Auschwitzmethodes

Misschien kwam het door de interruptie van Joost Eerdmans (JA21) op zijn collega Emiel van Dijk. Het gebeurde tijdens een commissiedebat over ‘de crisis’ in het gevangeniswezen. Emiel is aan het woord namens de PVV. Hij zegt: ‘zet ze met acht man op een cel en laat ze lekker staand slapen’. Eerdmans, die toch een reputatie op het gebied van harde maatregelen heeft hoog te houden, reageert verbijsterd: ‘ongelofelijk, de standing cell, dat zijn Auschwitzmethodes’.
Van Dijk verblikt of verbloost niet. Onbewogen betoogt hij verder over de versobering van het gevangeniswezen: het afschaffen van dagprogramma’s; 23 uur binnen en een uurtje luchten. En als ze ‘een grote bek hebben flikker je ze twee weken in een isolatiecel. En als ze eruit komen en ze doen het weer, sluit je ze weer op’. Gevangenis moet een straf zijn, niet links gezellig samen koken, een tv op de cel en een eigen douche. Het is nu veel te goed toeven in de nor: zonder zorgen lekker een beetje op slippers rondbanjeren in gigantische luxe, vindt Van Dijk.
Of misschien kwam het door Van Dijks partijgenoot Martina Vondeling, die haar blijdschap over de asielwetten van Minister Faber deelt in het commissiedebat over asiel en migratie, en glashard beweert dat ‘Nederlanders’ dit beleid willen, dit kabinet willen. Ook vindt ze dat asielzoekers die voor overlast zorgen vastgezet moeten worden – dat mag gewoon van de EU hè, zegt ze. En ook van haar mogen ze met meer (zij gaat voor zes) op een cel en rechtop slapen, want ‘dan hebben ze het hier toch nog beter dan in hun eigen land.’
Ze trekt van leer tegen zieke asielzoekers ‘die op kosten van de belastingbetaler in een taxi het hele land doorgereden worden. Laat ze die taxiritjes lekker zelf betalen.’ Ook moet de minister garanties geven dat de gemeenten asielzoekers niet toch stiekem voorrang geven voor een sociale huurwoning, want die zijn voor de Nederlanders. ‘Laat asielzoekers maar op de bank bij familie logeren’, of in een doorstroomlocatie voor zo lang als nodig is.
Of kwam het toch door de in Europees verband geplande uitzethubs waar we mensen die hier niet mogen zijn, mensen die we hier niet willen, naar toe kunnen sturen? Brak er iets toen ik de Europarlementariër van de BBB Sander Smit hoorde zeggen dat we natuurlijk aan de mensenrechten moeten denken, maar dat die hubs buiten Europa wel veel goedkoper zijn, en ‘die mensen hebben niet per se het recht om in de luxe van een Westers land te worden opgevangen.’

Ineens zag ik het helemaal voor me: rond die uitzethubs in ‘veilige landen’ buiten Europa kan een hek komen te staan. Wachttorens en zoeklichten. Want een buiten-Europees veilig land wil natuurlijk ook niet dat die door Europa afgedankte lui gaan rondzwerven.
Als Nederland nou eens met hulp van het Ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp fabrieken rond zo’n opvanghub zetten? En die mensen daar laten werken. Snijdt het mes aan twee kanten: goed voor ons bedrijfsleven, en de ongewensten worden in staat gesteld iets te doen met hun menselijk kapitaal. Heel waardevol.
Ik zag het: een verzameling barakachtige gebouwen, rijen stapelbedden, driehoog. Latrines buiten. Elke ochtend eerst tellen, en dan afmarcheren naar de fabrieken.
Als Nederland het daar ver weg met die asielzoekers een beetje voor elkaar heeft, kan het gevangenenkapitaal er ook naartoe. Is én het asielzoekersprobleem, én het cellentekort opgelost. Bingo!

Internationale vrouwendag

Soms voel ik me een wankelmoedige feminist.
Niet dat mijn overtuiging dat mannen en vrouwen gelijke rechten moeten hebben of aanspraak moeten kunnen maken op gelijke beloning bij gelijk werk aan erosie onderhevig is. Of dat ik plotseling denk dat het niet van de zotte is om vrouwen als ondergeschikt aan mannen te zien, of ineens geloof hecht aan de oudbakken opvatting dat ‘de man het hoofd is van de vrouw’, laat staan dat ik geschiedenis lees in het sprookje van Adam, Eva, de slang en de appel.
Ik denk nooit ‘had je maar geen kort rokje aan moeten trekken, of ‘je moet je man ook niet zo tergen’, of ‘dat krijg je ervan als je een glas te veel drinkt’ wanneer er weer een vrouw het slachtoffer is geworden van seksueel of huiselijk geweld.

