Auschwitzmethodes

Misschien kwam het door de interruptie van Joost Eerdmans (JA21) op zijn collega Emiel van Dijk. Het gebeurde tijdens een commissiedebat over ‘de crisis’ in het gevangeniswezen. Emiel is aan het woord namens de PVV. Hij zegt: ‘zet ze met acht man op een cel en laat ze lekker staand slapen’. Eerdmans, die toch een reputatie op het gebied van harde maatregelen heeft hoog te houden, reageert verbijsterd: ‘ongelofelijk, de standing cell, dat zijn Auschwitzmethodes’.
Van Dijk verblikt of verbloost niet. Onbewogen betoogt hij verder over de versobering van het gevangeniswezen: het afschaffen van dagprogramma’s; 23 uur binnen en een uurtje luchten. En als ze ‘een grote bek hebben flikker je ze twee weken in een isolatiecel. En als ze eruit komen en ze doen het weer, sluit je ze weer op’. Gevangenis moet een straf zijn, niet links gezellig samen koken, een tv op de cel en een eigen douche. Het is nu veel te goed toeven in de nor: zonder zorgen lekker een beetje op slippers rondbanjeren in gigantische luxe, vindt Van Dijk.
Of misschien kwam het door Van Dijks partijgenoot Martina Vondeling, die haar blijdschap over de asielwetten van Minister Faber deelt in het commissiedebat over asiel en migratie, en glashard beweert dat ‘Nederlanders’ dit beleid willen, dit kabinet willen. Ook vindt ze dat asielzoekers die voor overlast zorgen vastgezet moeten worden – dat mag gewoon van de EU hè, zegt ze. En ook van haar mogen ze met meer (zij gaat voor zes) op een cel en rechtop slapen, want ‘dan hebben ze het hier toch nog beter dan in hun eigen land.’
Ze trekt van leer tegen zieke asielzoekers ‘die op kosten van de belastingbetaler in een taxi het hele land doorgereden worden. Laat ze die taxiritjes lekker zelf betalen.’ Ook moet de minister garanties geven dat de gemeenten asielzoekers niet toch stiekem voorrang geven voor een sociale huurwoning, want die zijn voor de Nederlanders. ‘Laat asielzoekers maar op de bank bij familie logeren’, of in een doorstroomlocatie voor zo lang als nodig is.
Of kwam het toch door de in Europees verband geplande uitzethubs waar we mensen die hier niet mogen zijn, mensen die we hier niet willen, naar toe kunnen sturen? Brak er iets toen ik de Europarlementariër van de BBB Sander Smit hoorde zeggen dat we natuurlijk aan de mensenrechten moeten denken, maar dat die hubs buiten Europa wel veel goedkoper zijn, en ‘die mensen hebben niet per se het recht om in de luxe van een Westers land te worden opgevangen.’

Ineens zag ik het helemaal voor me: rond die uitzethubs in ‘veilige landen’ buiten Europa kan een hek komen te staan. Wachttorens en zoeklichten. Want een buiten-Europees veilig land wil natuurlijk ook niet dat die door Europa afgedankte lui gaan rondzwerven.
Als Nederland nou eens met hulp van het Ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp fabrieken rond zo’n opvanghub zetten? En die mensen daar laten werken. Snijdt het mes aan twee kanten: goed voor ons bedrijfsleven, en de ongewensten worden in staat gesteld iets te doen met hun menselijk kapitaal. Heel waardevol.
Ik zag het: een verzameling barakachtige gebouwen, rijen stapelbedden, driehoog. Latrines buiten. Elke ochtend eerst tellen, en dan afmarcheren naar de fabrieken.
Als Nederland het daar ver weg met die asielzoekers een beetje voor elkaar heeft, kan het gevangenenkapitaal er ook naartoe. Is én het asielzoekersprobleem, én het cellentekort opgelost. Bingo!

Internationale vrouwendag

Soms voel ik me een wankelmoedige feminist.
Niet dat mijn overtuiging dat mannen en vrouwen gelijke rechten moeten hebben of aanspraak moeten kunnen maken op gelijke beloning bij gelijk werk aan erosie onderhevig is. Of dat ik plotseling denk dat het niet van de zotte is om vrouwen als ondergeschikt aan mannen te zien, of ineens geloof hecht aan de oudbakken opvatting dat ‘de man het hoofd is van de vrouw’, laat staan dat ik geschiedenis lees in het sprookje van Adam, Eva, de slang en de appel.
Ik denk nooit ‘had je maar geen kort rokje aan moeten trekken, of ‘je moet je man ook niet zo tergen’, of ‘dat krijg je ervan als je een glas te veel drinkt’ wanneer er weer een vrouw het slachtoffer is geworden van seksueel of huiselijk geweld.

Ik vind dat vrouwen, als ze dat graag willen, in het leger mogen dienen, ook in gevechtseenheden; dat het idee van mannelijke of vrouwelijke beroepen achterhaald is; dat een vrouw niet geboren is om te zorgen en te dienen en een man om te leiden, en al helemaal niet dat een vrouw haar ware bestemming pas heeft bereikt als ze kinderen heeft gebaard.
Daarin wankelt mijn feministische zelf niet.

