Dachau

Vandaag bezocht ik voormalig concentratiekamp Dachau. Ik zag een groot, grijs terrein achter een poortgebouw met ‘Arbeit Macht Frei’ in strakke letters in een ijzeren hek. Dachau was het eerste kamp dat de nazi’s openden. Vanaf 1933 sloten ze hier hun tegenstanders op, ranselden ze af, lieten ze verhongeren, hingen ze op, werkten ze dood of leverden ze uit aan gewetenloze dokters voor experimenten ten behoeve van het leger. De ‘haftlingen’ kwamen uit Duitsland zelf, en uit zo’n beetje alle bezette gebieden. Er waren sinti en roma, katholieke priesters, communisten, homosexuelen, socialisten, kunstenaars, jehova getuigen, schrijvers. Er waren ook joodse gevangenen.Dachau was geen vernietigingskamp. Toch stierven er meer dan 40.000 mensen.

In een van de gereconstrueerde barakken is een slaapzaal nagebouwd: rijen stapelbedden, driehoog. Als ik binnenloop, zie ik een jongeman, keppeltje op, de linten van zijn gebedskleed zichtbaar onder zijn T-shirt. Hij ligt op een onderste bunk, arm nonchalant onder zijn hoofd, grijns op zijn gezicht. Een kameraad maakt foto’s van hem. Ze praten Engels met een Amerikaanse tongval. De jongeman staat weer op, en maakt aanstalten achter zijn vriend aan te lopen. ‘Nou ja’, laat ik me ontvallen. Hij kijkt om. ‘Sorry hoor’, zeg ik ‘ik vind wat je doet respectloos naar de mensen die hier gevangen zaten.’ Hij levert me niet meer op dan een blik vol onbegrip en een onduidelijke grom. Ik laat het erbij. Wat moet je anders?

Volgen en delen kan:
Follow by Email
LinkedIn
Bluesky