Ik vind dat vrouwen, als ze dat graag willen, in het leger mogen dienen, ook in gevechtseenheden; dat het idee van mannelijke of vrouwelijke beroepen achterhaald is; dat een vrouw niet geboren is om te zorgen en te dienen en een man om te leiden, en al helemaal niet dat een vrouw haar ware bestemming pas heeft bereikt als ze kinderen heeft gebaard.
Daarin wankelt mijn feministische zelf niet.

Maar om nou te doen alsof met vrouwen aan het roer alles beter wordt, dat gaat me te ver. Kijk richting Den Haag en huiver! Neem Caroline van der Plas, de moeke van de Tweede Kamer met haar Merci chocolade en haar ‘burgers van Nederland en ‘voor de mensen thuis’. Geen ‘leider’ waar mijn hart sneller van gaat kloppen. Of het lustige trio van de VVD: Dilan Yeşilgöz, Bente Becker en Claire Martens-America die over elkaar buitelen als het gaat om nare dingen voor vluchtelingen bedenken en waarvan alleen de opgewonden stemmetjes, lange lokken en de vermoorde onschuld spelen clichématig vrouwelijk zijn. Kille tantes zijn het, die niet tot voorbeeld strekken, ook al bereikten ze de spreekwoordelijke top. Annabel Nanninga met haar ‘dobbernegers’ en ‘Hitlers mooie ovens’; Klever en Faber, de paradepaardjes uit de knollenstal van de PVV: geen lichtende voorbeelden voor het curieuze idee dat de wereld met vrouwen aan de macht een paradijselijk oord wordt.
Kijk ik richting Amerika, Duitsland en Israël, dan slaat mijn huiver om in koude rillingen: de menselijke barbies rondom Trump; de verliefd juichende vrouwenmenigte in aanbidding voor de grab ’m by the pussy vedette: taferelen die doen denken aan bijeenkomsten in de jaren dertig in Duitsland als de Führer ergens zijn opwachting maakte. Kippenvel krijg ik van Alice Weidel van de AfD: Alice für Deutschland, een variant op de nazistische strijdkreet Alles für Deutschland. Nog afschrikwekkender: Danielle Weiss, een extreemrechtse Israëlische orthodoxe settler-zionist die het liefst alle Palestijnen persoonlijk aan het rapier zou rijgen…

Als ik bijna aan doemdenken ten onder ga, verschijnen er de gezichten van een aantal vrouwen voor mijn geestesoog: van Kati Piri, Marieke Koekoek, Christine Teunissen, heldere stemmen in ons parlement; van de dappere ex-ambtenaren Angelique Eijpe en Berber van der Woude die zich niet wensten te voegen naar het wrede en onrechtvaardige Israël beleid van de regering, hun ontslag namen en hun stem verheffen; straatarts Michelle van Tongerloo die zich onvermoeibaar inzet voor de verschoppelingen en de door het systeem in de steek gelatenen.
Uitgesproken vrouwen die niet aan apenrotsklimmen doen maar op de vleugels van kracht en moed de hoogte bereiken zoals filosofe Hannah Arendt; onverschrokken wetenschapsters als Naomi Klein en Maya Wind; Rashida Tlaib, die tegen de stinkende modderstroom die de Amerikaanse politiek is geworden inzwemt en protesterend een bordje met war criminal omhoog houdt als oorlogsmisdadiger Netanyahu in het Amerikaanse Congres spreekt; de Palestijnse journaliste Bisan Owda die verslag doet vanuit haar aan puin geschoten thuis of de onvolprezen Francesca Albanese, die zich door niemand de mond laat snoeren omdat ze weet dat ze aan de kant van waarheid en recht staat.

En zij zijn, realiseer ik me dan, nog maar het topje van de ijsberg aan sterke, uitgesproken, dappere vrouwen die onvermoeibaar strijden voor het goede, het ware en het schone. Vrouwen waar je trots op kan zijn, die tot voorbeeld strekken, met wie de wereld een kans heeft een beter oord te worden voor vrouwen en mannen.
Strijdbare internationale vrouwendag!