Maar om nou te doen alsof met vrouwen aan het roer alles beter wordt, dat gaat me te ver. Kijk richting Den Haag en huiver! Neem Caroline van der Plas, de moeke van de Tweede Kamer met haar Merci chocolade en haar ‘burgers van Nederland en ‘voor de mensen thuis’. Geen ‘leider’ waar mijn hart sneller van gaat kloppen. Of het lustige trio van de VVD: Dilan Yeşilgöz, Bente Becker en Claire Martens-America die over elkaar buitelen als het gaat om nare dingen voor vluchtelingen bedenken en waarvan alleen de opgewonden stemmetjes, lange lokken en de vermoorde onschuld spelen clichématig vrouwelijk zijn. Kille tantes zijn het, die niet tot voorbeeld strekken, ook al bereikten ze de spreekwoordelijke top. Annabel Nanninga met haar ‘dobbernegers’ en ‘Hitlers mooie ovens’; Klever en Faber, de paradepaardjes uit de knollenstal van de PVV: geen lichtende voorbeelden voor het curieuze idee dat de wereld met vrouwen aan de macht een paradijselijk oord wordt.
Kijk ik richting Amerika, Duitsland en Israël, dan slaat mijn huiver om in koude rillingen: de menselijke barbies rondom Trump; de verliefd juichende vrouwenmenigte in aanbidding voor de grab ’m by the pussy vedette: taferelen die doen denken aan bijeenkomsten in de jaren dertig in Duitsland als de Führer ergens zijn opwachting maakte. Kippenvel krijg ik van Alice Weidel van de AfD: Alice für Deutschland, een variant op de nazistische strijdkreet Alles für Deutschland. Nog afschrikwekkender: Danielle Weiss, een extreemrechtse Israëlische orthodoxe settler-zionist die het liefst alle Palestijnen persoonlijk aan het rapier zou rijgen…

Als ik bijna aan doemdenken ten onder ga, verschijnen er de gezichten van een aantal vrouwen voor mijn geestesoog: van Kati Piri, Marieke Koekoek, Christine Teunissen, heldere stemmen in ons parlement; van de dappere ex-ambtenaren Angelique Eijpe en Berber van der Woude die zich niet wensten te voegen naar het wrede en onrechtvaardige Israël beleid van de regering, hun ontslag namen en hun stem verheffen; straatarts Michelle van Tongerloo die zich onvermoeibaar inzet voor de verschoppelingen en de door het systeem in de steek gelatenen.
Uitgesproken vrouwen die niet aan apenrotsklimmen doen maar op de vleugels van kracht en moed de hoogte bereiken zoals filosofe Hannah Arendt; onverschrokken wetenschapsters als Naomi Klein en Maya Wind; Rashida Tlaib, die tegen de stinkende modderstroom die de Amerikaanse politiek is geworden inzwemt en protesterend een bordje met war criminal omhoog houdt als oorlogsmisdadiger Netanyahu in het Amerikaanse Congres spreekt; de Palestijnse journaliste Bisan Owda die verslag doet vanuit haar aan puin geschoten thuis of de onvolprezen Francesca Albanese, die zich door niemand de mond laat snoeren omdat ze weet dat ze aan de kant van waarheid en recht staat.

En zij zijn, realiseer ik me dan, nog maar het topje van de ijsberg aan sterke, uitgesproken, dappere vrouwen die onvermoeibaar strijden voor het goede, het ware en het schone. Vrouwen waar je trots op kan zijn, die tot voorbeeld strekken, met wie de wereld een kans heeft een beter oord te worden voor vrouwen en mannen.
Strijdbare internationale vrouwendag!

Schoftenstreken

Er is van alles aan te merken op de hulpindustrie: jonge, net afgestudeerde westerse vrouwen die een zaaltje met doorgewinterde niet-westerse activisten die al jaren onder een dictatuur hebben weten te overleven komen vertellen hoe de wereld werkt. Wat oudere mannen in goed gesneden pak die tijdens een onder moeilijke omstandigheden georganiseerde workshop voor vrouwen komen kijken of het geld dat zij beschikbaar stelden wel goed wordt uitgegeven. Ingevlogen experts die, niet gehinderd door kennis van de lokale context, tweedehands ervaringen komen delen in soms onnavolgbaar jargon. Ik was er getuige van, ik ben er onderdeel van geweest.
Niemand schiet op met pennenlikkers die zich bezighouden met input en output in percentages van een armoedebestrijdingsprogramma, of hoe je grotere weerbaarheid –empowerment – kunt vangen in een objectief kengetal zodat je het met andere objectieve kengetallen kunt afzetten tegen de benchmark om zo gekwantificeerd tot betere kwaliteitsborging te komen.
In de hulpindustrie worden soms exorbitante salarissen verdiend. Er wordt geld verspild aan reisjes van filmsterren en ‘ambassadeurs’. Er zit kaf onder het koren: verhalen over misbruik van jonge meisjes of het nemen van ingrijpende medische beslissingen zonder dat je bevoegd arts bent, zijn verschrikkelijk. Dat noodhulp in oorlogsgebied vaak ook ten goede komt aan de strijdende partijen, zodat die met volle maag verder kunnen moorden en verkrachten, is afschuwelijk.
Toch blijft het een eersteklas schoftenstreek van Trump en Musk om zo rigoureus in ontwikkelingshulp te snijden. Omdat de zwaksten er de dupe van worden – mensen die lijden aan hiv en aids en die van de ene op de andere dag geen medicijnen meer krijgen; jonge vrouwen in extreem patriarchale samenlevingen die niet meer naar hun semi-clandestiene schooltje kunnen; mensen die ver onder de armoedegrens leven en hun ondersteuning zien verdampen; mensen die geen toegang hebben tot schoon water of door opgedrongen schulden als lijfeigenen werken in mijnen of op het land.
Ook zal er geen geld meer zijn voor opvang en begeleiding van mensen die jarenlang als politieke gevangene onder erbarmelijke omstandigheden hebben vastgezeten. Of voor programma’s die ter plekke met de direct betrokkenen onderzoeken hoe je een samenleving kan inrichten op basis van gelijkwaardigheid en gerechtigheid. Hoe je een economie gebaseerd op het uitbuiten van velen ten gunste van enkelen kunt omvormen tot een maatschappij waar ieder zijn rechtmatige deel krijgt. Leren hoe je tegenwicht biedt aan de macht, ook de macht van de hulporganisaties zelf. Wordt allemaal geofferd op het altaar van winstbejag en eigenbelang.

