Een serie eendjes waggelt richting het water, ze zetten hun platte voetjes anders neer dan de kleine kippetjes die hier ook rondhippen, die hebben meer een huppende tred. Een grote haan waakt over het verzamelde kroost. Er wordt getokt, gekraaid, gekwaakt. Van overal tjirpen vogelgeluiden het terras op. Vanaf het water maken kikkers herrie. Twee varkens knorren gemoedelijk vanuit de schaduw van een boom. Af en toe klingelt een koeienbel. Voor het eerst sinds lange tijd geen geluid van auto’s of snelwegen in de verte. Het is windstil (en warm). Het hele landschap en een enkele wolk weerkaatst in het stuwmeer, dat omringd wordt door heuvels met erachter hogere bergen.
Het huis waar we verblijven – bovenverdieping van een vrijstaand huis bij het gehucht Kokërdhok, met een hemelsblauwe badkamer en een terras met verrukkelijk uitzicht, maar zonder keuken – ligt bij het stuwmeer vernoemd naar het iets grotere gehucht Ulëz, waar de dam ligt die het stuwmeer heeft gevormd. Ongeveer anderhalf uur van Tirana richting Shkodër. Wij deden er de hele dag over, omdat we ‘binnendoor’ gingen. Dat was geweldig, maar geen sinecure: onverharde, stenige karrensporen vol kuilen die zich nogal steil door de bergen heen slingeren, met her en der een huis en af en toe een alpenweide. Heerlijk was het, ik werd overspoeld door hetzelfde geluksgevoel (en een kriebelende spanning) die ik zo gemist heb sinds ik niet meer regelmatig onderweg ben in buitenlandse gebieden. Na uren hobbelen en een paar keer verdwalen was de verharde weg een welkome vriend, zeker voor onze kleine stadsauto, die zich kranig had geweerd, maar niet hoog op de banden staat.
Hier aan het meer heerst vredigheid, rust en kalmte. Onze gastheer Frani spreekt geen Engels, maar is toch uiterst communicatief. Hij onthaalt ons op zijn eigen honing – biologisch – en sappige abrikozen van een boom bij het huis. Er staat ook een pruimenboom vol fruit en een kersenboom waarvan de kersen al geplukt zijn. Frani heeft twee koeien, waarvan er een zwanger is, een stel geiten, kippen en eenden en dus die twee flinke varkens. Tussen huis en meer verbouwt hij mais, tomaten, erwten, wintervoer voor de koeien en druiven waarvan hij arak stookt. Bij aankomst verwelkomde hij ons met een glaasje van die honinggele eigengestookte sterke drank, om te proosten op ons verblijf. Zijn vrouw is er niet, die is bij zijn twee dochters die in Engeland wonen. Zijn zoon is ingenieur en werkt in Tirana. Over tien dagen komt zijn vrouw terug, met zijn twee dochters en dan is de hele familie weer samen. Frani straalt bij het idee alleen al.
Het huis aan het meer is een goede plek om even bij te komen van de overdaad aan cultuur van de afgelopen twee maanden. ‘Alsof we door Janson reizen’, merkte reisgenoot S op. H.W. Janson (voluit Hirst Woldemar), een Russisch-Duits-Amerikaanse professor, schreef in 1962 een standaardwerk waarin hij de kunst canoniseerde, dat we in het eerste jaar dat we kunstgeschiedenis studeerden zo’n beetje uit ons hoofd moesten leren. Het boek zette de westerse kunst – van Grieks en Romeins tot de renaissance en ‘onze’ Gouden eeuw schilders – in de spotlights, ten nadele van niet-westerse kunst. Ook vrouwelijke kunstenaars kamen er bekaaid vanaf. Ik herinner me een vuistdik boek vol plaatjes. Van die plaatjes moesten we kunnen opdreunen wie de maker van het schilderij, beeldhouwwerk of gebouw was, wanneer die maker het had gemaakt, welke afmetingen het werk had, welke stijl hij gebruikte, in welke periode het paste, en, in het geval van schilderijen, welke kleuren de schilder had gebruikt. Een vraag uit het tentamen: welke kleur heeft de jurk van ‘Het Joodse Bruidje?’ (Rood, niet te verwarren met het groen van de jurk van de bruid van Arnolfini). Ik weet niet meer of het een open vraag was of een multiple choice, maar ik weet nog wel dat dit tentamen een van de redenen was waarom in uiteindelijk kunstgeschiedenis niet afmaakte en switchte naar antropologie. Nog niet zo lang geleden las ik een column in NRC of Volkskrant van een man wiens dochter kunstgeschiedenis ging studeren. Hij gaf haar een ‘Janson’ cadeau, in de overtuiging dat hij haar daarmee goed op weg hielp. ‘Pa’, zei de dochter, ‘die westerse, mannelijke blik op kunstgeschiedenis is verouderd hoor. Wij kijken nu breder’.