God, Barbapappa, Francesca en Diederik

We gaan het hebben over God, de Barbapappa van het universum, gewend om de vorm aan te nemen die de gelovige van dienst het beste past. Hij kan de God van je tante zijn, voor wie je je pet moet afnemen als je langs het huis van je baas komt, ook al is hij niet thuis, want je weet nooit wie het ziet. Hij kan een muisgrijze ezel zijn met omwikkelde hoefjes die getroost moet worden met minnespel. Een huistiran, of de goedertieren Vader met jouw naam in de palm van Zijn hand.
De gemartelde man aan het kruis.
Hij kan ontelbaar veel armen hebben, een rat als rijdier, of uitgemergeld onder een boom verlichting vinden.
Ik heb niet veel met zulke Godsbeelden. Wat er wezenlijk in mist is een licht en vanzelfsprekend soort liefde die niet uitgaat van eigenbelang. Een gevende liefde, die niet denkt aan belastingaftrek. Die niets terug hoeft, ook geen plaats in de hemel of een hogere wedergeboorte.
God als compassie, empathie, medeleven op grond van een gedeeld menszijn, dat is de Barbapappa van mijn voorkeur. Daar heb je niet het vooruitzicht op eeuwige zaligheid voor nodig, dat kan je elke dag beleven, in het hier en nu.

Ik ben als baby katholiek gedoopt, deed mijn eerste communie, en liet me uit de kerk schrijven toen paus Johannes Paulus II Nederland bezocht. Toen realiseerde ik me dat de kerk subsidie ontvangt naar aantal ingeschreven leden, en dat voor mij kerk en God weinig met elkaar te maken hebben.
Ik heb niets tegen oprecht geloof. Ik houd van kerkgebouwen, de katholieke opsmuk, de heiligen, de protestantse soberheid. De orgelmuziek, de spirituals, zelfs van goed gezongen psalmen. Van het samen delen, de rituelen, de contemplatie.
Maar ik verafschuw het instituut, dat groot is geworden door uitsluiting, dwang en angst aanjagen, in elke denominatie. De kerk is uiterlijkheid, een huis voor iets dat geen muren kent; het instituut is een keurslijf, terwijl God per definitie ongrijpbaar is, en geen korset Hem past.

De SGP, de zelfbenoemde hoeder van het christelijke vaderland, ziet dat heel anders. De God van de SGP is een vleesgeworden keurslijf waar iedereen ingeperst moet worden.
De SGP beroept zich nog immer op de waarheid van de Statenvertaling en de beginselen zoals vastgelegd in de Dordtse Synode, die beiden stammen uit het begin van de 17de eeuw. In de SGP beginselen is vastgelegd dat de maatschappij moet worden ingericht naar door God gewilde en door de SGP gekende gezagsverhoudingen, waar iedereen zijn plaats kent en daarmee tevreden is. De SGP streeft ‘niet zozeer naar een meerderheid van kiezers’, maar ‘naar handhaving en doorwerking van de beginselen’ van haar program, en wil dat ‘ongeloofspropaganda, valse religies en antichristelijke ideologieën door de overheid uit het openbare leven worden geweerd’, aldus hun beginselverklaring (bijgewerkt in 2000).

Vielen voorheen joden onder de aanhangers van de ‘valse religies’, de door de God van de SGP als afgedwaalden van de Enige Waarheid gebrandmerkten die bestreden moesten worden. Nu moeten de molsims het ontgelden, en wil de SGP joden juist beschermen en joodse staat, Israël, voor en boven alles liefhebben en behouden. Want zonder Israël als joodse staat geen wederkomst van de Messias, en zonder terugkeer van de Messias geen verlossing, aldus de SGP, de privé heraut van Gods wil. Moslims, de Islam, en al helemaal Hamas en de Palestijnen, staan de verwezenlijking van die heilsleer in de weg.

Nu kan je denken: ach, die SGP, met hun bescheiden zetelaantal in de Tweede Kamer en hun verouderd aandoende ideeën, dat is folklore, zoals Oranjeverenigingen, de zondagsrust, met kriebelkousen aan en een hoedje op naar de kerk. Maar ondertussen is de SGP wel de aanjager van een onversneden en hartstochtelijk uitgedragen pro-Israëlkoers, met als laatste wapenfeit de hetze tegen de VN rapporteur voor de Palestijnse gebieden Francesca Albanese, die, zoals de Telegraaf schrijft, ‘omstreden’ zou zijn.
SGP’er Diederik van Dijk verwijt Albanese dat ze ‘antisemitische drek’ verkondigt, want zij levert een voor de SGP onappetijtelijke  boodschap die Israël als schurkenstaat ontmaskert. Gelegenheidsfilosemieten BBB en PVV scharen zich achter de SGP. Want, zo schreeuwen ze van de daken: jodenhaat klots in Nederland tegen de plinten!
De CU is als altijd het minder rabiaat gebekte zusje van de SGP, die dezelfde boodschap beter weet te verpakken. En ook de VVD, het laatste restje liberale geloofwaardigheid overboord gooiend, vindt het ongepast dat Albanese een podium krijgt in de Tweede Kamer.