Door het grove geweld van Trump en Musk zou je bijna vergeten dat PVV minister Reinette Klever hier ‘thuis’ haar eigen rotstreek uithaalt. Van ontwikkelingssamenwerking blijft ook in Nederland niks over: het wordt ‘hulp’ in dienst van de handel. Als het aan de PVV en hun onzalige coalitiepartners ligt, bieden we alleen nog hulp als ons bedrijfsleven er profijt van heeft. Er is lang genoeg gratis geld weggegeven, dat geld kan beter besteed kan worden ten gunste van de hardwerkende Nederlander.
Als het aan Klever ligt worden vooral projecten gefinancierd die helpen de migratie naar Nederland terug te dringen. Dat zo met Nederlands belastinggeld dictators stevig in het zadel worden gehouden neemt Klever voor lief. Beter dan geld pompen in links gedoe over gendergelijkheid, vrouwenrechten en cultuur, waar we hier in Nederland geen moer aan hebben. Ook onderwijs en steun voor klimaatmitigatie: financieren we niet meer, want levert ons niks op. Maatschappelijk middenveld? Zoek het zelf maar uit.
Niks solidariteit, eigen belang eerst. Dat is ‘relevanter voor de Nederlandse belastingbetaler’, meent Klever.
Ik ben ook een Nederlandse belastingbetaler, en ik vind wat Klever wil gaan doen een schoftenstreek.

Strijdtoneel

Nadat ik de vertoning van Trump en Vance ten koste van Zelensky in het Oval Office van het Witte Huis in Washington had gezien duurde het enige tijd voor ik mijn mond weer dicht kreeg. Opnieuw ontvouwde zich een tafereel dat een einde maakt aan de wereldorde waarin ik ben opgegroeid. Voeg daaraantoe het optreden van de met een kettingzaag dansende ketaminejunk die de Amerikaanse overheid om zeep mag helpen, en de halfkrankzinnigen die zich hebben gegroepeerd rondom de narcistische, rancuneuze, decreten tekenende kleuter die de machtigste man van de wereld zou zijn, en ik word werkelijk bang voor wat er komen gaat. Het demasqué komt niet echt als een verrassing, toch ben ik verbijsterd.

Dichter bij huis doet Yeşilgöz haar eigen duit in het zakje. Als een snerpende geselroede, met haar mimiek van verongelijkte puber zegt ze in een debat over Oekraïne in de Tweede Kamer een keer of drie wel te snappen dat er tegen het om meedoen aan de vredesonderhandelingen over Oekraïne bedelende Europa wordt gezegd: opzij, de volwassenen zijn in gesprek. De volwassenen zijn hier blijkbaar Trump, Poetin, de Saoedische kroonprins en hun paladijnen. 
Hartverwarmend post Yeşilgöz keer op keer dat zij naast de Oekraïners staat, want zij vechten voor onze vrijheid. Wat neerkomt op een beschaafde variant van de ploertige oprispingen van Trump. Hij zegt: wij mineralen, jullie steun. Yeşilgöz zegt: wij vrijheid, jullie oorlog om onze waarden te beschermen.

Hoewel ik het met alle macht probeer te vermijden, dringt zich de herinnering aan wat Leon de Winter op 26 januari 2025 in de zondagochtendse babbelshow van zich journalist noemende Rick Nieman over J.D. Vance wist te vertellen. Vance, die tegen Zelensky in bovengenoemde vertoning in de Oval Office zat te mekkeren dat hij nooit eens dankbaar was en dank je wel zei.
De Winter, die bij WNL meestal uitgenodigd wordt om als zionist zijn licht te laten schijnen op Israël en Palestina, is nu aangeschoven als ‘Amerikakenner’, want hij heeft er gewoond. Hij steekt de loftrompet over J.D. Vance, ‘een briljante jongen’, die het voor elkaar gekregen heeft om vanuit een white trash Midwest achtergrond daar toch maar te staan naast al die techbro’s. Nieman somt bewonderend de namen van de miljardairs op, en de miljarden die zij bezitten. En ik denk: ook miljardairs kan je ontmenselijken door hun ‘waarde’ als was het een identificatienummer te vermelden.

Vance heeft het leven van de Trump-stemmer zelf geleefd, het leven van de gewone man die, net als wij, volgens De Winter ‘niks moet hebben van de hoogopgeleide technocraten’ en zijn toekomst aan globalisering heeft verloren. Dat zag hij in de film Hillbilly Elegy. De film naar het boek dat Vance schreef over zijn eigen leven. De Winter is vergeten dat de verfilming van een boek tweemaal verwijderd is van de geleefde werkelijkheid. Hij doet het voorkomen alsof in de film het ware verhaal van Vance’s leven wordt verteld. Op basis daarvan, en het feit dat Vance het heeft klaargespeeld om vanuit zijn achtergrond tot Yale door te dringen, meent De Winter te kunnen vaststellen dat als het straks om de opvolging van Trump gaat, Vance met zijn intellectuele vermogens veel meer kans maakt op de troon dan de kinderen Trump. Hij zegt dat op een toon alsof de kinderen Trump stevige concurrentie zijn als het gaat om intellect.

