De wereld op z’n kop
Ik moet een jaar of dertien geweest zijn, toen twee Iraanse jonge mannen, vluchtelingen, mij op straat aanspraken over de situatie in hun land van herkomst. Een ervan had een multomap met foto’s in plastic hoesjes in zijn handen. Op de foto die bovenop lag, stond een man met een zware metalen kap over zijn hoofd. De kap was een martelwerktuig dat de SAVAK, de geheime politie van sjah Reza Pahlavi, gebruikte. Het loodzware ding bedekte het hele hoofd en leunde op de schouders. Er werd met hamers tegenaan geslagen. Aan het oorverdovende lawaai was geen ontsnappen mogelijk. Van de trillingen raakte je volledig gedesoriënteerd. Geluid kan krankzinnig maken. Ik kon het me al te levendig voorstellen en ben het nooit vergeten.
Zoals er gedaan wordt alsof de genocide in Gaza begonnen in als reactie op ‘7 oktober’,
wordt er nu gedaan alsof er niets voorafging aan het ayatollah-regime in Iran. Geen Mohammad Mossadeq, die na WOII hervormingen doorvoerde en de door de Britten overheerste olie-industrie wilde nationaliseren, opdat Iran zelf de vruchten van haar rijkdommen zou plukken. De CIA en MI6 namen tegenmaatregelen en organiseerden een staatsgreep. Zo kwam de Pahlavi dynastie weer terug in het centrum van de macht. De heerschappij van de sjah was niet vredelievend, wat de oude beelden van blije vrouwen zonder hoofddoek ook proberen voor te spiegelen. Het was een dictatuur.
Die dictatuur van sjah en SAVAK riep verzet op, en leidde tot een revolutie, waarbij de in ballingschap levende Khomeini zich ontpopte tot leider. In 1979 keerde hij terug naar Iran en vestigde een religieus regime dat ook uitgroeide tot een dictatuur. Alweer. En weer is er verzet, komen Iraniërs in opstand tegen ondraaglijke leefregels van een machtswellustig regime.
Amerika, onder een zwakzinnige en kwaadaardige president, wordt bevangen door een geestdriftig verlangen de Iraniërs te bevrijden, op instigatie van Israël, dat als een duiveltje op de schouder van het monster onophoudelijk oproept tot geweld, machtsvertoon, bloedvergieten.
De bommen vallen, de mensen sterven.
Dat opnieuw het internationaal recht geschonden wordt, is al bijna gewoon geworden. Het heeft immers geen consequenties. NAVObaas Rutte put zich uit in onderdanigheid, want de NAVO kan niet zonder Amerika. In Nederland toeteren types als Ulysse Ellian hun steun voor de kleinzoon van de sjah, die in de VS in de startblokken staat om van Iran een ‘democratie’ te maken. Premier Jetten vindt de vijandigheden tegenover Iran niet zo leuk, maar wel begrijpelijk; het is weliswaar een schending van het internationaal recht en dat mag dus eigenlijk niet, maar Iran is natuurlijk wel een schurkenstaat! En Yesilgöz, onverstoorbaar werkend aan haar eigen zichtbaarheid, gaat voor een slordige ton op bezoek bij ‘ons’ marineschip, dat dapper paraat is in het gebied om onze veiligheid te garanderen.
Iran reageert uiteraard op de standrechtelijke executie van Khamenei en de bommenregens. (Hoe durven ze!) De Straat van Hormuz wordt afgesloten. Dat is slecht voor de wereldeconomie. De brandstofprijzen schieten omhoog. Bij de pomp wordt harder gehuild om de onrust in de portemonnee dan om de door de bommen getroffenen.
Nu de wereldeconomie onder vuur ligt, is er van regime change geen sprake meer. De Straat van Hormuz moet open, koste wat het kost. De Iraniërs hebben het nakijken: die zijn én door de bommen geschonden én het vervloekte regime zit nog stevig (en verjongd) in het zadel. Vrouwenrechten zijn gewoon weer ondergeschikt aan de benzineprijs. De kleinzoon van de sjah kan, voorlopig, terug in zijn hok. Trump wisselt tussen barbaarse dreigementen en een soort appeasement met het Iraanse regime, met Pakistan als bemiddelaar.
En Israël? Bibi en de losgeslagen horde rondom hem blijven gewoon hun gang gaan, in Gaza, op de Westoever, in Libanon, en, zodra dat weer kan, voluit weer in Iran, want dat land en volk mag vernietigd worden om Israëls bestaansrecht te verzekeren.
En onze regering? Die kijkt hoofdschuddend en handenwrijvend toe. Wil meedoen aan het beveiligen van de Straat van Hormuz, ook als we op die manier toch een illegale oorlog ingerommeld worden, maar sancties tegen Israël? Dat gaat te ver. En Amerika op het matje roepen? Nee, joh, we sturen onze koning en koningin op een logeerpartijtje.
De rechtvaardige trap – Itamar Ben-Gvir – galge(n)brok
Itamar Ben-Gvir – galge(n)brok
Klikspaan, boterspaan, je mag niet door mijn straatje gaan
Wierd Duk, de grootste schandvlek van de journalistiek
Niet kinderachtig
Gouke Moes, de BBB heikneuter die godbetert een blauwe maandag minister van onderwijs, cultuur en media was in het horrorkabinet Schoof, wil de Nederlandse cultuur redden van vreemde smetten en de inheemse Nederlander weer op één plaatsen.
Daartoe heeft hij zich aangesloten bij de stichting Democratische Vernieuwing. Vanuit die stichting spant hij een rechtszaak aan tegen de Staat der Nederlanden, die het volgens Gouke, voorheen dus minister van onder andere cultuur, jammerlijk laat afweten wat betreft cultuurbescherming. Hij wil de rechter niet persé vermoeien of belasten met ‘cultuurdefensie’, maar linkse clubs als Urgenda en Greenpeace doen het ook, en Gouke lijkt te denken: wat die linkse ettertjes kunnen, kan ik beter. Dat het bij die rechtszaken ging om het door de eigen regering niet naleven van de eigen wetten, staat voor Gouke in de kleine lettertjes en die leest hij niet, heeft hij geen tijd voor, want het is kwart over twaalf, wat de Nederlandse cultuur betreft.
Als hem gevraagd wordt die Nederlandse cultuur eens te omschrijven, heeft hij het moeilijk. Het is ook best complex om verder te kijken dan de Hollandse klei onder je laarzen, het rood-wit-blauw (ook de omgekeerde volgorde is cultuur!), de molen (nee, niet de klimaatdrammersversie!) en zwarte Piet (want, laten we eerlijk wezen: Gouke’s inheemse Nederlander is wit. Gouke durft dat nog niet hardop te zeggen, maar in de appgroep van zijn stichting vliegen de memes je om de oren). Maar wij zijn niet kinderachtig, wij steken een stotterende stumper als Gouke naar goed Nederlands gristelijk gebruik graag de helpen de hand toe. Was niet nodig geweest als Gouke zijn klassiekers had gekend, maar kom daar tegenwoordig maar eens om.
Daarom opnieuw een link naar ‘Het integratiealfabet, Nederlandse waarden en normen van A tot Z’. Zodat ook Gouke argumenten heeft om ons te overtuigen dat er aan die inheemse Nederlandse cultuur ook echt iets te redden valt.