Op aangeven van Diederik van Dijk wordt per rechtse meerderheid besloten dat Albanese niet ontvangen wordt. Diederik, geleid door zijn God die is geschapen naar het beeld van de SGP: Barbapappa in wraakzuchtige, über-patriarchale vorm die er exclusief is voor Zijn volk in Zijn beloofde land. Voor de gelegenheid met joden in knellende omarming, en met uitsluiting van anderen, in het bijzonder anderen die het islamitische geloof aanhangen.
En de niet per se gelovigen? De islamofobe opportunisten van PVV, BBB, VVD, en JA21? Zij roeren met veel tamtam de trom op de maat van de God van de SGP. Omdat het zo uitkomt, om te scoren bij hun achterban.

Hoop, lef en trots

Niet lang geleden zei iemand in mijn werkomgeving tegen mij: ‘als het bestuurlijk anders besloten wordt, dan heb jij dat als ambtenaar gewoon uit te voeren.’ Nou ging het in dit geval over een pietluttig dingetje waar geen bloed uit vloeit, en ging het uiteindelijk gewoon zoals voorgesteld, maar ik schoot vanaf mijn kantoorstoel toch direct de ruimte in waar volgzaamheid medeplichtigheid wordt, en waar het als positief gezien wordt werktuigelijk uit te voeren wat van hogerhand beslist wordt. Neutraliteit, wordt dat genoemd.
In Myanmar, waar ik tussen 2011 en 2018 werkte als trainer burgerschap en democratisering, werden destijds voorzichtige stappen naar een vrijere samenleving gezet, tot het leger in 2021 opnieuw de macht greep, kwam het begrip civil servants tijdens de trainingen regelmatig ter sprake. Dan werd gevraagd: ja maar, die ambtenaar kan die vergunning toch wel even geven? Hij kan die stempel toch zetten? Hij weet dat ik daar recht op heb. Hij kan toch gewoon helpen?
En ik maar uitleggen dat een ambtenaar gebonden is aan het uitvoeren van het door de regering en/of volksvertegenwoordiging bepaalde beleid, dat hij niet gewoon maar mag doen wat hem goeddunkt, maar zich aan wetten en regels moet houden.
Al redenerend kwamen we in Myanmar tot de conclusie dat het leuk en aardig klinkt, neutrale ambtenaren, maar dat neutraliteit een goed functionerend politiek systeem vereist, met gegarandeerde macht en tegenmacht en een volksvertegenwoordiging die zich ook daadwerkelijk van zijn vertegenwoordigende taak kan kwijten.
Maar als dat niet zo is? Als het systeem gedomineerd wordt door een door eigenbelang gedreven autocratische elite? Moet men deze dan gehoorzamen alsof ze een geldig mandaat hebben? Of door mesjogge types die goedgekapt maar doordieselen zonder acht te slaan op uitvoerbaarheid, laat staan wenselijkheid? Wat als de wetten zelf onrechtvaardig zijn? Moet je onrechtvaardige wetten uitvoeren, of is het je plicht om onrechtvaardigheid aan de kaak te stellen? Wat als het beleid regelrecht tegen de wet of de internationale rechtsorde ingaat?
In Myanmar bedachten we een campagne onder de slogan: ‘we hebben rechtvaardige wetten nodig’. In Myanmar was het dapper om zo’n campagne te voeren, want ondanks dat er een parlement zetelde in de hoofdstad Naypyitaw, was de macht van de militairen – en daarmee de dreiging van represailles bij elke vorm van verzet – overal voelbaar en aanwezig.
Maar in Myanmar was ook duidelijk dat het leger en aan het leger gelieerde grote graaiers de regering in hun zak hadden, en daarmee werd die regering in beginsel onrechtmatig, en protest bittere noodzaak.

In Nederland, waar je niet hoeft te vrezen opgepakt te worden en met harde middelen verhoord te worden, is het ironisch genoeg ook dapper om je als ambtenaar uit te spreken tegen het beleid. Want voor je het weet zit je in het verdomhoekje, en word je bestempeld als linkse dilettant die de verkiezingsuitslag niet respecteert. Als vrouw ben je al gauw emotioneel, te betrokken of hysterisch als je oorlogsmisdaden van een bevriende natie wilt agenderen.
Wij hebben in principe een democratisch systeem, wij hebben een systeem van ‘teugels en tegenwicht’. Nederland is een gerespecteerd lid van de internationale gemeenschap. En toch gaan we nu onderzoeken waar de morele ondergrens ligt: wanneer mogen ambtenaren beleid niet uitvoeren? Anders geformuleerd: wanneer is zwijgend je plicht doen niet langer neutraal, maar wordt het onprofessioneel, gemakzuchtig, lafhartig of medeplichtig. De politiek filosofe Hannah Arendt meent zelfs – vrij vertaald – dat het stoppen met zelf nadenken en gedachteloos uitvoeren wat je wordt opgedragen, de wortel van het kwaad is.
Nu we opgescheept zitten met een regering van meelopers, dwazen en kwaadaardigen, die zonder blikken of blozen een genocide faciliteren, mogen we god op onze blote knietjes danken voor de ambtenaren die allang weten waar de morele ondergrens ligt. En die al een jaar lang elke week hun stem laten horen in protest tegen het beleid van de regering ten opzichte van Israël.
En eindelijk, eindelijk, op 7 januari 2025, na een jaar lang volhouden dat er wetten en regels zijn die niet geschonden mogen worden door de politieke waan van de dag, vinden ze gehoor bij de programmadirecteur ‘Dialoog en Ethiek’, die zich publiekelijk aanbiedt een dialoog over de morele ondergrens te faciliteren. Met de betrokken ministers en de minister-president. En een vertegenwoordiging van de ambtenaren die zich uitspraken toen het moeilijk was.
Het wachten is nu op het antwoord van de regering. Als die nou lef toont, houden wij de hoop en misschien, heel misschien is er dan binnenkort weer reden voor enige trots.