Maar wat tenslotte in mijn hoofd blijft hangen na de bizarre tirade van Trump en Vance tegen Zelensky, is het steeds melancholieker ogende gezicht van Zelensky, en een beeld van de Oekraïense Elena, oma van 66, slapend in de badkamer. Haar zoon, schoondochter en twee kinderen brengen de nacht door in hun auto in de ondergrondse parkeergarage. In de badkamer – de veiligste plek in het huis, houdt ze niemand wakker met haar gehoest. Wanneer ze toch moeten vluchten, laten de meisjes hun beer achter om op het huis te passen. Ze zetten een kopje thee bij hem neer en beloven dat ze weer terugkomen om met hem te spelen.
Elena schreef dit aan het begin van de oorlog aan Volkskrant journalist Iris Koppe.
Ik vraag me af hoe het met Elena is, met haar kinderen, kleinkinderen en met de beer. Of die nog steeds zit te wachten tot er weer gespeeld kan worden in Oekraïne, en niet om Oekraïne.

God, Barbapappa, Francesca en Diederik

We gaan het hebben over God, de Barbapappa van het universum, gewend om de vorm aan te nemen die de gelovige van dienst het beste past. Hij kan de God van je tante zijn, voor wie je je pet moet afnemen als je langs het huis van je baas komt, ook al is hij niet thuis, want je weet nooit wie het ziet. Hij kan een muisgrijze ezel zijn met omwikkelde hoefjes die getroost moet worden met minnespel. Een huistiran, of de goedertieren Vader met jouw naam in de palm van Zijn hand.
De gemartelde man aan het kruis.
Hij kan ontelbaar veel armen hebben, een rat als rijdier, of uitgemergeld onder een boom verlichting vinden.
Ik heb niet veel met zulke Godsbeelden. Wat er wezenlijk in mist is een licht en vanzelfsprekend soort liefde die niet uitgaat van eigenbelang. Een gevende liefde, die niet denkt aan belastingaftrek. Die niets terug hoeft, ook geen plaats in de hemel of een hogere wedergeboorte.
God als compassie, empathie, medeleven op grond van een gedeeld menszijn, dat is de Barbapappa van mijn voorkeur. Daar heb je niet het vooruitzicht op eeuwige zaligheid voor nodig, dat kan je elke dag beleven, in het hier en nu.

Ik ben als baby katholiek gedoopt, deed mijn eerste communie, en liet me uit de kerk schrijven toen paus Johannes Paulus II Nederland bezocht. Toen realiseerde ik me dat de kerk subsidie ontvangt naar aantal ingeschreven leden, en dat voor mij kerk en God weinig met elkaar te maken hebben.
Ik heb niets tegen oprecht geloof. Ik houd van kerkgebouwen, de katholieke opsmuk, de heiligen, de protestantse soberheid. De orgelmuziek, de spirituals, zelfs van goed gezongen psalmen. Van het samen delen, de rituelen, de contemplatie.
Maar ik verafschuw het instituut, dat groot is geworden door uitsluiting, dwang en angst aanjagen, in elke denominatie. De kerk is uiterlijkheid, een huis voor iets dat geen muren kent; het instituut is een keurslijf, terwijl God per definitie ongrijpbaar is, en geen korset Hem past.

De SGP, de zelfbenoemde hoeder van het christelijke vaderland, ziet dat heel anders. De God van de SGP is een vleesgeworden keurslijf waar iedereen ingeperst moet worden.
De SGP beroept zich nog immer op de waarheid van de Statenvertaling en de beginselen zoals vastgelegd in de Dordtse Synode, die beiden stammen uit het begin van de 17de eeuw. In de SGP beginselen is vastgelegd dat de maatschappij moet worden ingericht naar door God gewilde en door de SGP gekende gezagsverhoudingen, waar iedereen zijn plaats kent en daarmee tevreden is. De SGP streeft ‘niet zozeer naar een meerderheid van kiezers’, maar ‘naar handhaving en doorwerking van de beginselen’ van haar program, en wil dat ‘ongeloofspropaganda, valse religies en antichristelijke ideologieën door de overheid uit het openbare leven worden geweerd’, aldus hun beginselverklaring (bijgewerkt in 2000).

Vielen voorheen joden onder de aanhangers van de ‘valse religies’, de door de God van de SGP als afgedwaalden van de Enige Waarheid gebrandmerkten die bestreden moesten worden. Nu moeten de molsims het ontgelden, en wil de SGP joden juist beschermen en joodse staat, Israël, voor en boven alles liefhebben en behouden. Want zonder Israël als joodse staat geen wederkomst van de Messias, en zonder terugkeer van de Messias geen verlossing, aldus de SGP, de privé heraut van Gods wil. Moslims, de Islam, en al helemaal Hamas en de Palestijnen, staan de verwezenlijking van die heilsleer in de weg.

Nu kan je denken: ach, die SGP, met hun bescheiden zetelaantal in de Tweede Kamer en hun verouderd aandoende ideeën, dat is folklore, zoals Oranjeverenigingen, de zondagsrust, met kriebelkousen aan en een hoedje op naar de kerk. Maar ondertussen is de SGP wel de aanjager van een onversneden en hartstochtelijk uitgedragen pro-Israëlkoers, met als laatste wapenfeit de hetze tegen de VN rapporteur voor de Palestijnse gebieden Francesca Albanese, die, zoals de Telegraaf schrijft, ‘omstreden’ zou zijn.
SGP’er Diederik van Dijk verwijt Albanese dat ze ‘antisemitische drek’ verkondigt, want zij levert een voor de SGP onappetijtelijke  boodschap die Israël als schurkenstaat ontmaskert. Gelegenheidsfilosemieten BBB en PVV scharen zich achter de SGP. Want, zo schreeuwen ze van de daken: jodenhaat klots in Nederland tegen de plinten!
De CU is als altijd het minder rabiaat gebekte zusje van de SGP, die dezelfde boodschap beter weet te verpakken. En ook de VVD, het laatste restje liberale geloofwaardigheid overboord gooiend, vindt het ongepast dat Albanese een podium krijgt in de Tweede Kamer.