We zagen in Frankrijk en Italië zoveel schilderijen, fresco’s, beeldhouwwerken, oude kerkjes, doms, kathedralen en ‘ancient rubble’, dat het een verademing is om nu even alleen maar een meer te zien, groene heuvels eromheen, en af en toe een bel te horen van een dier dat tussen fruitbomen aan het grazen is. Waarmee niet gezegd is dat ik niet genoten heb van dat kunstinfuus. Het was heerlijk om tegen een vijfde eeuw baptisterium op te botsen, om de beeldenkransen rond de romaanse entrees van kathedralen en hun roosvensters te bewonderen, om het Pompeïaanse rood van de fresco’s in het echt te zien. Om te kijken naar de machtsgrandeur van het Paleis van de Pausen en van het Palazzo Vecchio, de kunstig bewerkte doopvonten, de buiten proportionele baby’s of mini oude mannetjes in de armen van de Madonna’s op middeleeuwse schilderijen, de versierde initialen in oude koorboeken, het doorschijnende groene en blauwe Romeinse glas, de gotische spitsbogen, glas in loodvensters van kerken, en de blauw geschilderde en met sterren bespikkelde kathedraalgewelven. Om te slenteren door de steegjes van steden zo oud als de bekende wereld, de geur van zeewater in havens op te snuiven, naar mensen te kijken.
We voeren met een veerboot van Bari in Italië naar Durrës in Albanië. De afvaart was gepland om 10 uur., en de tocht zou 10 uur duren. We voeren af om 12 uur en werden met een luide bel gewekt om 7 uur. We hadden een hut met een raam, zodat ik slaperig de haven van Durrës dichterbij zag komen. De boottocht was natuurlijk veel minder romantisch dan ik me had voorgesteld. Ik dacht: op het dek naar de sterren kijken en mijmerend uitzien over het zwarte, beweeglijke water. Maar door het lange wachten was de lust tot opblijven vergaan. De sterren waren verborgen achter wolken of uitgewist door de felle lampen van de boot. We maakten een korte rondgang over de boot: vliegtuigstoelen voor de zittende passagiers, een lounge met een enorme tv, een casino en een restaurant waar ze grote borden friet serveerden – en na een half doorwaakte nacht in een smal cabinbedje waren we aan de andere kant van de Adriatische zee. Erg was dat niet, want het overvaren naar een ander land is sowieso een belevenis.
Albanië heeft van 1944 tot 1985 gezucht onder het juk van Enver Hoxha. Voor de Tweede Wereldoorlog was het land achtereenvolgens onderdeel van het Byzantijnse rijk, van het Ottomaanse rijk, en was het een koninkrijk onder Koning Zog I. Al die tijd heerste er een feodale structuur van grootgrondbezitters en boeren georganiseerd in stamverbanden. Er was nauwelijks industrie, en wat er was geweest had de Italiaanse en Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog niet overleefd. De bevolking was grotendeels analfabeet, het land straatarm.
Enver Hoxha zou zijn land de nieuwe tijd in leiden. Hij was een Stalinistische dictator, die achtereenvolgens brak met het Joegoslavië van Tito, omdat Tito zich niet naar Stalin wenste te voegen, en met de Sovjet Unie vanwege de de-Staliniserings politiek van opvolger Chroesjtsjov. Hij knoopte banden aan met het China van Mao, die hij vervolgens ook weer verbrak toen China en de VS toenadering tot elkaar zochten. Daarna gaf de dictator zich volledig over aan zijn wantrouwen en isoleerde Albanië volgens zijn Stalinistisch-Maoïstische normen en waarden.
De grootgrondbezitters werden onteigend en als het moest vermoord, verbannen of in een werkkamp gestopt. Met echte of vermeende politieke tegenstanders deed hij hetzelfde. Hij had een gevreesde geheime dienst, de Sigurimi, die op bevel afrekende met iedereen die in de weg zat. Hij verbood elke vorm van religie en liet kerken en moskeeën sluiten of afbreken. Albanië werd een zelfvoorzienende, atheïstische staat. Niemand kon er meer in of uit.
“State Security is the sharp and dear weapon of our Party, because it protects the interests of the people and our Socialist State against internal and external enemies”, aldus Hoxha. Het citaat zou van Pol Pot kunnen zijn, of van de Birmese dictator Than Shwe. Uiteindelijk zijn alle dictators uit hetzelfde hout gesneden.
Begin jaren vijftig probeerden de Britse geheime dienst en de CIA Albanië te ontwrichten door anticommunistische ballingen in Albanië te droppen om het regime, dat kampte met de nasleep van de oorlog en nog niet stevig in het zadel zat, te destabiliseren. Albanië zou, als zwakste schakel in de communistische keten, de springplank worden om meer Sovjet satellieten terug te brengen tot het ‘democratische’ kamp. De operatie mislukte jammerlijk, deels omdat MI6 en de CIA de slagkracht van de ballingen overschatten, en omdat dubbelspion Kim Philby roet in het eten gooide door informatie door te spelen aan de Russen. Kim Philby is een van de zogenaamde ‘Cambridge Five’, jonge studenten met communistische sympathieën (‘de Russen stelden zich tenminste onverschrokken op tegen het fascisme en nazisme’) die aan het begin van de Koude Oorlog door de KGB werden gerekruteerd. Na hoog opgeklommen te zijn in MI6 – hij werd getipt als potentiele leider van de dienst, ontsnapte Philby in 1963 naar de Sovjet-Unie voordat de Engelse diensten hem te pakken kregen. Ik zag de serie A spy among friends over hem, maar herinner me niet dat er in die serie gewag gemaakt werd van een Albanese connectie.
