Onderweg naar de oprit van de tolweg passeren we het huis van onze buren. Voor het hek van de villa, een geparkeerde Porsche, een Jaguar sportwagen en een Bentley. Waardoor ik me ga afvragen of het heuvelland hier, net als in delen van Frankrijk, een tweede huis paradijs is voor mensen met te veel geld.
We gaan de tolweg op bij Montecatini Terme. Je mag er 130 rijden, en dat doet dan ook iedereen. Met de ramen dicht en de airco aan. Wij laten de warme wind door onze haren blazen, en onze asfaltvlo houdt het bij 120. In Florence parkeren we onder de Mercato Centrale, de Foodhallen van de stad. Waar in Amsterdam de passage langs de in de oude tramremise van West gelegen Foodhallen vooral walmt van oud frietvet, ruikt het hier naar versgebakken brood, basilicum en tijm. In de parkeergarage klinkt klassieke muziek. Geen muzak, echte klassieke muziek. Op straatniveau, op een steenworp van de Piazza del Duomo, een markt. Voor de low budget toeristen: t-shirts (en stringetjes) met I – hartje – Firenze erop, of wat er zoal op toeristische t-shirts staat gedrukt, en ijskastmagneten. Voor de wat beter gesitueerden: leer, in de vorm van jassen, tassen in alle soorten en maten en riemen. Heel veel riemen. De meeste stalletjeshouders ogen Indiaas, maar ze komen uit Bangladesh, vertelt Bahadur Khan, een van hen. Hij is jaren geleden naar Florence gekomen, met een grote groep landgenoten. Eerst werkte hij voor Italianen, die de stalletjes bezaten en de Bangladeshi voor een schamel loontje lieten werken, terwijl ze zelf de winst opstreken. Nu is hij zelf eigenaar van twee stalletjes, eentje met riemen, de andere met t-shirts. De zaken gaan goed, te oordelen naar de bundel euro’s die in zijn portefeuille steken, die hij uit zijn zak haalt om geld voor een collega te wisselen. Hij beaamt dat: het is hard werken, maar nu hij zelfstandige is, is de wereld erop vooruitgegaan.
Verderop in de stad, in de straatjes rond de Duomo en het Palazzo Vecchio doen winkels alsof schoenen of merkhandtasjes eigenlijk topkunstwerken zijn, die het verdienen om op een sokkel te worden uitgestald en perfect te worden uitgelicht. Aangetrokken door een etalage met een chocoladefontein lopen we een ultraluxe chocolaterie in, waar we ongevraagd een chocolade kegeltje met pistachevulling, een limoncellokogeltje en een schuimkoekje met fondant krijgen aangeboden door vriendelijk glimlachende meisjes met een schortje voor.
Bij de Duomo een enorme rij wachtenden, die van achter harder aangroeit dan van voren afneemt. Maar ook aan de buitenkant valt gelukkig genoeg te bekijken.
Het Palazzo Vecchio is groots en vierkant met een de lucht in priemende toren. Aan de vorm van de kantelen op de toren (of aan de torens bij andere paleizen of villa’s) kan je aflezen of een stad of familie bij de Welfen hoorde of bij de Ghibellijnen. De Welfen – rechthoekige, rechte kantelen – waren pausgezind, de Ghibellijnen – gebogen kantelen met zwaluwstaarten – waren voor de keizer. Dat alles in de latere middeleeuwen (twaalfde, dertiende eeuw), toen Toscane een lappendeken was van rivaliserende stadsstaten onder leiding van machtige families. De Ghibellijnse families bestonden vooral uit naar de stad verhuisde landadel die leefde van pacht en belastingen. Die wilden graag het leenstelsel handhaven. Hiervoor vertrouwden ze op de keizer. De pausgezinden vonden dat de koning danwel keizer te veel macht had gekregen van Karel de Grote, die zichzelf en zijn vazallen de bevoegdheid tot het benoemen van bisschoppen had toebedeeld. De Florentijnse bisschop Hildebrand herriep dat recht in de elfde eeuw. Daarop volgde de strijd tussen de Welfen en de Ghibellijnen. Omdat de Toscaanse steden en stadsstaten in de loop van de 13de eeuw steeds rijker werden door overzeese handel en hun bankwezen, intensiveerde het conflict tussen de aanhangers van keizer en paus. Pisa en Siena waren keizer-gezind; Florence en Lucca waren voor de paus. Onder dit overkoepelende conflict gingen talloze, vaak bloedige, familievetes schuil. Dante schreef dat vanwege die vetes het bloed door de straten van Florence stroomde en de honden van de stad het bloed uit de goten oplikten. Toen de keizer (Hendrik VII) ten strijde trok om de paus te gaan afzetten, liet hij onderweg naar Rome het leven, waarmee de veldtocht wordt afgeblazen. Door de opkomst van de gilden, en de groeiende macht van de kleine luiden komt er een eind aan de macht van de koningsgezinde Ghibellijnen. Op 6 augustus 1289 wordt door het stadsbestuur van Florence, waar ook de ‘populo minuto’ zitting in hebben, de koop en verkoop van arbeidskrachten verboden en vrijheid en zelfbeschikking gegarandeerd. Het is de nekslag voor het systeem van lijfeigenen en horigen, en de eerste aanzet tot een mensenrechtenbeleid. Het brak de toch al wankelende macht van de Ghibellijnen.