Op aangeven van Diederik van Dijk wordt per rechtse meerderheid besloten dat Albanese niet ontvangen wordt. Diederik, geleid door zijn God die is geschapen naar het beeld van de SGP: Barbapappa in wraakzuchtige, über-patriarchale vorm die er exclusief is voor Zijn volk in Zijn beloofde land. Voor de gelegenheid met joden in knellende omarming, en met uitsluiting van anderen, in het bijzonder anderen die het islamitische geloof aanhangen.
En de niet per se gelovigen? De islamofobe opportunisten van PVV, BBB, VVD, en JA21? Zij roeren met veel tamtam de trom op de maat van de God van de SGP. Omdat het zo uitkomt, om te scoren bij hun achterban.

Onbetamelijk

Casper Veldkamp, de minister van Buitenlandse Zaken, de man van de stille diplomatie, van druk op Israël achter de schermen, is uit de kast! Hij zal Francesca Albanese niet ontvangen, ook niet achter gesloten deuren. Zij heeft namelijk onbetamelijke uitspraken gedaan. Dixit de man die deel uitmaakt van een coalitie met PVV, BBB en VVD, die beleid maken vooral ziet als een wedstrijdje wie het verst gaat in het oprekken van de grenzen. Veldkamp vindt het blijkbaar wel door de beugel kunnen om Palestijnen een nep-volk te noemen, of mensen die een andere mening hebben als tuig van de richel te bestempelen. Ook samenwerken met een partij die mensen met een ander geloof hyena’s uit zandbaklanden noemt is voor hem acceptabel. Hij schuift elke week blijmoedig aan bij een ministerraad die wordt voorgezeten door een marionet van Geert, zodat die zijn handen vrij heeft om lekker los te speechen bij de neonazi’s in Spanje. Maar VN rapporteur Albanese ontvangen, dat gaat Veldkamp te ver, want zij deed onbetamelijke uitspraken over Israël.

Francesca Albanese is de door de Verenigde Naties benoemde speciale rapporteur voor de Palestijnse gebieden. Het is haar taak te rapporteren wat er in de Palestijnse gebieden gaande is. En zij windt daar geen doekjes om. Haar komst naar Nederland roept weerstand op. Vette koppen in de Telegraaf, oneliners zonder bewijs op X. De SGP die de antisemitisme trom roert. Het kan niet op. 
Albanese zegt, op basis van nauwkeurig en goed onderbouwd onderzoek, dat Israël een genocide aan het plegen is op de Palestijnen, met hulp van eerst Biden en nu Trump en de slippendragers van de macht in Den Haag. En dat is ‘omstreden’.
Dat de weigering Albanese aan te horen een sneer is naar het internationaal recht krijgt niet genoeg aandacht. Zo wordt opnieuw duidelijk dat de VN een instrument is van de machtigen in plaats van een vertegenwoordiging van volken op basis van gedeelde rechten en plichten. 

In de Haagse haast om elke kritiek op Israël te bestempelen als antisemitisme vinden de politici een enthousiaste bondgenoot in het CIDI – het Centrum Informatie en Documentatie Israel. Of is het andersom: vindt het CIDI als verlengstuk van Israël een willige bondgenoot in Tweede kamer en Vak K? 
CIDI, de zelfverklaarde verdediger van het joodse en Israëlische belang heeft een gegarandeerde plek aan tafel in Den Haag.
Dat CIDI denkt: wat pro-Palestijnse betogers kunnen, dat kunnen wij ook! Zij rukten uit tegen Herzog, wij rukken uit tegen Albanese. Let maar eens op.

Demonstreren is een basisrecht, en daarom moet er plaats zijn voor elke zeloot en dilettant die een mening wil uiten, maar laten we de twee protesten eens vergelijken:
de demonstratie tegen de aanwezigheid van Herzog bij de opening van het Holocaustmuseum was gericht tegen precies dat: de aanwezigheid bij een plechtig moment in ons land van de hoogste vertegenwoordiger van een regime dat bezig is een volk van hun land te verdrijven, met grof geweld. De mensen die er toen als de kippen bij waren om het protest als het vuilste antisemitisme neer te zetten, ageren nu tegen Albanese.
Die Holocaustoverlevende opa met kleinkind die langs schreeuwende mensen moest lopen! De verontwaardiging kwam als stoom uit de oren. Toegegeven, een prettige aanblik bood het kleine incident voor niemand, maar het was absoluut niet exemplarisch voor de sfeer en de aard van de demonstratie.
De medeplichtigheid van Herzog aan een volkerenmoord bleek geen obstakel om hem met egards te ontvangen. Hij is een bevriend staatshoofd, en als die op bezoek is geeft het volgens hedendaagse Haagse mores geen pas om voor mensenrechten te demonstreren, zeker niet als we de doden van een andere genocide herdenken. Dat die doden zo misbruikt worden voor een valse politieke agenda nemen we op de koop toe.