Een mooi 2025…

Wij wensen alles en iedereen − mens, dier, plant en de planeet − een zacht, licht, creatief en vooral vredig 2025.
Ga d’r maar aan staan…


Fotocollage: BK©2024

Kerstoverweging

Deze dagen vieren we de terugkeer van het licht. We slepen een boom ons huis binnen en hangen er lampjes en glimmende versiersels in. We houden van de heidense midwinterrituelen in hun christelijke jasje. We zijn vertederd door het kindeke, dat in doeken gehuld in zijn kribje in de stal warm geademd wordt door de os en de ezel. Het kindeke dat geboren wordt om te kunnen sterven voor onze zonden. We voelen ons nederig en gezegend. We zingen van vrede op aarde. We willen hartstochtelijk geloven dat het licht steeds opnieuw terugkeert.
Ik wens je dagen waarin je in het knapperend haardvuur geen kindekes ziet die in de buurt van de mythische stal verbranden in hun eigen stal van stokken en doek; dat je geen kippenvel van ontzetting krijgt bij het horen van ‘toen kwam er een straal uit de hoge en viel op het kindeke teer’ en dat je onbevangen ontroerd kunt zijn bij het ‘midden in de winternacht, ging de hemel open’; dat het je gegund wordt een minuutje van de kerstdis weg te lopen als het verdriet om het lot van de huidige herders bij nachte je overmant.
Dat je niet gekweld wordt door gedachten aan een leider die het bezit van dat andere heilige boek wil bestraffen met gevangenisstraf; dat je eetlust niet te lijden heeft van het opheffen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of het bijna onmogelijk maken van gezinshereniging. Vergeet de stress van de kerstinkopen en de kokerij en kijk naar je geliefden en naasten om je heen en weet je uitverkoren.
Schuif de gedachten aan de in ons parlement gevallen woorden ‘barbaren moeten worden verdelgd’ weg, en vergeet dat daar werd voorgesteld een nieuwe Herodes voor te dragen voor de Nobelprijs voor de Vrede.
Denk bij uw glas wijn niet aan het bloed dat vergoten wordt voor onze zonden, maar denk aan wonderen waarbij hongerigen gespijzigd, dorstigen gelaafd en naakten gekleed worden, waarbij vreemdelingen een onderkomen krijgen.
Hoop op een wonder dat blinden ziende maakt. En hoop op vrede.

(afbeelding door Maya)

Een tuin voor verloren benen – manifestatie – Spui, Amsterdam

Op 6 oktober lezen we het boek ‘Een tuin voor verloren benen’ van de Palestijnse schrijver Mahmoud Jouda integraal voor op het Spui in Amsterdam (vanaf 11.00 uur)

De huidige fase van de genocide in Gaza alweer bijna een jaar oud. Palestijnen worden echter al sinds de stichting van de staat Israël van huis en haard verdreven, overleven onder bezetting en toenemende repressie en zijn op zijn best tweederangsburgers in hun eigen land.
Periodes van hevig geweld worden al decennialang afgewisseld met periodes van relatieve rust. Palestijnen worden vereenzelvigd met geweld. Israëliërs zijn de slachtoffers, want Israëliërs verdedigen zich tegen de ‘terreur’ van de Palestijnen.

