dood vereren, en hen die het leven vieren. Maar als Israël en Amerika samenwerken, gebeurt er iets heel eenvoudigs: wij winnen, zij verliezen. En ik zeg jullie vandaag: wij gaan winnen!’
Na bijna elke zin die Bibi uitspreekt klinkt luid applaus. Achter Netanyahu springt Mike Johnson dan enthousiast op, zijn wat oudere kompaan Cardin volgt een fractie later. In mijn beeld zie ik de delinquente kop van Netanyahu geflankeerd door de twee driehoekige stropdaspunten van Johnson en Cardin, die parmantig de aandacht vestigen op onderbuik en kruis van de geachte volksvertegenwoordigers.

Netanyahu eert een aanwezige gijzelaar, een van de vier die bevrijd zijn in een operatie die aan tweehonderd Palestijnen het leven kostte. De gijzelaar werd herenigd met haar stervende moeder – hopla: up go Mike en Ben, samen met hun stropdaspunten. Bibi steekt de loftrompet over de dappere IDF soldaten die zelfs op één been nog terugkeren naar het front – hupsakee: daar gaan ze weer, de uiteinden van hun stropdassen wippen gezellig heen en weer op het ritme van het applaus. Tussen het klappen door memoreert Netanyahu ‘twee prachtige roodharige jochies die gegijzeld werden. Zulke mooie kinderen… zo monsterlijk.’ (Ter voorkoming van verwarring: het monster hier is Hamas.)
Hij zegt: ‘de pijn die deze families moeten doorstaan, er zijn geen woorden voor’.
Ik denk: voor de Palestijnse pijn hebben dichters als Ghayath Almadhoun woorden weten te vinden, en ook Israëlische schrijvers vinden woorden voor de Palestijnse tragedie. Hun woorden verhouden zich tot die van Bibi als fijn gouddraadwerk tot een web van scheermesprikkeldraad.

Netanyahu voert, via de slinkse omweg van een rouwende vader over zijn gesneuvelde zoon, het beroemde ‘jochie van de foto’ uit het getto van Warschau op. ‘Dat kind was reddeloos overgeleverd’, zo citeert Bibi de rouwende vader, ‘maar nu zijn we als joden niet langer hulpeloos tegenover onze vijanden.’
De Holocaust is nooit ver weg als het om vergoelijken van door Israël gepleegde misdaden gaat.

Bibi bedankt Biden – ‘a proud zionist’ – voor zijn steun. Ovatie! En Trump voor het erkennen van de geannexeerde Golan hoogte als horende bij Israël, en het verplaatsen van de ambassade naar Jerusalem. Donderend applaus plus gejoel.
De minister-president van Israël sneert naar de mensen die protesteren tegen de nietsontziende vergeldingsacties van Israël. Hij zegt: ‘de demonstranten maken geen onderscheid tussen hen die terroristen als doelwit hebben, en hen die burgers als doelwit hebben, ze maken geen onderscheid tussen de democratie Israël en de boeven van Hamas.’ Het zijn de nuttige idioten van Iran, zegt hij, die niet eens weten over welke rivier en welke zee ze het hebben. Klapperdeklap, opstuiterende Mike en opverende Ben, hun stropdasdriehoekjes dartelend op het ritme van het applaus.

Netanyahu zegt dat de burgerdoden de schuld zijn van Hamas. Applaus. Hij zegt dat er geen honger in Gaza is omdat elke Palestijn, man, vrouw en kind 3000 calorieën van Israël heeft gekregen. Als er al honger is, komt dat doordat Hamas het voedsel steelt. Klapperdeklap! Hij zegt dat de heldhaftige soldaten van het IDF lof toegezwaaid moeten krijgen om hoe ze de strijd voeren. Instemmend geroep door het applaus heen. Hij zegt dat Amerika het echte doelwit van Iran is, en dat Israël Amerika beschermd zoals Amerika Israël dekt. En de stropdasjes maar joepen op de maat van het geklap. Ik houd het niet meer en roep naar het beeldscherm: blijf toch staan jongens, dat zitten en opspringen elke minuut is volstrekt schaamteloos en door en door potsierlijk.

De oorlog kan morgen afgelopen zijn, zegt Bibi. Als Hamas zich overgeeft, zijn wapens inlevert en alle gijzelaars vrijlaat. Zo niet, dan zal Israël Hamas vernietigen. ‘Dat is wat we bedoelen met ‘total victory’.
Hoor ik hier nou een variant op ‘Der totale Krieg’? Het applaus klink zoals toen in het Sportpalast.