Dan het protest tegen Albanese. Zij is een vertegenwoordiger van de Verenigde Naties. Zij brengt verslag uit van haar bevindingen  op basis van diepgaand onderzoek, vele getuigenverklaringen en op basis van haar brede kennis van het internationaal recht. Zij rapporteert niet haar mening. Zij rapporteert niet wat zij denkt te kunnen hebben waargenomen. Zij staaft haar beweringen met gecheckte feiten. Dat zij daarbij harde woorden gebruikt is een weerspiegeling van de harde feiten die zij rapporteert. Daar mag je het niet mee eens zijn, maar dan dien je haar beweringen met goed onderbouwde betogen en geverifieerde feiten te weerleggen. Je mag desgewenst ook bij een kerk waar ze optreedt gaan staan met een Israëlische vlag. Maar op hoog niveau bezwijken voor de druk van de zelfverklaarde filosemieten van (extreem)rechts is slapjanus gedrag, waardoor we mogen aannemen dat ook achter gesloten deuren geen deuk in een pakje diplomatieke boter wordt geslagen. 


Onbetamelijk is net doen of je als partij staat voor staatsrecht en goed bestuur, en dan met PVV en BBB gaan regeren. Onbetamelijk is een uitnodiging aan een VN representant intrekken op basis van een bedenkelijke politieke agenda. Onbetamelijk is om rechtmatige kritiek op Israël af te doen als antisemitisme; om een genocide op alle fronten te ondersteunen. Dat is lelijk, onrechtvaardig en laf.

Ontwaakt! Strijdliedje voor lange dagen

Kom, wrijf de slaap uit je ogen,
haal je handen door je haar,
we moeten protesteren,
de rapen zijn al bijna gaar.

Kom, sluit je aan,
het is nog niet beslecht,
we kunnen ons nog verweren,
we hebben nog het recht.

Kom, verzet heeft vele vormen,
blijf trouw aan eigen normen
schrijf een brief, zing een lied,
laat je niet gijzelen door je verdriet.

Bevrijd een varken, doe iets wat de rust verstoort,
plak je aan het asfalt, blokkeer een deur of poort,
zet een larie verkondigende spreker in zijn hemd,
maakt het overduidelijk: we zijn nog niet getemd.

Laat je niet inperken door de zucht naar orde,
of door een onrechtvaardige wet,
sluit je aan,
kom in verzet!

Veilig, onvrij en monddood

Afgelopen week (23 januari) debatteerde de Tweede Kamer over de veiligheid op Nederlandse Universiteiten.
Eerdmans (JA21) vroeg het debat aan naar aanleiding van de ongeregeldheden bij de kampementen die studenten in mei vorig jaar uit protest tegen het heftige geweld in Gaza hadden opgericht. Een groep door gezichtsbedekking onherkenbare jongeren vloog toen uit de bocht, sloegen de boel kort en klein en richtten naar het schijnt voor ruim 4 miljoen schade aan.
Over dat ‘reltuig’, (Caroline van der Plas), zijn de debatterenden het roerend met elkaar eens. Vernielingen aanrichten in je eigen – of andermans – faculteit geeft geen pas en brengt geen enkele oplossing dichterbij. Er wordt stoer gedaan over ‘keihard’ optreden en het ‘reltuig’ laten opdraaien voor de kosten, maar verder blijft het bij herhalen dat gezichtsbedekking moet worden verboden op universiteiten.
Het debat gaat verder vooral over het gevoel van onveiligheid van studenten aan universiteiten. Pro-Trumpers en klimaatkritische studenten hebben het zwaar, zegt Eerdmans, maar voelen ‘studenten met een Joodse en Israëlische achtergrond’ voelen zich onveilig. ‘Het wokespook waart door onze klaslokalen’, stelt hij.
Hij beroept zich daarbij op een manifest van dertien studenten van de Radboud Universiteit dat oproept tot actie tegen antisemitisme. En op een onderzoek van Sapir en Kluveld, dat ‘laat zien dat antisemitische vijandigheid op de universiteit een blijvend probleem is. Meer dan 63 % van de Joodse studenten geeft aan zich onveilig te voelen.’
Er gaat een schokgolfje door de Kamer, 63 procent! Dat is nogal wat.
Caroline van der Plas haakt gretig aan. Ze vindt de veiligheid op Nederlandse universiteiten ‘dramatisch’ en de onderzoeksresultaten van Sapir en Kluveld ‘schokkend’. De ‘meerderheid voelt zich in gevaar’, zegt ze, ‘het is om je kapot te schamen… Het afgelopen jaar leken de Nederlandse universiteiten soms de bakermat van opkomend antisemitisme in ons land.’
Mevrouw Martens-America (VVD) spreekt zelfs letterlijk voor de bühne: ‘Ik ben inderdaad snoeihard. Er zitten namelijk allemaal mensen op de tribune die meekijken en die al een jaar intimidatie ervaren.’

Een van de mensen op de tribune, rabbijn Yanki Jacobs, wordt speciaal welkom geheten door voorzitter Gidi Markuszover. Jacobs hield op 28 november bij de Stopera een toespraak tijdens de antisemitisme manifestatie die een pro-Israël demonstratie bleek. In de toespraak roemde hij de inzet van de niet-joodse student Milos Boksan, die in zijn eentje de komst van Mohammed Khatib, de Europese coördinator van Samidoun, naar de Radboud Universiteit had weten tegen te houden. Milos Boksan is de drijvende kracht achter het manifest van Radboud studenten waar in het debat herhaaldelijk naar wordt verwezen. Niemand vermeldt dat Boksan ook een jong en ambitieus VVD’er is. Maar er bestaat dus de mogelijkheid dat hij het hete hangijzer van het antisemitisme oppakt om zijn eigen politieke profiel te promoten. Op zich niet erg, maar wees er duidelijk over.