Wij willen stilstaan bij de menselijkheid van de Palestijnen. Bij hun gerechtvaardigde verzet tegen de onderdrukking door de staat Israël. Bij hun lijden dat te weinig weerklank vindt in het beleid van onze regering.
Daarom lezen we op 6 oktober ‘Een tuin voor verloren benen’ van Mahmoud Jouda integraal voor.
Jouda vertelt in zijn roman over de ‘Mars van de terugkeer’, waarbij in 2018 en 2019 Palestijnen elke week bij het scheidingshek aan de ‘grens’ protesteerden tegen de Israëlische bezetting. Israël reageerde met kogels. Scherpschutters mikten op hoofden, benen en knieën van demonstranten. Velen raakten hun ledematen kwijt.
Jouda deelt de verhalen van de getroffenen en geeft hen een gezicht.

Wij nodigen u uit om zich aan te sluiten bij deze solidariteitsbijeenkomst. Kom luisteren op het Spui, of geef u op om een aantal bladzijden voor te lezen.
Wij zorgen voor de organisatie en de faciliteiten.

Aanmelden of meer informatie: joudavoorlezen@gmail.com

Door de historische schuld van west Europa aan de holocaust, en ingegeven door geopolitieke belangen, lijkt het in politiek den Haag vanzelfsprekend om Israël als Joodse staat door dik en dun te steunen. Van de Israëliërs die op 7 oktober gegijzeld zijn, kennen we de namen, we herkennen hun gezichten. Palestijnse doden blijven veelal anoniem, worden ons in de media opgediend in aantallen slachtoffers per bombardement. Als collateral damage bij het ‘uitschakelen van een Hamasterrorist’. Maar elke dode of gewonde Palestijn had, net als de Israëlische gijzelaars, een leven, familie, geliefden, ouders, kinderen. Dromen.
Dat willen we niet vergeten.

Rikje Jansen en Saskia Kunst
(Stichting Gutmensch)

Grip op migratie

Terwijl ik een stukje van de hoorzitting van Marjolein Faber terugluister, steekt mijn kat zijn kopje om de deur bij het horen van haar stem, kijkt verschrikt naar de beoogd minister van asiel en migratie en maakt zich schielijk uit de voeten.
Mijn kleine asielzoeker is een week of zes geleden aan komen lopen. Uitgehongerd, in de war maar vol vertrouwen dat we hem niet zonder pardon weer de straat op zouden schoppen. We zochten naar zijn huis van herkomst, maar vonden geen aanwijzingen. Dus namen we hem op.
Ja, het kost wat. Je moet met hem naar de dierenarts, een kattenbak en -mand kopen, en zo’n kleine eet de oren van je hoofd. En ja, hij loopt af en toe iets omver en zet z’n nageltjes in je arm. Dan zet je wat dierbare kwetsbare dingen op een veilige plek en leert hem zijn nageltjes in te houden als je met hem speelt. Je maakt ruimte voor je nieuwe huisgenoot en gaat samenwonen.
Het schijnt dat katten feilloos aanvoelen wie te vertrouwen is en wie niet. Dat geldt ook voor veel andere dieren. Mensen daarentegen hebben in de loop van het door kerk en staat geleide beschavingsoffensief hun instincten laten verschralen tot onderbuikgevoelens die geen argumentatie meer behoeven. Ze hoeven alleen maar benoemd te worden om geldig te zijn.
Zodoende is het acceptabel dat Faber het strengste asielbeleid ooit mag gaan uitvoeren, want als we nou maar ‘grip op migratie krijgen’, komt alles weer goed en wordt Nederland weer van ons.
Faber, die al jarenlang in niet mis te verstane woorden en daden uiting geeft aan haar op omvolkingstheorie en racisme gebaseerde vreemdelingenhaat, mag tot de regering toetreden. Faber, die gezien haar track record totaal ongeloofwaardig nu beweert dat ze geen racist is, dat ze nooit omvolking volgens de nazi-ideologie bedoelde, dat ze zich enkel grote zorgen maakt over de ‘zorgelijke demografische ontwikkeling’ in Nederland. Wat bij haar zoiets betekent als: de witte Nederlander wordt vervangen door een niet-witte vreemdeling die een geloof aanhangt waar ik, Faber, niets van moet hebben.
Ze stelt dat ze een minister voor alle Nederlanders zal zijn. En in plaats dat de hele Tweede Kamer in hoongelach uitbarst, wordt van alle kanten slechts bevestigd dat ‘grip op migratie’ de hoogste prioriteit heeft. Want alleen als we ‘de asielstroom indammen’, kan ons land gered worden. Daarbij is blijkbaar alles geoorloofd. Zelfs Faber als minister. Een poging het tij te keren met een motie van wantrouwen wordt weggestemd, ondanks een beroep op het morele besef van individuele kamerleden van de helft van de coalitie. Maar met ook de zegen van de VVD en de NSC mag Faber aan de slag.