De macht van de ‘kleine luiden’ is tot de dag van vandaag zichtbaar in de straten van Florence, nu in de vorm van de klandizie van de talloze toeristen die zich aan de bezienswaardigheden laven en hun dorst lessen op de ontelbare terrasjes.
Op het plein bij de Duomo wappert een Palestijnse vlag aan het gemeentehuis. Voor de deur staat een groepje jongeren bij twee op de grond liggende spandoeken met foto’s van schimmelige douches en andere viezigheid. Een van de protesterende meisjes vertelt dat er al tien dagen geen water is in hun studentencomplex, en dat de gemeente er niks aan wil doen. Er kan niet gedoucht worden, wat bij temperaturen boven de dertig graden onprettig is, en bovendien woekert de schimmel en kan ook de wasmachine niet draaien. Omdat de gemeente niet thuis geeft, zijn ze naar het plein gekomen om te protesteren. De toegang tot het stadhuis wordt geblokkeerd door een aantal carabinieri, maar die kijken eerder vriendelijk dan dreigend. Een van de jongens draagt een t-shirt met op de rug: ‘from the river to the sea, Palestine will be free’.
Het is maandag. De Uffici is gesloten. Dat helpt tegen de keuzestress, want nu hoef ik niet te kiezen of ik uren in de rij ga staan om daarna moeizaam tussen de hoofden en schouders van mijn medebezoekers een glimp van ‘de geboorte van Venus’ door Botticelli of de werken van Titiaan en andere grote schilders op te vangen.
Als alternatief is er een grote tentoonstelling van werk van Mark Rothko. Hij is beroemd geworden met zijn grote schilderijen met horizontale kleurvlakken, en de tentoonstelling belooft een overzicht van zijn ontwikkeling – hoe hij tot het vlakken schilderen gekomen is. Nooit waren er – zegt de aankondiging – zoveel schilderijen van hem bij elkaar te zien. Wij klimmen de trappen op van het Palazzo Strozzi voor de expositie. Hier geen rij, hier geen massa.
Na het bekijken van het werk uit de eerste periode van zijn schilderschap, draait mijn reisgenoot zich naar me toe en zegt met een enigszins verwonderde blik in zijn ogen: joh, die man kon niet schilderen! En ik ben geneigd hem gelijk te geven. Misschien komt het door de wijze waarop de werken zijn uitgestald – beroerde belichting – of door de hoeveelheid werken die wel heel erg hetzelfde zijn, maar er is weinig aan. De film die bij de tentoonstelling hoort vertelt dat Rothko zich heeft laten inspireren door Rembrandt en door Fra Angelico. Ik probeer het te zien, maar vergeefs.
Het ontroerendst zijn een groep volwassen mensen met het syndroom van Down, die op stoeltjes voor een van de werken zitten en bezig zijn met kleurkrijt en papier onder de liefdevolle zorg van begeleidsters. De mannen zijn een en al aandacht. Een van hen lacht naar me; zo’n lach waarbij een heel gezicht begint te stralen.
Op de terugweg komt er op de tolweg geen ticket uit de automaat. Daardoor kunnen we niet betalen. Dat is een probleem, want de Italianen zijn net zo scheutig met boete op boete als de Nederlanders, en bij pech kan een niet betaalde tol van 3 euro 10 oplopen tot een bedrag van 96 tot 334 euro. Thuisgekomen zoeken we de website van de autostrade op. De punto-service-punten waar je je voorheen met dit soort probleempjes kon vervoegen zijn sinds 2024 gesloten. Nu gaat alles per internet. We sturen dan maar een beschrijving van onze ervaringen bij de tolpoort, met de vraag hoe we ons probleem kunnen oplossen. De volgende dag krijgen we antwoord van het info@ adres: ze streven ernaar 80 procent van de binnenkomende meldingen binnen 10 werkdagen te antwoorden. Om een boete te voorkomen heb je 14 dagen de tijd om te betalen.
(afbeelding: kopie van Michelangelo’s David, voor het Palazzo Vecchio, Florence)