Ondanks alle narigheid is Netanyahu hoopvol. Want, zegt hij, het joodse volk is uit de diepe hel van ‘onteigening en genocide gekomen, en tegen alle verwachting in heeft het haar soevereiniteit in haar oude thuisland hersteld, en een levendige en krachtige democratie opgebouwd, een democratie die vernieuwing nastreeft ter verbetering van de hele mensheid.’ Opnieuw uiteraard donderend geklap; de Amerikanen hebben immers ook de mythe dat ze ‘een leeg land’ met blote handen hebben opgebouwd tot een baken van vrijheid in een woelige wereld. En ervaring als genocideplegers hebben ze tenslotte ook.
Bibi sluit zijn speech af met de verzekering dat hij niet zal rusten tot zijn nobele missie is volbracht en de hele achtergebleven regio vol onderdrukking, armoe en oorlog met hulp van Arabische bondgenoten tot een ‘bloeiende oase’ van waardigheid, voorspoed en vrede is omgevormd.
En daarbij heeft hij de niet aflatende steun van zijn grote vriend Amerika nodig. ‘Geef me sneller de wapens, zodat ik de klus sneller kan klaren’.
O, en ‘may God bless America and Israel’ en de innige vriendschap die de twee landen bindt.
Het applaus en de jubel doen de ramen in hun sponningen trillen.

Tijdens deze schandelijke vertoning is er een klein lichtpuntje. Rashida Tlaib, afgevaardigde uit Michigan, houdt in stil protest een bordje omhoog met: ‘oorlogsmisdadiger’, en: ‘schuldig aan genocide’. Als er een God is die zegeningen uitdeelt: dan graag aan Rashida Tlaib. Het is haar standvastig protest dat een staande ovatie verdient.

(Illustratie: Maya -2024)

Grip op migratie

Terwijl ik een stukje van de hoorzitting van Marjolein Faber terugluister, steekt mijn kat zijn kopje om de deur bij het horen van haar stem, kijkt verschrikt naar de beoogd minister van asiel en migratie en maakt zich schielijk uit de voeten.
Mijn kleine asielzoeker is een week of zes geleden aan komen lopen. Uitgehongerd, in de war maar vol vertrouwen dat we hem niet zonder pardon weer de straat op zouden schoppen. We zochten naar zijn huis van herkomst, maar vonden geen aanwijzingen. Dus namen we hem op.
Ja, het kost wat. Je moet met hem naar de dierenarts, een kattenbak en -mand kopen, en zo’n kleine eet de oren van je hoofd. En ja, hij loopt af en toe iets omver en zet z’n nageltjes in je arm. Dan zet je wat dierbare kwetsbare dingen op een veilige plek en leert hem zijn nageltjes in te houden als je met hem speelt. Je maakt ruimte voor je nieuwe huisgenoot en gaat samenwonen.
Het schijnt dat katten feilloos aanvoelen wie te vertrouwen is en wie niet. Dat geldt ook voor veel andere dieren. Mensen daarentegen hebben in de loop van het door kerk en staat geleide beschavingsoffensief hun instincten laten verschralen tot onderbuikgevoelens die geen argumentatie meer behoeven. Ze hoeven alleen maar benoemd te worden om geldig te zijn.
Zodoende is het acceptabel dat Faber het strengste asielbeleid ooit mag gaan uitvoeren, want als we nou maar ‘grip op migratie krijgen’, komt alles weer goed en wordt Nederland weer van ons.
Faber, die al jarenlang in niet mis te verstane woorden en daden uiting geeft aan haar op omvolkingstheorie en racisme gebaseerde vreemdelingenhaat, mag tot de regering toetreden. Faber, die gezien haar track record totaal ongeloofwaardig nu beweert dat ze geen racist is, dat ze nooit omvolking volgens de nazi-ideologie bedoelde, dat ze zich enkel grote zorgen maakt over de ‘zorgelijke demografische ontwikkeling’ in Nederland. Wat bij haar zoiets betekent als: de witte Nederlander wordt vervangen door een niet-witte vreemdeling die een geloof aanhangt waar ik, Faber, niets van moet hebben.
Ze stelt dat ze een minister voor alle Nederlanders zal zijn. En in plaats dat de hele Tweede Kamer in hoongelach uitbarst, wordt van alle kanten slechts bevestigd dat ‘grip op migratie’ de hoogste prioriteit heeft. Want alleen als we ‘de asielstroom indammen’, kan ons land gered worden. Daarbij is blijkbaar alles geoorloofd. Zelfs Faber als minister. Een poging het tij te keren met een motie van wantrouwen wordt weggestemd, ondanks een beroep op het morele besef van individuele kamerleden van de helft van de coalitie. Maar met ook de zegen van de VVD en de NSC mag Faber aan de slag.