Dogukan Ergin van DENK roeit als enige tegen de verontwaardiging in door ook de gevoelens van onveiligheid bij pro-Palestijnse demonstranten te benoemen. Dat komt hem duur te staan. Eerdmans twijfelt aan zijn vermogen de waarheid te onderkennen. Van der Plas stelt dat dreigen met een rechtszaak, zoals de Hebrew University doet richting het NIAS, geen dreigen is. Dreigen, dat is dreigen met fysiek geweld: ‘ik ga jou doodmaken’, zegt ze. Eerder in het debat sprak Caroline over ‘concrete bedreigingen’ van studenten aan de universiteit. Ik denk dat ze de zinsnede op het manifest van Boksan: ‘Iemand zei oprecht in staat te zijn een Israëlische medestudent zijn kop af te hakken’, letterlijk heeft genomen. Ze vindt het tenslotte ook lastig om onderscheid te maken tussen een soapserie en de realiteit.

Chris Stoffer (SGP) weet te melden dat rabbi Jacobs op de tribune ‘er ook echt joods uitziet’, zonder te beseffen dat dit eigenlijk een antisemitische opmerking is. Hij is ook vol lof over opperrabijn Binyomin Jacobs (de vader van Yanki). Opperrabbijn Jacobs, die tijdens een pro-Israel manifestatie op de Dam pro-Palestijnse demonstranten gelijkstelt aan de vijf procent Nederlanders die tijdens WOII de vijand actief steunden. Stoffer was erbij op de Dam, en ziet zo’n uitspraak weer niet als haatzaaien. Hij is dan ook ‘honderd procent pro-Israël’. En dat is voor hem uiteraard geen verheerlijking van geweld of genocide.
Ook de PVV, bij monde van Van der Hoeff, doet een duit in het zakje: afgelopen jaar, ‘een jaar waarin antisemitisme, antisemitische- en pro-Hamas-sentimenten door de Nederlandse campussen en de gangen van bezette faculteiten echoden, bleef het oorverdovend stil over de meest elementaire zaak: de veiligheid van onze student.’
Niet dat het werkelijk stil was, maar luisteren hoort nou eenmaal niet tot de  kernkwaliteiten van de PVV.
‘De geweldsverheerlijking’, gaat hij verder ‘en de pure jodenhaatlijkheden zijn aan de orde van de dag. Maar … we hoeven niet slaafs de meest luid brullende actiegroepen aan universiteiten te volgen. Het kan anders’.
Hoe, dat laat zich raden: studenten bij overtreding van de fatsoensnormen van de PVV van de universiteit wegsturen en als je buitenlander bent: het land uitzetten. Behalve als je Israeli bent, want dan ben je geen ‘buitenlander’.

Minister Bruins lijkt in dit debat bijna de stem van de redelijkheid. Hij vindt vrijheid van meningsuiting een groot goed, als het maar de juiste mening is die wordt verkondigd (al zegt hij dat er niet bij). Ook mag je van de minister kritiek hebben op het beleid van Israël. Toch maakt ook hij zich zorgen. Daarom is er een taskforce ingesteld voor de bestrijding van antisemitisme. En moet er een goed functionerend meldpunt komen waar joodse studenten begrip vinden voor hun specifieke gevoel van onveiligheid. ‘Koosjer’, moet dat meldpunt zijn, want nu zijn vertrouwenspersonen niet altijd goed uitgerust om antisemitisme te herkennen.
Herkennen van antisemitisme is, mede met dank aan de Tweede Kamer, ingewikkelder geworden. Veel van de sprekers in het debat hebben niet in de gaten dat je krachtig uitspreken voor de rechten van Palestijnen, tegen beleid van Israël of de gedragingen van het IDF, niet één op één gelijk te stellen is met ‘jodenhaat’. Om te lachen wordt het wanneer Van der Hoeff (PVV) zich verslikt in de woorden ‘fuck Israël’. Woorden die hij liever niet in de mond neemt. En dat ‘fuck Israël’ wordt geroepen door iemand die lesgeeft! Hij krijgt er ademnood van.

Minister Bruins meldt over het steeds aangehaalde onderzoek van Sapir en Kluveld, als enige dat het volgens de schrijvers zelf geen representatief onderzoek is, ‘maar een opsomming van zeer zorgwekkende casussen’. Evenwel ‘bloedt zijn hart’ als hij het leest. ‘Het is schrijnend, het is vreselijk, het is walgelijk.’

Tijd om het onderzoek nader te bestuderen.
Op 16 instellingen van hoger onderwijs zijn vragenlijsten met open vragen ingevuld door 165 respondenten. Die respondenten zijn aangezocht met hulp van het na 7 oktober 2023 door Chaim Benistant en Danielle van Lijf opgerichte Joods Academisch netwerk (OCNL/Studeerveilig).
Rekrutering ging via sociale mediaplatforms verbonden aan het Centraal Joods Overleg, het CIDI, de Nationale Joodse studentenorganisatie IJAR en Standwithus Nederland.
Nu staat het iedereen vrij van alles te onderzoeken, maar een beetje wetenschapper zorgt ervoor dat zijn onderzoek niet al aan de voorkant blijk geeft van vooringenomenheid. Waarom zijn niet ook organisaties als Erev Rav, de Liberale Joodse Gemeente of Een Ander Joods Geluid betrokken bij het rekruteren van respondenten? Dat verzuim maak je niet goed door te vermelden dat je niet pretendeert dat je onderzoek representatief is.
Ook is het moeilijk een ‘gevoel’ te objectiveren als er geen controlegroep is waar je je bevindingen tegen af kunt zetten. In dit geval dus een groep niet-joodse en niet-Israelische buitenlandse studenten die je bevraagt op hun gevoel van (on)veiligheid.
Het ‘onderzoek’ is feitelijk een opsomming van ‘ervaringen’ zonder context waarin die ervaringen zijn opgedaan, uitgedrukt in procenten. Met die percentages zijn de Kamerleden gretig aan het zwaaien geslagen.