Je kunt veel en vaak roepen dat de migranten de schuld zijn van alles, maar daarmee wordt het niet waar. Je kunt vreemdelingenhaat en rancune botvieren door de voorrang van statushouders bij toekenning van een sociale huurwoning af te schaffen, maar daardoor verschijnen er in stad en land niet vanzelf woningen voor starters, studenten en jonge gezinnen. Je kunt de grenzen dichtgooien en geen migrant meer binnenlaten en naar je achterban toeteren dat Nederland zo weer van ons wordt, maar als de tomaten in de kassen wegrotten omdat niemand ze plukt, de vee-industrie vastloopt omdat in de slachthuizen niemand meer slacht, en niemand meer een pakketje op tijd bezorgd krijgt, gaan de BBB-boeren en Henk en Ingrid de consequenties van het zo gretig omarmde beleid voelen, ook in hun portemonnee. En dat zal ze niet bevallen.
Je kunt vluchtelingen en asielzoekers aan de grens van Europa laten opsluiten in onmenselijke kampen in ruil voor forse bijdragen aan ondemocratische regimes; en de asielzoekers die toch Nederland binnenkomen laten verpieteren in lekke tentenkampen in Ter Apel en Budel tot je ze kan uitzetten, maar daarmee komt bestaanszekerheid, armoedebestrijding en afschaffing van de eigen bijdrage in de zorg niet per se dichterbij.

Met een beetje andere koers is het mogelijk om de zo hartstochtelijk gewenste ‘grip op migratie’ te krijgen zonder je menselijkheid te verliezen. Bijvoorbeeld door structureel te investeren in ontwikkelingssamenwerking zonder de lokale handel en industrie vleugellam te maken door het schaamteloos promoten van eigen handel en industrie. Dan hebben mensen in hun thuisland meer kansen een leefbaar bestaan op te bouwen. Dan hoeven ze hun heil niet overzee te zoeken.
De woningcrisis kan ook worden aangepakt door ‘boeren, telers en tuinders’ versneld op weg te helpen naar duurzaam produceren, zodat er (stikstof)ruimte vrijkomt om te bouwen. Dan kunnen behalve studenten, gezinnen en starters ook migranten fatsoenlijk gehuisvest worden.
Als de extreem rijken meer belast worden vanuit de stelling dat ‘men aan een boom zo volgeladen vijf zes pruimen niet mist’, hoeft er niet op alles bezuinigd te worden en kunnen migranten worden ingezet om de personeelstekorten in de zorg, de kinderopvang en het onderwijs op te lossen zodat er win-win situaties ontstaan. Goed voor de integratie; het neemt de ‘angst voor de Ander’ weg, en is een remedie tegen ingeworteld racisme en vreemdelingenhaat.
Er zijn menswaardige mogelijkheden om van Nederland een land te maken waar iedereen zich thuis kan voelen. Dan hoeven vluchtelingen en migranten niet meer de schuld te krijgen van de puinhoop, maar zijn ze deel van de oplossing. En als we daarvoor allemaal een beetje meer kleur krijgen, is er eerder iets gewonnen dan verloren.