Je kunt veel en vaak roepen dat de migranten de schuld zijn van alles, maar daarmee wordt het niet waar. Je kunt vreemdelingenhaat en rancune botvieren door de voorrang van statushouders bij toekenning van een sociale huurwoning af te schaffen, maar daardoor verschijnen er in stad en land niet vanzelf woningen voor starters, studenten en jonge gezinnen. Je kunt de grenzen dichtgooien en geen migrant meer binnenlaten en naar je achterban toeteren dat Nederland zo weer van ons wordt, maar als de tomaten in de kassen wegrotten omdat niemand ze plukt, de vee-industrie vastloopt omdat in de slachthuizen niemand meer slacht, en niemand meer een pakketje op tijd bezorgd krijgt, gaan de BBB-boeren en Henk en Ingrid de consequenties van het zo gretig omarmde beleid voelen, ook in hun portemonnee. En dat zal ze niet bevallen.
Je kunt vluchtelingen en asielzoekers aan de grens van Europa laten opsluiten in onmenselijke kampen in ruil voor forse bijdragen aan ondemocratische regimes; en de asielzoekers die toch Nederland binnenkomen laten verpieteren in lekke tentenkampen in Ter Apel en Budel tot je ze kan uitzetten, maar daarmee komt bestaanszekerheid, armoedebestrijding en afschaffing van de eigen bijdrage in de zorg niet per se dichterbij.

Met een beetje andere koers is het mogelijk om de zo hartstochtelijk gewenste ‘grip op migratie’ te krijgen zonder je menselijkheid te verliezen. Bijvoorbeeld door structureel te investeren in ontwikkelingssamenwerking zonder de lokale handel en industrie vleugellam te maken door het schaamteloos promoten van eigen handel en industrie. Dan hebben mensen in hun thuisland meer kansen een leefbaar bestaan op te bouwen. Dan hoeven ze hun heil niet overzee te zoeken.
De woningcrisis kan ook worden aangepakt door ‘boeren, telers en tuinders’ versneld op weg te helpen naar duurzaam produceren, zodat er (stikstof)ruimte vrijkomt om te bouwen. Dan kunnen behalve studenten, gezinnen en starters ook migranten fatsoenlijk gehuisvest worden.
Als de extreem rijken meer belast worden vanuit de stelling dat ‘men aan een boom zo volgeladen vijf zes pruimen niet mist’, hoeft er niet op alles bezuinigd te worden en kunnen migranten worden ingezet om de personeelstekorten in de zorg, de kinderopvang en het onderwijs op te lossen zodat er win-win situaties ontstaan. Goed voor de integratie; het neemt de ‘angst voor de Ander’ weg, en is een remedie tegen ingeworteld racisme en vreemdelingenhaat.
Er zijn menswaardige mogelijkheden om van Nederland een land te maken waar iedereen zich thuis kan voelen. Dan hoeven vluchtelingen en migranten niet meer de schuld te krijgen van de puinhoop, maar zijn ze deel van de oplossing. En als we daarvoor allemaal een beetje meer kleur krijgen, is er eerder iets gewonnen dan verloren.