Door de hijgende toon van het debat lijkt het of elke joodse student voor zijn leven moet vrezen bij het betreden van een onderwijsinstelling, dat er woeste horden met maskers voor rondlopen op zoek naar zionisten om ze hun kop af te hakken.
Uiteraard is het niet de bedoeling dat studenten zich onveilig voelen op hun faculteit. Het is altijd goed om aandacht te vragen voor antisemitisme en ervaren onveiligheid. Maar ik krijg bij een deel van onze volksvertegenwoordigers het ‘gevoel’ dat ze als een hond naar een verstopt bot de hele tuin omwoelen op zoek naar antisemitisme. En dat is kwalijk, want door rijp en groen bijeen te harken jagen de volksvertegenwoordigers mensen angst aan, en laten zij joodse studenten die werkelijk geïntimideerd worden omdat ze joods zijn jammerlijk in de steek.
Misschien is het een goed idee om onze volksvertegenwoordigers eraan te herinneren dat ook joodse studenten individuen zijn, met meningen, inzichten, (politieke) voorkeuren en achtergronden, en dat het géén goed idee is om hen constant weg te zetten als ‘groep’, ‘gemeenschap’, bedreigde soort.

In de rapportage is een grafiekje (zie afbeelding onder de tekst) opgenomen met de ‘subjectieve gevoeligheden’ ervaren door de respondenten. Daaronder vallen als oorzaken van het onveilige gevoel: intimidatie, haat, lastiggevallen worden en (sociale) uitsluiting. Maar ook: ‘anti-Israël en antizionistische uitspraken en toespraken’ (de meeste respondenten noemden dit als basis voor hun gevoel van onveiligheid, zeggen de onderzoekers); ‘Israël beschuldigen van genocide, bloedvergieten, etnische zuivering, apartheid en terrorisme’; ‘het oproepen tot BDS’; ‘desinformatie’; ‘het oproepen om samenwerking met Israëlische instellingen te beëindigen’; ‘het uitstallen van Palestijnse symbolen’; ‘Israël ervan beschuldigen de Holocaust te instrumentaliseren’; en de leus ‘From the river to the sea’, volgens de onderzoekers vaak geïnterpreteerd als een oproep om Israël van de kaart te vegen.

Als je pro-Israël bent zijn al die dingen niet leuk om te horen, maar zonder context zijn ze niet zomaar te duiden als voedingsbodem voor vijandigheid, als haatspraak of als uiting van antisemitisme. Dat Tweede Kamerleden van met name JA21, BBB, PVV en in toenemende mate ook de VVD de pro-Palestijnse ‘gevoelens’ op universiteiten willen framen als antisemitisme, dient hun politieke agenda, namelijk het monddood maken van mensen wiens mening hen niet bevalt, die spreken over mensenrechten voor alle mensen, joden, Israëli en Palestijnen, die het beleid van de staat Israël niet onvoorwaardelijk steunen en die de Nederlandse regering aanklagen voor hun onophoudelijke hulp aan een genocidaal regime.

Tijdens het debat ontstaat ook rumoer over het gebrek aan bereidheid melding te maken van incidenten, het gebrek aan actie door universiteiten en het achterblijven van aangiften. Dat kan misschien verklaard worden door het simpele gegeven dat een universiteit weinig generieks kan ondernemen op basis van gekwetste gevoelens van een enkele student, behalve die student ondersteuning aanbieden, in de vorm van counseling, een assertiviteitstraining of een workshop zelfvertrouwen.
Dat volgens de onderzoekers ‘de problemen vaak naar voren komen door het politieke discours en de sociale dynamiek op de campus en een sfeer van vijandigheid tegenover Joodse en Israëlische individuen’, moet uiteraard bespreekbaar gemaakt worden.
Daarbij moet niet vergeten worden dat het een groot goed is om je te kunnen uitspreken, ook als daarmee medestudenten voor het hoofd worden gestoten. Dat je joods bent, of Israëli, daar heb je weinig over te zeggen, dat krijg je mee. Maar over je mening ga je zelf. Het kan bedreigend zijn als je mening afwijkt van die van je studiegenoten, maar leren je mening met argumenten te onderbouwen en te scherpen in debat is een van de doelen van universitair onderwijs.
Dat proces verstoren door alles wat kritisch is op het beleid van Israël, en mensen die er niet voor kiezen Israël onvoorwaardelijk te steunen als antisemiet weg te zetten, is niet alleen kwalijk, maar ook destructief voor het academische klimaat.
Waarbij de grens, ik zag het nog maar een keer, ligt bij (fysieke) bedreiging en intimidatie. Dat spreekt vanzelf.

O, James, where art thou?

Ligt het aan mij of gaat Elon Musk werkelijk met de minuut meer op een real life James Bond villain lijken, zelfde megalomane grijns, psychopatische blik in de ogen en de voor enige menselijkheid immune algemene uitstraling. En dan heb ik het nog niet eens over de verdere gestoordheid die zich uit op aan krankzinnige spasmen gelijkende sprongetjes en dansjes die zijn fascistische hondenfluitjes moeten maskeren. Waar is James als je hem nodig hebt?

(de collage komt uit de Gutmensch scheurkalender, 28 mei 2023)