De politiek van het kleinste kwaad

Tijdens de debatten die na maart in de Tweede Kamer over het toenemende antisemitisme werden gehouden, werd verwezen naar de ‘indringende dramaserie’ de Joodse Raad. Iedereen die, zo beweerde men in de Kamer, ook maar een greintje twijfel voelde over de omvang van het leed dat de joodse bevolking van Nederland ervoer door de pro-Palestijnse protesten, zou de serie moeten bekijken. Want, zo zeiden onze volksvertegenwoordigers bijna allemaal in koor: we hadden het al eens meegemaakt, de toenemende jodenhaat, de uitsluiting, het antisemitisme. En nu zagen we het weer! Wie anders durfde beweren had een gaatje in zijn hoofd, was te kwader trouw of een walgelijk terroristenvriendje.
Een maand of wat later, bij het aanschouwen van het tweedaagse debat over de regeringsverklaring blijven mijn ogen hangen aan Pieter Omtzigt, die met zijn eigen NSC en de VVD het huidige extreemrechtse kabinet mogelijk maakt, en dwalen mijn gedachten af naar David Cohen. David Cohen was, samen met Abraham Asscher, voorzitter van de Joodse Raad in Amsterdam. Die was begin 1941 door de Duitse bezetters in het leven geroepen om leiding te geven aan de Amsterdamse joodse gemeenschap, en diende ervoor te zorgen dat de anti-joodse maatregelen aan de joodse bevolking werden doorgegeven en stipt werden opgevolgd.
In genoemde tv-serie zien we Cohen meebewegen met de bezetter, omdat hij door meebewegen erger kwaad denkt te voorkomen, geschrokken als hij is van het lot van de mannen die tijdens de eerste razzia’s in februari 1941 zijn opgepakt. Die joodse mannen werden naar Mauthausen gedeporteerd. Dat daar helse omstandigheden golden, bleek uit de stroom aan overlijdensberichten die het thuisfront al spoedig bereikte. In 1941 nam de bezetter nog de moeite om overlijdensberichten te sturen.
Voor Cohen stond deportatie naar Mauthausen gelijk aan een doodvonnis.
Ook toen Cohen kon weten dat een vergelijkbaar lot de mannen, vrouwen en kinderen wachtte die via Westerbork afgevoerd werden naar andere kampen, zoals Sobibor en Auschwitz, gaf hij daar geen ruchtbaarheid aan, omdat hij hen die op transport moesten niet van streek wilde maken.
Een evenwichtig oordeel geven over het handelen van David Cohen is ingewikkeld. Was het nobeler geweest om aan hen die de treinen in moesten precies te vertellen welk lot hun wachtte, of is het menselijker om te doen alsof het nog goed zou komen? Had het verschil gemaakt als de mensen wisten wat hun te wachten stond aan het eind van de spoorlijn?
Mij lijkt het rechtvaardiger om mensen zelf de keus te laten of ze gedwee buigen voor de heersende macht, of zich liever, toch al ten dode opgeschreven, tot het uiterste verzetten. Beide keuzes zijn aanvaardbaar, als ze maar geïnformeerd gemaakt worden.
In de aangeprezen tv-serie rebelleert de dochter van Cohen tegen haar vader. Ze komt in verzet tegen zijn uitdrukkelijke gebod niets te doen wat ‘de Duitser’ zou kunnen ontstemmen. Zij redde ettelijke kinderen uit de Joodse Crèche aan de Amsterdamse Plantage Middenlaan. Van haar zoon Rob Oudkerk weten we dat ze een levenslang schuldgevoel had over de kinderen die ze niet heeft kunnen redden. Zoals het gaat met mensen die een goed afgesteld moreel kompas hebben; die lijden meer aan wat ze niet konden bewerkstelligen dan dat ze tevreden zijn over wat ze wel bereikten. En tegen dat gevoel van falen is het applaus en de lof van minder daadkrachtige omstanders geen remedie.

Pieter Omtzigt doet me denken aan David Cohen. Niet dat de omstandigheden vergelijkbaar zijn, maar ook Omtzigt komt me voor als een persoon die er tegen alle redelijkheid in van overtuigd is dat hij het algemeen belang dient. Dat het passend is met de PVV in zee te gaan, om erger te voorkomen. Erger in de zin van nieuwe verkiezingen met een nog groter extreemrechts machtsblok als gevolg. Als een hedendaagse variant van de politiek van het kleinste kwaad, lijkt hij te denken dat hij, toonbeeld van moraal, fatsoen en joods-christelijke waarden, met zijn niet aflatende aandacht voor rechtsstatelijkheid de PVV in toom kan houden en de ergste uitwassen van het op discriminatie en uitsluiting gebaseerde gedachtengoed van Wilders kan matigen.

Was het arrogantie dat David Cohen dacht dat hij de Duitse bezetter tot mildheid kon overhalen? Dat hij een deel van de joodse elite zou kunnen behoeden voor deportatie om zo de opbouw van de gemeenschap na de catastrofe veilig te stellen? Deed hij een oprechte poging te redden wat er te redden viel?
En Pieter Omtzigt? Hoe zou het zitten bij hem? Zou hij oprecht denken dat hij de rechtstaat uit de klauwen van de PVV kan redden en is hij daarom akkoord gegaan met deze coalitie? Vertrouwt hij op de steun van het liberale smaldeel van de VVD, en de kracht van onze democratische instituties?
Ik begrijp dat de vergelijking tussen Cohen en Omtzigt een beetje mank gaat. We zuchten vandaag de dag niet onder een wrede buitenlandse bezetting. We faciliteren niet de deportatie van Nederlandse medeburgers naar onbekende en onbestemde oorden waar een wisse dood hen wacht… Maar we knijpen al wel collectief een oogje toe bij het terug de volle zee opduwen van gammele bootjes vol vluchtelingen, inclusief vrouwen en kinderen; en malen niet om een door de golven verzwolgen vluchteling of een aangespoeld kinderlijkje meer of minder. En dat is nog maar de opmaat voor wat er kan gebeuren als dit kabinet een meerderheid van de Kamer achter ‘het strengste asielbeleid ooit’ weet te krijgen.
Ik hoop van harte dat Omtzigt een ondergrens heeft, en dat hij, als die bereikt wordt, eindelijk ophoudt met water bij de wijn doen. En anders moeten we die grens maar voor hem trekken, en de straat opgaan, er fel tegenaan. Met z’n allen. Steeds weer.