Hoxha stierf in 1985. Vijf jaar na zijn dood valt het communistische regime. De grenzen gaan open, er komen verkiezingen. Dan breekt de oorlog uit die het gevolg is van het uiteenvallen van Joegoslavië. Albanese Kosovaren, verjaagd door de Serviërs, vluchten naar Albanië. NATO bombardeert Servische doelen om de Kosovaren te beschermen. Kosovo, dat voor 90 procent bevolkt wordt door etnische Albanezen, wordt een onafhankelijk land (2008). Servië erkent dat niet en ziet Kosovo als een autonome provincie. Albanië erkent Kosovo wel. De status van het kleine gebied blijft een heet hangijzer in de regio.
Vanaf 2013 is Edi Rama, namens de socialistische partij, de ministerpresident van Albanië. In 2025 werd hij herkozen voor een vierde termijn. Begonnen als kunstschilder, lokte de landelijke politiek met een burgemeesterschap van Tirana, de hoofdstad. Daar knapte hij de boel op, onder andere door de troosteloze Hoxha woonblokken op te fleuren met vrolijke kleuren, allerlei illegale bouwsels af te laten breken, het centrale Skanderbergplein te moderniseren en heel veel bomen te planten. Hij werd er populair genoeg door om tot premier gekozen te worden.
Sinds 2014 is Albanië kandidaat lid van de EU, en nog steeds het armste land van Europa. Dat wil Rama veranderen en daartoe stelt hij, bijvoorbeeld, Albanië open voor vluchtelingen die de rest van Europa niet wil hebben; Italië mag terugkeerhubs (dat is het eufemisme voor concentratiekampen voor in Europa ongewenste mensen) vestigen op Albanees grondgebied. Georgia Meloni staat breed lachend met Rama – een reus van een vent – op de foto, en ook Ursula van der Leyen laat zich graag met hem zien.
Rama wil Albanië niet alleen openstellen voor elders ongewensten (al is zijn enthousiasme hiervoor recentelijk verminderd), hij ziet ook in het toerisme een inkomstenbron voor het land. Daartoe heeft hij een eiland voor de kust, een beschermd natuurgebied, ter beschikking gesteld aan Ivanka Trump en haar echtgenoot Jared Kusher. Het geval wilde dat die twee op vakantie waren, van hun luxejacht doken en naar het eiland zwommen. Op blote voeten maakten ze samen een idyllische wandeling over het eiland. Ivanka was helemaal verliefd (op het eiland) en wilde het hebben. Kushner nodigde Rama uit op het jacht, en bemachtigde voor zijn investeringsbedrijf de vergunning om een ultraluxe vakantieresort te bouwen om de rich and famous een nieuwe wonderbestemming te geven. Ivanka droomt van state of the art architectuur, helemaal geïntegreerd in de natuur en met respect voor al wat leeft…
Alleen is eiland Sazan een natuurgebied met onder andere flamingo’s, en mag daar volgens de Albanese natuurbeschermingswet niet gebouwd worden. Om dat probleem op te lossen is de natuurbeschermingswet veranderd in een wet die natuur beschermt, behalve als het gaat om exploitatie ten gunste van toerisme.
De Albanezen vinden het allemaal net wat te toevallig: die wetsverandering, de Kushners met hun miljarden, de rol van Rama, en komen in opstand. Ze verdenken de regering Rama van corruptie en willen hun eiland houden, inclusief de flamingo’s, de zeeschildpadden en de zeehonden die er leven in het kustmoerasgebied. Er wordt dagelijks in Tirana geprotesteerd. Een klein clubje heeft geprobeerd de ontwikkelaars die al op het eiland aanwezig zijn, bulldozers hebben laten aanrukken en het te bebouwen gebied hebben afgescheiden met scheermesprikkeldraad, te verdrijven. SPAK, de anticorruptie organisatie die in 2019 met hulp van EU en VS is opgericht om het juridische systeem in Albanië te hervormen, gaat onderzoek doen, naar de wetswijziging en de vergunningverlening voor het eiland.
Uitkijkend over het stuwmeer lijken de protesten op een andere planeet plaats te vinden, zo ongerept als het hier lijkt en zo rustig als het is. Maar het stemt optimistisch, dat de Albanezen in opstand komen, en niet langer met zich laten sollen door mannen die denken dat ze met het land, en de bevolking, kunnen doen wat hen goeddunkt.