De politiek van het kleinste kwaad

Tijdens de debatten die na maart in de Tweede Kamer over het toenemende antisemitisme werden gehouden, werd verwezen naar de ‘indringende dramaserie’ de Joodse Raad. Iedereen die, zo beweerde men in de Kamer, ook maar een greintje twijfel voelde over de omvang van het leed dat de joodse bevolking van Nederland ervoer door de pro-Palestijnse protesten, zou de serie moeten bekijken. Want, zo zeiden onze volksvertegenwoordigers bijna allemaal in koor: we hadden het al eens meegemaakt, de toenemende jodenhaat, de uitsluiting, het antisemitisme. En nu zagen we het weer! Wie anders durfde beweren had een gaatje in zijn hoofd, was te kwader trouw of een walgelijk terroristenvriendje.
Een maand of wat later, bij het aanschouwen van het tweedaagse debat over de regeringsverklaring blijven mijn ogen hangen aan Pieter Omtzigt, die met zijn eigen NSC en de VVD het huidige extreemrechtse kabinet mogelijk maakt, en dwalen mijn gedachten af naar David Cohen. David Cohen was, samen met Abraham Asscher, voorzitter van de Joodse Raad in Amsterdam. Die was begin 1941 door de Duitse bezetters in het leven geroepen om leiding te geven aan de Amsterdamse joodse gemeenschap, en diende ervoor te zorgen dat de anti-joodse maatregelen aan de joodse bevolking werden doorgegeven en stipt werden opgevolgd.
In genoemde tv-serie zien we Cohen meebewegen met de bezetter, omdat hij door meebewegen erger kwaad denkt te voorkomen, geschrokken als hij is van het lot van de mannen die tijdens de eerste razzia’s in februari 1941 zijn opgepakt. Die joodse mannen werden naar Mauthausen gedeporteerd. Dat daar helse omstandigheden golden, bleek uit de stroom aan overlijdensberichten die het thuisfront al spoedig bereikte. In 1941 nam de bezetter nog de moeite om overlijdensberichten te sturen.
Voor Cohen stond deportatie naar Mauthausen gelijk aan een doodvonnis.
Ook toen Cohen kon weten dat een vergelijkbaar lot de mannen, vrouwen en kinderen wachtte die via Westerbork afgevoerd werden naar andere kampen, zoals Sobibor en Auschwitz, gaf hij daar geen ruchtbaarheid aan, omdat hij hen die op transport moesten niet van streek wilde maken.
Een evenwichtig oordeel geven over het handelen van David Cohen is ingewikkeld. Was het nobeler geweest om aan hen die de treinen in moesten precies te vertellen welk lot hun wachtte, of is het menselijker om te doen alsof het nog goed zou komen? Had het verschil gemaakt als de mensen wisten wat hun te wachten stond aan het eind van de spoorlijn?
Mij lijkt het rechtvaardiger om mensen zelf de keus te laten of ze gedwee buigen voor de heersende macht, of zich liever, toch al ten dode opgeschreven, tot het uiterste verzetten. Beide keuzes zijn aanvaardbaar, als ze maar geïnformeerd gemaakt worden.
In de aangeprezen tv-serie rebelleert de dochter van Cohen tegen haar vader. Ze komt in verzet tegen zijn uitdrukkelijke gebod niets te doen wat ‘de Duitser’ zou kunnen ontstemmen. Zij redde ettelijke kinderen uit de Joodse Crèche aan de Amsterdamse Plantage Middenlaan. Van haar zoon Rob Oudkerk weten we dat ze een levenslang schuldgevoel had over de kinderen die ze niet heeft kunnen redden. Zoals het gaat met mensen die een goed afgesteld moreel kompas hebben; die lijden meer aan wat ze niet konden bewerkstelligen dan dat ze tevreden zijn over wat ze wel bereikten. En tegen dat gevoel van falen is het applaus en de lof van minder daadkrachtige omstanders geen remedie.

Pieter Omtzigt doet me denken aan David Cohen. Niet dat de omstandigheden vergelijkbaar zijn, maar ook Omtzigt komt me voor als een persoon die er tegen alle redelijkheid in van overtuigd is dat hij het algemeen belang dient. Dat het passend is met de PVV in zee te gaan, om erger te voorkomen. Erger in de zin van nieuwe verkiezingen met een nog groter extreemrechts machtsblok als gevolg. Als een hedendaagse variant van de politiek van het kleinste kwaad, lijkt hij te denken dat hij, toonbeeld van moraal, fatsoen en joods-christelijke waarden, met zijn niet aflatende aandacht voor rechtsstatelijkheid de PVV in toom kan houden en de ergste uitwassen van het op discriminatie en uitsluiting gebaseerde gedachtengoed van Wilders kan matigen.

Was het arrogantie dat David Cohen dacht dat hij de Duitse bezetter tot mildheid kon overhalen? Dat hij een deel van de joodse elite zou kunnen behoeden voor deportatie om zo de opbouw van de gemeenschap na de catastrofe veilig te stellen? Deed hij een oprechte poging te redden wat er te redden viel?
En Pieter Omtzigt? Hoe zou het zitten bij hem? Zou hij oprecht denken dat hij de rechtstaat uit de klauwen van de PVV kan redden en is hij daarom akkoord gegaan met deze coalitie? Vertrouwt hij op de steun van het liberale smaldeel van de VVD, en de kracht van onze democratische instituties?
Ik begrijp dat de vergelijking tussen Cohen en Omtzigt een beetje mank gaat. We zuchten vandaag de dag niet onder een wrede buitenlandse bezetting. We faciliteren niet de deportatie van Nederlandse medeburgers naar onbekende en onbestemde oorden waar een wisse dood hen wacht… Maar we knijpen al wel collectief een oogje toe bij het terug de volle zee opduwen van gammele bootjes vol vluchtelingen, inclusief vrouwen en kinderen; en malen niet om een door de golven verzwolgen vluchteling of een aangespoeld kinderlijkje meer of minder. En dat is nog maar de opmaat voor wat er kan gebeuren als dit kabinet een meerderheid van de Kamer achter ‘het strengste asielbeleid ooit’ weet te krijgen.
Ik hoop van harte dat Omtzigt een ondergrens heeft, en dat hij, als die bereikt wordt, eindelijk ophoudt met water bij de wijn doen. En anders moeten we die grens maar voor hem trekken, en de straat opgaan, er fel tegenaan. Met z’n allen. Steeds weer.